Financiële begroting

Samenvatting financieel meerjarenperspectief

Samenvatting financieel meerjarenperspectief 2019 - 2022

Terug naar navigatie - Samenvatting financieel meerjarenperspectief 2019 - 2022

De basis voor deze begroting is de ‘Kaderbrief 2019’, zoals uw raad deze op 10 juli 2018 heeft vastgesteld. Op basis van de kaderbrief en ontwikkelingen die zich sindsdien hebben voorgedaan, hebben wij de begroting samengesteld.

Nieuw meerjarenperspectief 
In onderstaande tabel treft u een overzicht aan van het geactualiseerde meerjarenperspectief. Voor het jaar 2019 verwachten wij een begrotingstekort van € 90.000. Vanaf 2020 zijn het positieve begrotingsresultaten, namelijk € 762.000 in 2020, € 1.475.000 in 2021 en € 1.917.000 in 2022. 

Onder de tabel lichten wij de diverse ontwikkelingen toe. 

ACTUALISATIE MEERJARENPERSPECTIEF
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
Saldo Kaderbrief 2019 377 1.164 1.968 2.335
Saldo Halfjaarrapportage 2018 -345 -345 -345 -345
Ontwikkeling inkomsten
Septembercirculaire -5 46 -52 30
Belastingen, huren en pachten -132 -132 -132 -132
Ontwikkeling uitgaven
Loon- en prijsontwikkelingen -69 -69 -69 -80
Autonome ontwikkelingen 0 0 -35 -35
Verbonden partijen 0 -33 -33 -33
Reeds geaccordeerd nieuw beleid -29 -29 -29 -29
Overige ontwikkelingen 75 125 165 165
Kleine verschillen 38 35 37 41
Geprognosticeerd saldo -90 762 1.475 1.917

Ontwikkeling inkomsten

Gemeentefonds, belastingen en leges

Terug naar navigatie - Gemeentefonds, belastingen en leges

Nadat de kaderbrief is verschenen, hebben wij de inkomsten voor 2019 opnieuw berekend. Dit hebben wij gedaan op basis van de septembercirculaire van het gemeentefonds, die op Prinsjesdag verscheen. Op basis van bijvoorbeeld de te verwachten aantallen huishoudens en bedrijven, de Woz-waarde, aanvragen voor bouwvergunningen hebben wij de opbrengsten uit belastingen en leges berekend. 

De septembercirculaire

Terug naar navigatie - De septembercirculaire

Op Prinsjesdag, dinsdag 18 september, is de septembercirculaire van het gemeentefonds verschenen. We hebben al twee circulaires achter de rug dit jaar, met grote consequenties. De maartcirculaire 2018 bevatte de vertaling van het regeerakkoord van het kabinet Rutte III en gaf  hoge accressen. De meicirculaire 2018 stond in het teken van de integratie van het sociaal domein in de algemene uitkering en het verlagen van de meerjarige voorschotregeling van het BTW CompensatieFonds (BCF). Deze septembercirculaire staat in het teken van de vertaling van de Miljoenennota 2019.

Ontwikkeling van de algemene uitkering
De effecten van de septembercirculaire zijn als volgt. Dit zijn de wijzigingen ten opzichte van de cijfers zoals wij deze bij de meicirculaire hebben gepresenteerd. Onder de tabel lichten wij de wijzigingen toe. 

EFFECTEN SEPTEMBERCIRCULAIRE
(bedragen x € 1.000)
2018 2019 2020 2021 2022
Uitkeringsfactor
Accresontwikkeling -394 - -35 -71 -36
Plafond BTW-compensatiefonds -320 - - - -
Nominaal effect - - -35 -71 -71
Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor -74 -106 - -36 -36
Ontwikkeling uitkeringsbasis
Ontwikkeling uitkeringsbasis 25 -71 -106 -142 -178
Hoeveelheidsverschillen -2 172 222 268 351
Subtotaal centraal -765 -5 46 -52 30
Taakmutaties
Aanschaf leesloeps stembureaus 1 - - - -
Toezicht en handhaving kwaliteit peuterspeelzalen 1 3 3 3 3
Toezicht en handhaving kinderopvang en gastouderopvang - 16 16 16 16
Rijksvaccinatieprogramma - 64 64 64 64
Jeugdhulp aan kinderen in een AZC - -6 -6 -7 -7
Academische component kinder- en jeugdpsychiatrie - -9 -9 -10 -10
Uitvoeringskosten SVB PGB's - -84 - - -
Subtotaal taakmutaties 2 -16 68 66 66
IU/DU/SU
Wmo (m.n. huishoudelijke hulp) 8 - - - -
Voorschoolse voorziening peuters - -27 -54 -80 -80
IU Sociaal domein
Decentralisatie Participatiewet 25 - - - -
Participatiewet - - -1 -1 -1
Subtotaal decentraal 35 -43 13 -15 -15
Totaal effecten septembercirculaire -730 -48 59 -67 15
Uitkeringsfactor 

Accresontwikkeling
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse voeding van het gemeentefonds (positief of negatief) wordt het accres genoemd. Het accres in de septembercirculaire in 2019 is nihil. De meerjarenraming zijn in 2020 tot en met 2022 licht negatief ten opzichte van de meicirculaire 2018. De verschillen worden veroorzaakt door een lagere loon- en prijsbijstelling dan eerder geraamd.

Plafond BTW-compensatiefonds
Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BTW-compensatiefonds (BCF). Om te voorkomen dat er een open eind regeling ontstaat heeft de rijksoverheid een plafond aangebracht in de declaraties van ± € 3,2 miljard. Blijven de gezamenlijke gemeenten onder het plafond dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd, wordt het plafond overschreden dan wordt het verschil uit het gemeentefonds genomen.

Naar inschatting van het ministerie van Financiën declareren gemeenten in 2018 meer BTW dan was voorzien in de meicirculaire 2018. Dat leidt tot een uitname van € 169 miljoen. Dit betekent voor ons € 320.000. Bij de meicirculaire 2019 volgt de definitieve afrekening op basis van de werkelijke declaraties van gemeenten over 2018.

Landelijk blijft er in 2018 nog € 106 miljoen ruimte onder het plafond over. In 2017 was dat nog € 150 miljoen. Zoals wij verwachtten en uitspraken bij de meicirculaire, is er dus een dalende tendens. Het volledig ramen van de ruimte onder het plafond wordt daarmee steeds minder realistisch. De ruimte onder het plafond, die wij bij de meicirculaire hebben afgeraamd, is in de komende jaren: 
  • 2019: €     951.000
  • 2020: € 1.199.000
  • 2021: € 1.345.000
  • 2022: € 1.592.000

Jaarlijks ontvangen wij als gemeente de definitieve afrekening bij de meicirculaire. Als er minder is gedeclareerd dan er beschikbaar is, ontvangen wij dit dus via de algemene uitkering. 

Nominaal effect
De algemene uitkering wordt uitgedrukt in lopende prijzen (meerjarige inflatiecorrectie). Wij begroten echter op basis van constante prijzen. De correctie naar constante, nominale prijzen wordt het nominaal effect genoemd. De inschatting van de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt nagenoeg gelijk ingeschat als bij de meicirculaire. Het effect van de bijstelling van lopende naar constante prijzen is daardoor beperkt. Het betreft een negatieve bijstelling van € 35.000 in 2020 en € 71.000 in 2021 en 2022.

Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor
In deze circulaire zijn de ramingen van een aantal maatstaven van de voormalige IUSD aangepast.
Met name de ontwikkeling van de inkomensmaatstaven hebben effect op de uitkeringsfactor. Deze zijn gekoppeld aan de prognoses voor het aantal huishoudens in Nederland. In de meicirculaire 2018 werden deze gegevens constant verondersteld. Ook heeft de actualisatie van de uitkeringsbasis een negatief effect op de uitkeringsfactor, als gevolg van de hoger geraamde aantallen bijstandsontvangers.

Ontwikkeling uitkeringsbasis

Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen
Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het over mutaties in de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden en Woz-waarden. Het totale bedrag van de algemene uitkering neemt niet toe als de hoeveelheid stijgt, omdat de totale omvang van de  algemene uitkering is gebaseerd op de rijksuitgaven. Dit wordt vertaald naar een aanpassing van de uitkeringsfactor. In deze circulaire wordt voor het uitkeringsjaar 2017 een daling van 3 punten uitkeringsfactor bekend gemaakt. (NB. De circulaire vermeldt als gevolg van een afronding 4 punten.) De aantallen voor de maatstaven loonkostensubsidie en oppervlakte bebouwing zijn naar boven bijgesteld. De financiële effecten hiervan zullen gemeenten moeten verwerken in hun administratie 2018. In het uitkeringsjaar 2019 en volgende worden de maatstaven met het gemiddeld gestandaardiseerd gezinsinkomen voor het recent ingeweven sociaal domein naar boven bijgesteld. Dat leidt tot jaarlijks oplopende negatieve verschillen ten opzichte van de meicirculaire 2018, in 2023 cumulerend tot 21 punten. Op zich hoeft dit geen budgettair nadeel op te leveren omdat de ingelezen berekende aantallen bij de betreffende maatstaven sociaal domein ook stijgen.

Taakmutaties

In deze circulaire zijn diverse taakmutaties opgenomen met positieve en negatieve financiële effecten. Omdat bij taakmutaties in de circulaire een direct effect is op de uitvoering van onze taken, verwerken wij de financiële effecten van taakmutaties op de bijbehorende budgetten in onze begroting. Daarmee is het effect van de taakmutaties budgettair neutraal.

Aanschaf leesloeps stembureaus
Het Rijk neemt verschillende maatregelen om de toegankelijkheid van de verkiezingen te vergroten, onder meer voor kiezers met een lichamelijke beperking. Een maatregel is dat vanaf 1 januari 2019 in alle stembureaus leesloeps aanwezig moeten zijn. Hiervoor ontvangen wij dit jaar € 1.000.

Toezicht en handhaving kwaliteit peuterspeelzalen
De taken van de GGD worden uitgebreid door de aanpassing van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Dit brengt extra kosten met zich mee. Hiervoor worden extra middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. De GGD zal onder meer moeten toezien op de uitvoering van voorschoolse educatie op de locatie. De extra middelen zijn gericht op extra toezicht en handhaving. Dit is voor Coevorden een bedrag van € 1.000 in 2018 en jaarlijks € 3.000 vanaf 2019.

Toezicht en handhaving kinderopvang en gastouderopvang
Het Ministerie van SZW en de VNG hebben afgesproken dat vanaf 2019 vanuit de decentralisatieuitkering ‘Voorschoolse voorziening peuters’ € 10 miljoen beschikbaar wordt gesteld voor toezicht en handhaving op kinderopvang en gastouderopvang. Dit betekent een toevoeging van € 16.000 als taakmutatie. Onder het kopje ‘IU/DU/SU’ informeren wij u over een uitname uit de DU ‘Voorschoolse voorziening peuters’.

Rijksvaccinatieprogramma
In de decembercirculaire 2016 is aangekondigd dat het Rijksvaccinatieprogramma wettelijk verankerd wordt in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Met deze wetswijziging wordt een deel van de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeenten gebracht. Het jaar van invoering daarvan is 1 januari 2019. Om die reden worden nu de middelen hiervoor structureel overgeheveld naar het gemeentefonds. Dit is voor ons een effect van € 64.000.

Jeugdhulp aan kinderen in een AZC
Gemeenten zijn op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor passende jeugdhulp aan kinderen, waaronder ook asielzoekerskinderen die nog geen verblijfsvergunning hebben. Bij de invoering van de decentralisaties in het sociaal domein hebben het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het COA namens gemeenten de uitvoering op zich genomen. Er werd jaarlijks een bedrag van € 3 miljoen uitgenomen uit het jeugdbudget binnen het gemeentefonds en overgeboekt naar het Ministerie van J&V.

Vanaf 2019 worden gemeenten volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van de jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Voor de financiering van deze taak wordt een aparte decentralisatie-uitkering ingesteld. Het binnen het gemeentefonds beschikbare bedrag van € 3 miljoen wordt daarom niet meer jaarlijks (incidenteel) maar structureel overgeheveld vanuit de algemene uitkering naar deze decentralisatie-uitkering. Bij de meicirculaire 2019 zullen ook de beschikbare middelen van de begroting van J&V worden toegevoegd aan deze decentralisatie-uitkering. Deze structurele uitname betekent voor ons een nadelig effect van € 6.000 in 2019 en 2020 en € 7.000 vanaf 2021. In de decembercirculaire 2018 zal, op basis van voorlopige cijfers van het aantal kinderen dat verblijft in een AZC, de voorlopige bedragen voor 2019 worden opgenomen. Vervolgens, in de decembercirculaire 2019, zullen die bedragen definitief worden bepaald op basis van het
daadwerkelijk aantal kinderen.

Academische component kinder- en jeugdpsychiatrie
Er is geconstateerd dat de directe bekostiging van de academische centra voor kinder- en jeugdpsychiatrie via gemeenten te kwetsbaar is geworden. Dit geldt specifiek voor die academische centra waarvan de financiering niet volledig via het Landelijk Transitiearrangement verloopt. Er is besloten om vanaf 2019 de academische functie van de vier academische centra Accare, de Bascule, Curium en Karakter vanuit vier accounthoudende gemeenten te financieren. Dit zijn Groningen, Amsterdam, Leiden en Nijmegen. Hiervoor worden middelen vanuit de algemene uitkering overgeheveld naar de integratie-uitkering Voogdij/18+ en aan deze vier gemeenten toebedeeld. Dit betekent voor ons een uitname van € 9.000 in 2019 en 2020 en een uitname van €
10.000 vanaf 2021.

Uitvoeringskosten SVB PGB’s
Er geldt een taakmutatie over de Uitvoeringskosten SVB voor PGB-trekkingsrechten. Op basis van de conceptbegroting 2019 van de SVB wordt een eenmalige uitname uit het gemeentefonds gedaan in 2019. Dit is voor de uitvoering van de PGB’s voor de WMO en de jeugdzorg. Over (onderdelen van) de conceptbegroting 2019 van de SVB zullen intensievere gesprekken worden gevoerd in aanloop naar vaststelling van de definitieve begroting 2019. Op basis hiervan zullen de bedragen in de decembercirculaire 2018 indien nodig bijgesteld worden. De uitname betekent voor ons een eenmalige negatieve bijstelling van € 84.000.

IU/DU/SU

Voorschoolse voorziening peuters
In 2016 zijn afspraken gemaakt tussen het Ministerie van SZW en de VNG met als doel om alle peuters de mogelijkheid te geven om naar een voorschoolse voorziening te gaan. Daarvoor ontvangen gemeenten een decentralisatie-uitkering. Het bedrag van deze uitkering kent een oplopend karakter. Landelijk gaat het om een bedrag oplopend naar € 60 miljoen in 2021. Dit zou voor Coevorden € 160.000 betekenen. Ter vergelijking; dit jaar houden wij in onze begroting rekening met € 80.000 op basis van de voorgaande circulaires. Het bedrag is gebaseerd op de aanname dat er landelijk ongeveer 40.000 peuters zijn die niet bereikt worden door gemeenten en die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en/of voorschoolse educatie. Er is afgesproken dat het Ministerie van SZW en de VNG een monitor opzetten om onder meer de ontwikkeling te volgen van het aantal peuters dat naar een voorschoolse voorziening gaat. 

Uit de eerste meting van de monitor uit 2017 blijkt dat de groep peuters die niet bereikt worden door gemeenten en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag veel kleiner is dan de 40.000 peuters waar in de bestuurlijke afspraken van werd uitgegaan. De uitkomst van deze meting was aanleiding voor SZW en de VNG om met elkaar in gesprek te gaan over het herzien van de bestuurlijke afspraken. 

SZW en de VNG zijn overeengekomen de peutermiddelen vanaf 2019 niet verder op te laten lopen dan € 30 miljoen. Dit betekent dat vanaf 2019 de bedragen en de verdeling van 2018 zullen worden aangehouden. Het oplopende karakter van de uitkering verdwijnt. Dit betekent voor Coevorden een negatieve bijstelling van € 27.000 in 2019, oplopend naar € 80.000 in 2022. Het budget dat wij in 2018 ontvangen, € 80.000, blijft dus structureel op dit niveau. Zoals onder het kopje ‘Toezicht en handhaving kinderopvang en gastouderopvang’ bij de bovenstaande taakmutaties aangegeven, komt een deel van de uitname ten goede aan toezicht op en handhaving van kinderopvang en gastouderopvang. Over de besteding van de overige middelen in 2020 en 2021 en verder vindt nog overleg plaats. Wij verwachten in de meicirculaire 2019 meer informatie hierover.
 
IU Sociaal domein

Decentralisatie Participatiewet
Op het beschikbare budget voor 2018 voor de decentralisatie-uitkering ‘Bonus beschut werken’ is een bedrag overgebleven. Het kabinet heeft besloten dat de resterende middelen voor de gehele looptijd van de bonusregeling beschikbaar blijven voor gemeenten. Dit betekent dat wij dit jaar eenmalig € 25.000 ontvangen.

Opmerkingen

InterBestuurlijk Programma (IBP)
In de septembercirculaire is geen informatie opgenomen over het IBP. Dit heeft mogelijk te maken met de aangenomen motie op de ALV van de VNG om het gesprek met de rijksoverheid ‘on hold’ te zetten totdat er overeenstemming is bereikt over de financiën. Hierover zal het Rijk in november 2018 met een standpunt komen.

3D-taken sociaal domein
In de meicirculaire 2018 is voor € 7 miljard geïntegreerd in de algemene uitkering. Enkele taken hebben nog de vorm van een integratie-uitkering. De voogdijregeling / 18 + regeling zal naar verwachting in 2020 overgaan naar de algemene uitkering, Beschermd wonen in 2021. De WSW zal waarschijnlijk niet worden overgeheveld naar de algemene uitkering, maar de vorm van een decentralisatie-uitkering aannemen. De nieuwe en/of aangepaste eenheden waarmee het Rijk de integratie van het sociaal domein in de algemene uitkering berekent, zijn nog niet volledig duidelijk. Daarom hebben wij bij het berekenen van de algemene uitkering ons gebaseerd op de eenheden die door het Ministerie van BZK worden gehanteerd.

Loondispensatie
De invoering van loondispensatie gaat niet door. Het brengt niet de vereiste vereenvoudiging. Daarmee vervallen tevens de toegezegde extra middelen voor beschutte werkplekken die in deze circulaire bekend gemaakt zouden worden.

 

Na verwerking van de septembercirculaire is de omvang van het gemeentefonds als volgt. 

 

OMVANG UITKERING GEMEENTEFONDS
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
Algemene uitkering 51.467 52.305 52.826 53.316
IU/DU/SU
Brede impuls combinatiefuncties/buurtsportcoaches 62 62 62 62
Decentralisatie provinciale taken VTH 189 189 189 189
Gezond in de stad 97 97 97 -
Voorschoolse voorziening peuters 80 80 80 80
Armoedebestrijding kinderen 176 176 176 176
Schulden en armoede 47 47 - -
Subtotaal IU/DU/SU 651 651 604 507
IU Sociaal domein
Participatie 4.079 3.849 3.767 3.656
Voogdij / 18+ 927 927 927 927
Subtotaal IU sociaal domein 5.006 4.776 4.694 4.583
Totale omvang uitkering gemeentefonds 57.124 57.732 58.124 58.406

Belastingen en leges

Terug naar navigatie - Belastingen en leges

In de kaderbrief hebben wij de opbrengsten uit de belastingen en leges verhoogd met een prijsstijging van 1,6%. Dit betekent een verhoging van de inkomsten met € 135.000. Dit is de verhoging van de Onroerende zaakbelasting en de forensenbelasting. De stijging van deze belastingen leidt tot vrije begrotingsruimte en ze dienen als algemeen dekkingsmiddel voor onze begroting. Wij hebben ook de huren en pachten met de prijsstijging van 1,6% verhoogd. Daardoor stijgen de inkomsten uit de huren en pachten met € 21.000. De opbrengst van de toeristenbelasting hebben wij eenmalig met € 70.000 naar beneden bijgesteld in 2019. Het tarief blijft het zelfde als in 2018: € 1,25 per persoon per overnachting. 

Het uitgangspunt voor de kostendekkende tarieven, zoals de rioolheffing, afvalstoffenheffing en begraafplaatsrechten, is dat de opbrengsten stijgen met 1,6%. Omdat hier een stijging van de kosten tegenover staat, leidt een stijging van deze opbrengsten niet tot vrije begrotingsruimte.

ONTWIKKELING INKOMSTEN
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
Leges omgevingsvergunning Wabo -132 -132 -132 -132
Totaal -132 -132 -132 -132

Leges omgevingsvergunning Wabo, structureel nadeel € 132.000
Zoals wij in de Halfjaarrapportage 2018 hebben vermeld, zien wij dat de ontvangsten uit de leges voor omgevingsvergunningen achterblijven bij de prognoses. Het aantal aangevraagde bouwvergunningen ligt weliswaar in de lijn van onze verwachtingen, maar de gemiddelde bouwsom per aanvraag is lager dan wij hadden verwacht. Voor 2019 hielden wij in de begroting rekening met een opbrengst van € 959.000. Wij zijn voorzichtig in onze inschatting en baseren de begroting van 2019 op de realisatie van de eerste helft van 2018. De inkomsten zijn dan € 132.000 lager dan begroot en komen uit op € 827.000. Dit betekent iets voor de kostendekkendheid van onze tarieven. Wij gaan hier in de paragraaf lokale heffingen verder op in. 

Ontwikkeling uitgaven

Welke uitgaven lichten we toe?

Terug naar navigatie - Welke uitgaven lichten we toe?

Nadat de kaderbrief is verschenen, hebben wij de ontwikkelingen vertaald naar de begroting voor 2019. Wij informeren u op deze pagina over de uitwerking van de volgende ontwikkelingen: 

  • Loon- en prijsontwikkelingen
  • Autonome ontwikkelingen
  • Verbonden partijen 
  • Reeds geaccordeerd nieuw beleid
  • Overige ontwikkelingen 
  • Meerjaren investeringsprogramma (MIP)

De verbonden partijen hebben wij verwerkt zoals in de kaderbrief weergegeven. Daarop hebben geen wijzigingen plaatsgevonden en daarom lichten wij deze niet toe. 

Lonen en prijzen

Terug naar navigatie - Lonen en prijzen

Loonontwikkeling 
De huidige cao loopt tot 1 januari 2019. Ten tijde van de kaderbrief was er nog geen informatie over de te verwachten ontwikkelingen in een nieuwe cao. Over de aanpassing van sociale premies zoals pensioenpremies was ook nog geen informatie bekend. Wij hebben in de kaderbrief rekening gehouden met de ontwikkeling van salarissen en sociale lasten op basis van het indexcijfer ‘loonvoet sector overheid’. Dit percentage is 2,7% voor 2019. Het bedrag dat hiermee is gemoeid is € 460.000. 

Bij de samenstelling van de Programmabegroting 2019 was er nog geen nieuwe informatie over de cao. Wij hebben de loonontwikkeling berekend op basis van een stijging van de cao met 1,4%. De pensioenpremies stijgen met 2,2%. Het gewogen gemiddelde van deze stijgingen is 2,7% en ligt in lijn met het bedrag van de kaderbrief.

Er is sprake van een structureel nadeel van € 69.000. Dit bedrag is opgebouwd uit € 55.000 vanwege de aanpassing van functieschalen in het sociaal domein en € 14.000 vanwege een wijziging in de cao voor colleges van burgemeester en wethouders en raadsleden. In de laatste jaarschijf is daarnaast sprake van een verschil van € 11.000 op gratificaties voor ambtsjubilea.

Prijsontwikkeling
In de kaderbrief hebben wij 1,6% prijscompensatie op onze uitgaven geraamd. Hier is een bedrag van € 340.000 voor opgenomen in het meerjarenperspectief. Hiervan is € 70.000 voor prijscompensatie op de subsidies. Deze hebben wij conform de kaderbrief verwerkt. Een bedrag van € 270.000 is bestemd voor prijscompensatie op de programma’s. In overleg met de betrokken budgethouders is een prijsindexatie toegepast op de verschillende budgetten. De totale prijscompensatie bedraagt € 270.000.

De prijscompensatie in het sociaal domein hebben wij verwerkt met middelen die wij in de maart- en meicirculaire van het gemeentefonds hebben ontvangen. Via de integratie-uitkering sociaal domein binnen de algemene uitkering hebben wij namelijk een bedrag voor loon- en prijscompensatie op het sociaal domein ontvangen. Vanaf volgend jaar is de financiering van het sociaal domein, op enkele onderdelen na, geïntegreerd in de algemene uitkering. Vanaf volgend jaar houden wij daarom bij de kaderbrief en programmabegroting rekening met prijscompensatie op het sociaal domein. De werkwijze is dan gelijk aan de andere vijf programma’s.

Samengevat zijn de verschillen ten opzichte van de kaderbrief als volgt: 

ONTWIKKELING LONEN EN PRIJZEN
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
Functionele schalen en cao college en raad -69 -69 -69 -80
Totaal -69 -69 -69 -80

Autonome ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Autonome ontwikkelingen

De autonome ontwikkelingen van de kaderbrief hebben wij verwerkt. Het betreft lagere inkomsten uit pacht van Ermerzand, hogere pachtinkomsten van de zonneakker op de Watering en lagere inkomsten uit leges voor rijbewijzen en reisdocumenten.

Aanvullend is er sprake van een nadeel van € 35.000 vanaf 2021. Dit betreft een verlaging van de huurinkomsten doordat een huurder van één van onze gebouwen de overeenkomst heeft opgezegd vanaf 2021. Wij hebben de huurprijs voor een nieuwe huurder herberekend op basis van de  huidige marktomstandigheden. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de huur met € 35.000.  

Samengevat zijn de verschillen ten opzichte van de kaderbrief als volgt: 

AUTONOME ONTWIKKELINGEN
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
Huurderving Kasteel 5 - - -35 -35
Totaal - - -35 -35

Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Verbonden partijen

In de kaderbrief hebben wij het financiële effect van de verbonden partijen opgenomen. Op basis van de ontwerpbegrotingen en kaderbrieven van de verbonden partijen hebben wij de budgetten aangepast voor de Emco-groep, Veilig Thuis Drenthe (door de GGD), de GGD, Recreatieschap Drenthe, de RUD en de VRD. Aanvullend op deze wijzigingen doet zich een effect voor bij de RUD.  Voor het uitwerken en uitvoeren van een ontwikkelprogramma heeft de RUD aan een deelnemerbijdrage gevraagd. Voor ons betekent dit een bedrag van € 33.000 voor 2020 tot en met 2022. 
 

VERBONDEN PARTIJEN
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
RUD 0 -33 -33 -33
Totaal 0 -33 -33 -33

Reeds geaccordeerd nieuw beleid

Terug naar navigatie - Reeds geaccordeerd nieuw beleid

Wij hebben het reeds geaccordeerde beleid, zoals dat in de kaderbrief is gepresenteerd, verwerkt in de begroting. Dit betekent dat wij een bedrag van structureel € 20.000 voor schoonmaakwerkzaamheden binnen het Arsenaal hebben betrokken in het totaal van het begrotingssaldo.

In de gemeenteraadsvergadering van 18 september jongstleden heeft de raad ingestemd met het voorstel ‘ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. Dit voorstel heeft een structureel effect van afgerond € 29.000. Dit is een verschil ten opzichte van de kaderbrief. 


REEDS GEACCORDEERD NIEUW BELEID
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning -29 -29 -29 29
Totaal -29 -29 -29 29

Overige ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Overige ontwikkelingen

Aanvullend op de kaderbrief hebben wij drie overige wijzigingen verwerkt.

Rijksbijdrage uitkeringverstrekking , structureel nadeel € 55.000 
De voorlopige budgetten voor de verstrekking van uitkeringen vanuit de Wwb, Ioaw, Ioaz en Bbz zijn dit najaar door het Rijk bekendgemaakt. Deze budgetten zijn hoger dan in 2018. Wij lopen een eigen risico van 10% op deze uitgaven. Bij tekorten boven dit eigen risico, kunnen wij een beroep doen op de vangnetregeling van het Rijk. Omdat de rijksbijdrage stijgt, stijgt het eigen risico ook in absolute zin. Wij dekken €55.000 meer af in de begroting. Dit is een structureel nadeel. 

Subsidie bibliotheekwerk, structureel voordeel € 100.000
Vanaf 2019 gaat de hele provinciale subsidie voor exploitatie van eerstelijns bibliotheekwerk via de gemeenten lopen en niet meer deels via de provinciale subsidie aan Biblionet Drenthe. Wij ontvangen dan jaarlijks € 100.000 voor de toegankelijkheid en spreiding van het bibliotheekwerk met onder andere de voorwaarde dat wij niet bezuinigen op onze eigen bijdrage aan het bibliotheekwerk. Voordat de effecten van de verlegging van provinciale middelen duidelijk waren, zijn er al afspraken gemaakt met de Stichting over de verrekening van de compensatie vanuit de provincie met de structurele subsidieverhoging. Dit betekent dat de provinciale subsidie tot een structureel voordeel in onze begroting leidt.

Overdracht molens aan Stichting het Drentse Landschap, structureel voordeel 
Wij zijn al enige tijd in gesprek met Stichting het Drentse Landschap om tot een overdracht te komen van zeven molens. Het beheren en behouden van molens beschouwen wij niet als een gemeentelijke kerntaak. Met de stichting zijn wij overeengekomen dat wij gefaseerd de zeven molens gaan overdragen. Hiervoor ontvangt u van ons een separaat raadsvoorstel. De overdracht gaat gepaard met een subsidie van € 1,5 miljoen. Hiermee helpen wij met het overbruggen van de kosten voor onderhoud en exploitatie. Door de overdracht kunnen wij de budgetten voor het beheer, onderhoud en de exploitatie van de molens naar € 0 brengen. Dit leidt tot een structureel voordeel.  

 

OVERIGE ONTWIKKELINGEN
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
Eigen risico op uitkeringverstrekking -55 -55 -55 -55
Subsidie bibliotheekwerk 100 100 100 100
Overdracht molens aan Stichting het Drents Landschap 30 80 120 120
Totaal 75 125 165 165

Meerjaren Investerings Programma (MIP)

Terug naar navigatie - Meerjaren Investerings Programma (MIP)

Wij hebben onze investeringen voor de komende vier jaren geactualiseerd. Deze investeringen hebben wij vertaald naar de kapitaallasten (rente en afschrijving) over de verwachte levensduur van deze objecten. Het volume van de investeringen is als volgt. 

MEERJARENINVESTERINGSPROGRAMMA
Bedragen x € 1.000
2018 2019 2020 2021 2022
Tractie 1.180 690 665 473 510
Rioleringen 400 1.546 1.191 2.060 1.825
Onderwijshuisvesting 0 0 0 0 0
Openbare ruimte 448 428 728 428 428
Huisvesting 400 120 35 0 0
Totaal 2.428 2.784 2.619 2.961 2.763

De kapitaallasten hebben wij ten laste van de stelpost vervangingsinvesteringen gebracht. Daarom hebben deze investeringen geen effect op het saldo van de meerjarenbegroting. De kapitaallasten zijn als volgt.  

EFFECTEN MEERJARENINVESTERINGSPROGRAMMA
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Tractie 19 38 37 5
Rioleringen 3 3 3 88
Onderwijshuisvesting 0 0 0 0
Openbare ruimte 0 0 0 33
Huisvesting 0 11 15 15
Totaal 22 52 55 141

Uitgangspunten van deze begroting

Op welke uitgangspunten hebben wij onze begroting gebaseerd?

Terug naar navigatie - Op welke uitgangspunten hebben wij onze begroting gebaseerd?
  • Voor de prijsontwikkeling en subsidies hebben wij rekening gehouden met een indexatie van 1,6%.
  • De loonsom is gebaseerd op de cao gemeenteambtenaren. De looptijd van de huidige cao is tot 1 januari 2019. Bij de samenstelling van de Programmabegroting 2019 was er nog geen nieuwe cao of informatie over de mogelijke financiële effecten van een nieuwe cao. Daarom hebben wij voor 2019 rekening gehouden met een loonstijging van 1,4%. Dit is een aanname op basis van het indexcijfer 'loonvoet sector overheid' die wij bij de Kaderbrief 2019 hebben gehanteerd. Dit was 2,7% voor een heel jaar. Ook hebben wij rekening gehouden met een toename van de werkgeverspremie voor pensioenen.
  • Onze opbrengsten (belastingen, leges, heffingen, huren en pachten) hebben wij verhoogd met 1,6% op basis van het vastgestelde prijsindexcijfer in de kaderbrief. Waar wij afwijken van deze indexatie, hebben wij dit vermeld en toegelicht.
  • De begroting is gebaseerd op constante prijzen.
  • Voor de berekening van rentekosten hanteren wij een vaste interne rekenrente van 3,0%.
  • Als methodiek voor de wijze van afschrijven passen wij de methode van lineair afschrijven toe.
  • Wij voegen bespaarde rente toe aan de reserves tegen een rentepercentage van 1,5%.
  • Wij verwachten in de komende jaren geen langlopende geldleningen aan te hoeven trekken.
  • De structurele budgettaire consequenties van de Halfjaarrapportage 2018 maken onderdeel uit van het meerjarenperspectief.
  • In de begroting zijn de effecten van de septembercirculaire 2018 verwerkt.
  • De jaarschijf 2021 vormde de basis voor de jaarschijf 2022. Wij hebben cyclische ritmes en kapitaallasten geactualiseerd.

Onvoorzien
Wij hebben een stelpost voor onvoorziene uitgaven van structureel € 100.000. Bij uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn, kunnen wij een beroep doen op dit budget. Wanneer dit aan de orde is, dan rapporteren wij u daar over in de Halfjaarrapportage 2019, door middel van een separaat raadsvoorstel of het jaarverslag 2019.

Stelpost vervangingsinvesteringen
Wij hebben een stelpost voor vervangingsinvesteringen in onze begroting opgenomen. Het volume van deze stelpost is € 290.000.

Vennootschapsbelastingplicht voor gemeenten
Op 1 januari 2016 is de ‘Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen’ in werking getreden. Op grond van deze wet moeten gemeenten vennootschapsbelasting gaan betalen over eventuele winsten die met ondernemingsactiviteiten worden gerealiseerd. Evenals in 2018 verwachten wij dat wij voor het jaar 2019 geen vennootschapsbelasting hoeven af te dragen. Wij blijven de actualiteiten rondom de vennootschapsbelasting voor gemeenten volgen en informeren uw raad daarover als dit van toepassing is.

Structureel begrotingssaldo

Terug naar navigatie - Structureel begrotingssaldo

Presentatie van het structureel begrotingssaldo

Normaal gesproken brengen wij de nadelige begrotingssaldi ten laste van de algemene reserve en storten wij positieve begrotingssaldi in de algemene reserve. Gezien de voorstellen in deze begroting is deze werkwijze niet meer passend. Wij stellen namelijk voor om jaarlijks € 2 miljoen in de algemene reserve te storten om de vermogenspositie verder te versterken. Daarnaast brengen wij de bestaande begrotingsoverschotten (vanuit begrotingen van voorgaande jaren) in beeld op een nieuwe stelpost ‘vrije begrotingsruimte’.

Met deze werkwijze is de structurele begrotingsruimte inzichtelijk op de stelpost vrije begrotingsruimte. Voorstellen voor nieuw beleid en negatieve en/of begrotingssaldi brengen wij ten laste of ten gunste van deze vrije begrotingsruimte.

In onderstaand overzicht laten wij het geprognosticeerd saldo van de meerjarenbegroting uit bovenstaande tabel zien. Wij vullen dit aan met de informatie over de reeds aanwezige vrije begrotingsruimte.

Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel evenwicht, is het van belang dat inzicht wordt geboden in het incidentele of structurele karakter van de baten en lasten. Daarom nemen wij altijd een overzicht op van de incidentele baten en lasten. Wij betrekken het resultaat van dit overzicht bij het structurele begrotingssaldo. Hiermee geven wij ook invulling aan het advies van de commissie BBV over de presentatiewijze van het structureel begrotingssaldo
(publicatie augustus 2018).

Uit onderstaand overzicht blijkt dat de begroting meerjarig positief en in evenwicht is. 

STRUCTUREEL BEGROTINGSSALDO
(bedragen x € 1.000)
2019 2020 2021 2022
Geprognosticeerd saldo -90 762 1.475 1.917
Stelpost vrije begrotingsruimte 1.645 1.343 1.159 1.159
Saldo meerjarenraming 1.555 2.105 2.634 3.076
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) -106 -68 23 23
Structureel begrotingssaldo 1.449 2.037 2.657 3.099

Ontwikkeling reservepositie

Algemene reserve

Terug naar navigatie - Algemene reserve

In de afgelopen jaren is de omvang van de algemene reserve aanzienlijk gegroeid. Dit hebben wij bereikt door incidentele voordelen, begrotingsoverschotten en het risicobudget in de algemene reserve te storten. In de komende jaren houden wij onze begrotingsdiscipline vast en blijven wij alert op de ontwikkeling van ons eigen vermogen. Over de omvang van de algemene reserve en de solvabiliteit hebben wij doelstellingen  afgesproken.

Wij verwachten dat de algemene reserve zich in de komende jaren als volgt zal ontwikkelen. Welk effect dit heeft op de solvabiliteit, hebben wij onder de tabel weergegeven. 

VERLOOP ALGEMENE RESERVE
(bedragen x € 1.000)
Realisatie Prognose Begroting Begroting Begroting Begroting
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Stand algemene reserve begin boekjaar 14.104 20.306 22.412 23.681 26.002 28.375
Toevoegingen aan de reserve
Rente 1,5% 212 299 381 396 448 508
Storting resultaat jaarrekening 2016 3.928 - - - - -
Storting resultaat halfjaarrapportage 2017 2.486 - - - - -
Resultaat jaarrekening 2017 - 3.105 - - - -
Storting resultaat halfjaarrapportage 2018 - 1.158 - - - -
Reguliere stortingen, zoals verkoopopbrengsten 2.584 - - - - -
Toevoeging middelen reserve sociaal domein - - 2.000 - - -
Structurele versterking vermogenspositie 2.212 3.125 2.000 2.000 2.000 2.000
Totaal toevoegingen 11.422 7.687 4.381 2.396 2.448 2.508
Onttrekkingen aan de reserve -5.220 -5.581 -3.112 -75 -75 -75
Stand algemene reserve eind boekjaar 20.306 22.412 23.681 26.002 28.375 30.808

Incidentele en structurele mutaties in de reserves en voorzieningen

Terug naar navigatie - Incidentele en structurele mutaties in de reserves en voorzieningen

Onderstaand hebben wij de mutaties in de reserves en voorzieningen gesplitst naar structurele en incidentele mutaties. Dit overzicht is één van de voorgeschreven overzichten in het kader van het BBV en geeft uw raad extra inzicht in de mutaties in de reserves. 

Een overzicht van alle mutaties in de reserves en voorzieningen in de komende vier jaren is opgenomen onder de tegel 'Bijlagen'. 

OVERZICHT MUTATIES RESERVES EN VOORZIENINGEN 2019
Bedragen x € 1.000
Naam reserve/voorziening Toe-voeging* Toelichting Ont-trekking Toelichting
Structurele mutaties
Reserves
Algemene reserve 2.097 Structurele toevoegingen 75 Planschade
Vastgoed 0 88 Onderhoud
Onderhoud sportcomplex De Swaneburg 76 Onderhoud Swaneburg en Drostenhal 0
Regio Specifiek Pakket (RSP) 378 Jaarlijkse storting na actualisatie 90 Jaarlijkse onttrekking na actualisatie
Plopsaland 20 Jaarlijkse onttrekking
Kapitaallasten Hof van Coevorden 70 Jaarlijkse onttrekking
Voorzieningen
Rioleringen 163 Riolering
Voorziening oud-wethouders 38 Pensioenuitkeringen
Totaal structurele mutaties 2.551 543
Incidentele mutaties
Reserves
Algemene reserve 2.000 Vrijval reserve sociaal domein 81 Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB)
641 Centrumvisie
149 Ambitiedocument omgevingswet
1.500 Beleidsplan wegen
500 Notitie groenonderhoud
166 ICT
Decentralisatie sociaal domein 2.000 Vrijval reserve sociaal domein
Stedelijke vernieuwing 284 Centrumplan
Vastgoed 25 Zwembaden
Cofinanciering BDU 150 BDU-subsidie
Dutch TechZone 812 Budget uitvoeringsplan + projecten
Totaal incidentele mutaties 2.150 6.158
Totaal mutaties 4.701 6.701
* Toevoegingen exclusief € 396.000 rente

Overhead

Welke overhead hebben wij begroot?

Terug naar navigatie - Welke overhead hebben wij begroot?
OVERZICHT OVERHEAD
(bedragen x € 1.000)
2018 2019 2020 2021
Ondersteuning organisatie 6.456 6.410 6.407 6.417
Automatiseringskosten 1.785 1.714 1.713 1.713
Kosten facilitair 679 692 691 662
Huisvestingskosten 351 351 351 351
Overige personele kosten 402 402 402 402
Totaal overhead 9.673 9.568 9.563 9.544

Toelichting incidentele baten en lasten

Wij hebben onderstaande incidentele baten en lasten begroot.

Terug naar navigatie - Wij hebben onderstaande incidentele baten en lasten begroot.

In de komende vier jaren ontwikkelen de incidentele baten en lasten zich als volgt. Het betreft een steeds beperkter deel van onze begroting. Een gedetailleerd overzicht van de incidentele baten en lasten is opgenomen onder de tegel 'Bijlagen'. 

OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Programma Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
Economie, onderwijs en cultuur 2.476 2.392 317 277 - - - -
Werk, jeugd en zorg 2.000 2.000 - - - - - -
Ruimte en leefomgeving 961 833 1.068 1.040 137 160 137 160
Openbare ruimte 2.000 2.000 - - - - - -
Bestuur en organisatie 60 166 - - - - - -
Financiering en dekkingsmiddelen - - - - - - - -
Totaal 7.497 7.391 1.385 1.317 137 160 137 160

Recapitulatie van de programma's

Samenvatting van al onze inkomsten en uitgaven: de recapitulatie

Terug naar navigatie - Samenvatting van al onze inkomsten en uitgaven: de recapitulatie
RECAPITULATIE
Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Lasten (exclusief toevoegingen reserves)
PR 1. Economie, onderwijs en cultuur 3.299 6.417 5.470 3.436 3.296 3.436
PR 2. Werk, jeugd en zorg 39.110 39.425 40.261 40.215 40.109 39.826
PR 3. Ruimte en leefomgeving* 20.108 11.724 11.027 11.359 10.568 10.759
PR 4. Openbare ruimte 9.717 12.179 12.447 10.509 10.484 10.591
PR 5. Bestuur en organisatie* 18.397 19.473 20.624 20.389 20.564 20.538
Totaal lasten 90.631 89.219 89.829 85.908 85.021 85.151
Baten (exclusief onttrekkingen reserves)
PR 1. Economie, onderwijs en cultuur 581 2.172 1.570 887 1.019 1.170
PR 2. Werk, jeugd en zorg 13.365 12.495 12.622 12.622 12.622 12.622
PR 3. Ruimte en leefomgeving* 16.288 6.673 6.819 6.711 6.344 7.197
PR 4. Openbare ruimte 8.974 8.817 9.027 9.085 9.139 9.225
PR 5. Bestuur en organisatie* 1.420 1.157 896 666 701 572
Totaal baten 40.629 31.314 30.933 29.971 29.824 30.785
PR 6. Financiering en dekkingsmiddelen 61.211 66.174 67.164 67.907 68.566 68.754
Overhead lasten 9.754 9.566 9.775 9.670 9.664 9.646
Overhead baten 268 102 102 102 102 102
Saldo exclusief reservemutaties 1.723 -1.195 -1.405 2.401 3.807 4.845
Toevoegingen reserves 11.236 4.124 5.186 2.961 2.765 3.023
Onttrekkingen reserves 9.514 5.319 6.501 1.321 433 95
Saldo reservemutaties -1.723 1.195 1.315 -1.639 -2.331 -2.928
Saldo inclusief reservemutaties 0 0 -90 762 1.475 1.917
* exclusief overhead

Geprognosticeerde balans

Verwachting van de meerjarige ontwikkeling van onze balans

Terug naar navigatie - Verwachting van de meerjarige ontwikkeling van onze balans
BALANS PER 31 DECEMBER
Bedragen x € 1.000
ACTIVA 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Vaste activa
Immateriële vaste activa 0 0 - 0 0 0
Materiële vaste activa 95.748 97.000 95.000 95.000 94.000 93.000
Financiële vaste activa 8.220 7.500 6.300 5.900 5.700 5.700
Totaal vaste activa 103.968 104.500 101.300 100.900 99.700 98.700
Vlottende activa
Voorraden 13.379 12.800 10.600 8.700 5.900 4.200
Uitzettingen korter dan één jaar 8.281 5.200 5.200 5.200 5.200 5.200
Overlopende activa 2.629 2.000 1.900 2.000 2.000 1.900
Liquide middelen 10 0 - 0 0 0
Totaal vlottende activa 24.299 20.000 17.700 15.900 13.100 11.300
Totaal-generaal 128.267 124.500 119.000 116.800 112.800 110.000
PASSIVA 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Vaste financieringsmiddelen
Eigen vermogen 39.127 37.400 38.200 41.600 45.900 50.600
Voorzieningen 2.248 2.000 1.800 1.600 1.400 1.100
Langlopende schulden 75.999 66.900 57.800 49.300 41.700 35.500
Totaal vaste financieringsmiddelen 117.374 106.300 97.800 92.500 89.000 87.200
Vlottende passiva
Kortlopende schulden 3.967 12.200 14.200 17.300 16.800 15.800
Overlopende passiva 6.926 6.000 7.000 7.000 7.000 7.000
Totaal vlottende passiva 10.893 18.200 21.200 24.300 23.800 22.800
Totaal-generaal 128.267 124.500 119.000 116.800 112.800 110.000