Meer
Publicatiedatum: 12-11-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële begroting

Samenvatting financieel meerjarenperspectief 2021-2024

Wij hebben de begroting opgebouwd vanuit de Kaderbrief 2021. In de Kaderbrief is een vooruitblik op hoofdlijnen op de financiën in 2021-2024 opgenomen. Deze hoofdlijnen hebben wij nader uitgewerkt in de Programmabegroting 2021 die voor u ligt. Waar er in de uitwerking verschillen optreden of nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan, laten wij onderstaand de effecten ten opzichte van de Kaderbrief zien. Daarnaast presenteren wij een set aan heroverwegingen, die nodig zijn om een structureel en reëel sluitende begroting aan te bieden. 

Het saldo van de voorliggende begroting is in alle jaren positief, oplopend naar een resultaat van € 1.414.000 in 2024. 

ACTUALISATIE MEERJARENPERSPECTIEF
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Saldo Kaderbrief 2021 -894 -902 -1.360 -1.638
Mutaties Programmabegroting 2021
Ontwikkeling inkomsten
Septembercirculaire -178 49 -283 -212
Belastingen, huren en pachten 70 70 70
Ontwikkeling uitgaven
Loon- en prijsontwikkelingen -165 -165 -165 -165
Autonome ontwikkelingen 106 106 106 106
Verbonden partijen -12 -12 -12 -12
Meerjaren investerings programma 284 342 107 -3
Overige ontwikkelingen -189 -268 -318 563
Vrijval stelpost vrije begrotingsruimte 414 735 1.100 1.100
Saldo na verwerking mutaties -635 -45 -755 -191
Heroverwegingen 1.110 1.175 1.390 1.605
Nieuw saldo meerjarenraming 475 1.130 635 1.414

Bovenstaand perspectief laat in alle vier de jaren positieve bedragen zien. Zonder het laten vrijvallen van de stelpost vrije begrotingsruimte en het besluiten tot heroverwegingen was dit niet mogelijk. Met een pakket van twaalf maatregelen hebben wij de begroting sluitend gemaakt. Daar gaan wij later in dit hoofdstuk onder het kopje 'Heroverwegingen ' op in. 

Ontwikkeling inkomsten

Gemeentefonds, belastingen en leges

Wij hebben de inkomsten voor 2021 geactualiseerd. Dit betreft onder andere de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds op basis van de septembercirculaire. Ook hebben wij de inkomsten uit belastingen en leges geactualiseerd, op basis van bijvoorbeeld het aantal woningen en bedrijfspanden en de Woz-waarde van deze panden. Onderstaand treft u de ontwikkeling van de inkomsten aan, zoals deze zijn gewijzigd ten opzichte van het beeld dat wij bij de Kaderbrief 2021 hadden. 

De septembercirculaire

Meestal verschijnen jaarlijks drie gemeentefondscirculaires: in mei, september en december. De circulaire van mei vertaalt de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september vertaalt de Miljoenennota en de circulaire van december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af.  De septembercirculaire is dus de tweede circulaire van dit jaar.

EFFECTEN SEPTEMBERCIRCULAIRE
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Uitkeringsfactor
Accresontwikkeling - - - -
Nominale ontwikkeling - 180 455 560
Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor -33 -36 -36 -36
Ontwikkeling uitkeringsbasis
Ontwikkeling uitkeringsbasis -180 -361 -394 -428
Hoeveelheidsverschillen -155 -177 -177 -177
WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven -131 -131 -131 -131
Jeugdhulp 2022: aanvulling op extra middelen 2019-2021 574
Corona steunpakket
Lagere apparaatskosten (opschalingskosten) 321
Subtotaal centraal -178 49 -283 -212
Taakmutaties
Waterschapsverkiezingen 6 6 6 6
Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrecht jeugdhulp -12
Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrecht WMO -45
IU/DU/SU
Brede aanpak dak- en thuisloosheid 32 - - -
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten 18 18 18 18
Subtotaal decentraal -1 24 24 24
Totaal effecten septembercirculaire -179 73 -259 -188


Toelichting op de septembercirculaire 

Accressen
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. De rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit wordt de accresontwikkeling genoemd. In de meicirculaire 2020 is aangekondigd dat de accressen voor de uitkeringsjaren 2020 en 2021 vast te klikken op het niveau dat toen is gepubliceerd. Hierdoor wordt er in deze circulaire geen aanpassing gedaan in de accressen in de jaren 2020 t/m 2024. Dit als onderdeel van het compensatiepakket corona. Dat geeft rust en stabiliteit in een roerige tijd. Een mogelijke toe- of afname van de rijksuitgaven leiden in die jaren dus niet tot wijziging van het accres.

De ontwikkeling van de uitkeringsbasis is negatief
Gemeenten kunnen de daling van de uitkeringsbasis goedmaken door evenredig te stijgen met de aantallen. Groeigemeenten lukt dat gemakkelijk, de plattelandsgemeenten moeten hier veelal een veer laten, om helemaal niet te spreken over krimpgemeenten. Voor onze gemeente heeft dit een negatief effect in deze circulaire.

In deze circulaire zijn de nieuwe ramingen verwerkt van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. De mutaties worden voornamelijk veroorzaakt door nieuwe landelijke ramingen van de aantallen bijstandsontvangers en de ontwikkeling van de OZB-maatstaven. De jaarlijkse aanpassing van de gewichten van de maatstaf Ozb is doorgevoerd. Dit wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenoemde rekentarief.

De hoeveelheidsverschillen zijn negatief
Diverse landelijke aantallen zijn opwaarts bijgesteld. Denk aan huishoudens, medicijngebruik met drempel en uitkeringsontvangers minus bijstandsontvangers. Dat heeft een daling van de uitkering tot gevolg. Dit heeft een negatief effect voor onze gemeente en is in deze circulaire verwerkt.

Sociaal domein (jeugdhulp)
Voor 2022 wordt eenmalig aanvullend € 300 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering voor het jeugdhulpbudget. Bij de meicirculaire 2019 was daarvoor reeds € 1 miljard beschikbaar gesteld voor de periode 2019 - 2021.

De compensatie ‘Coronamaatregelen’ vindt in 2020 plaats
Het 1e en 2e compensatiepakket corona is in deze circulaire ook verwerkt. Per saldo ontvangen wij in 2020 een bedrag van circa € 1,2 miljoen. De verwerking hiervan zal ook plaatsvinden in 2020 en is derhalve niet opgenomen in de Begroting 2021. Het effect van het opschorten van de opschalingskorting leidt in 2021 tot een voordeel van € 321.000. 

Belastingen en leges

In de kaderbrief hebben wij de opbrengsten uit de belastingen en leges verhoogd met 1,7% prijsindex. Dit leidt tot een verhoging van de inkomsten met € 147.000. Dit is de verhoging van de Ozb en forensenbelasting en leidt tot vrije begrotingsruimte. Deze inkomsten zijn een algemeen dekkingsmiddel. Wij hebben ook de huren en pachten met 1,7% prijsindex verhoogd conform de kaderbrief. Hier is een bedrag van € 22.000 mee gemoeid. 

Voor de Ozb hebben wij voor 2021 tarieven berekend op basis van de ontwikkeling van de Woz-waarde van panden en de verwachte waardeontwikkeling. In het kader van de heroverwegingen stellen wij voor het tarief voor eigenaren van woningen in 2021 gelijk te houden aan de tarieven van 2020. Wij stellen voor de tarieven voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen te laten stijgen met 3,5%. Deze tarieven moeten in samenhang met de waardeontwikkeling van panden worden bezien. In de paragraaf lokale heffingen gaan wij nader in op de ontwikkeling van de tarieven en laten wij een aantal rekenvoorbeelden zien. 

In de reguliere actualisatie van de belastinginkomsten leidt de toeristenbelasting tot een voordeel vanaf 2022. 

ONTWIKKELING INKOMSTEN
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Toeristenbelasting - 70 70 70
Totaal - 70 70 70

Toeristenbelasting, structureel voordeel € 70.000 vanaf 2022

In 2016 is besloten dat de toeristenbelasting eens per drie jaar met € 0,05 per persoon per overnachting wordt verhoogd. Voorheen werd jaarlijks de inflatie toegepast en dit leidde tot hele geringe aanpassingen van één tot twee cent in het tarief. Met de introductie van een driejarig ritme gaf dit voor langere tijd duidelijkheid voor de toeristische sector over de tarieven en kan er met ronde tarieven worden gewerkt. Het driejarige ritme betekende dat per 2019 de tarieven van € 1,25 naar € 1,30 gingen. Bij de Programmabegroting 2019 hebben wij echter voorgesteld het tarief een jaar te bevriezen in afwachting van de uitkomsten van een Drents onderzoek naar de toeristenbelasting. Dit is in 2020 ook besloten omdat het onderzoek nog niet was afgerond. Het onderzoek heeft mede vanwege de coronacrisis een zodanige vertraging opgelopen dat de uitkomsten er medio 2020 nog niet zijn.

Wij hebben bij de Kaderbrief 2021 aangegeven niet voor het derde jaar de toeristenbelasting willen bevriezen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek. Per 2021 verhogen wij het tarief naar het beoogde bedrag van € 1,30. Wij houden in de begroting meerjarig rekening met een tarief van € 1,30. Per 2022 verhogen wij het tarief naar € 1,35. Daarmee volgen wij het ingezette ritme in 2016, dat een driejaarlijkse verhoging betekent in 2019, 2022, 2025 en zo verder. Dit leidt in de actualisatie van de cijfers vanaf 2022 tot een voordeel van € 70.000. Dit bedrag is gebaseerd op 1,4 miljoen overnachtingen, zoals in onze huidige meerjarenraming is opgenomen.

Ontwikkeling uitgaven

Wij informeren u over de ontwikkeling van de volgende uitgaven: 

  • Loon- en prijsontwikkelingen;
  • Autonome ontwikkelingen; 
  • Verbonden partijen; 
  • Meerjaren Investerings Programma; 
  • Overige ontwikkelingen. 

Lonen en prijzen

Loonontwikkeling
De huidige cao loopt tot 1 januari 2021. Ten tijde van de kaderbrief waren de gesprekken over een nieuwe nog niet gaande. Daarom hebben wij in de kaderbrief de loonontwikkeling berekend op basis van het indexcijfer 'Loonvoet sector overheid' van het Centraal Plan Bureau (CPB). Omdat er tijdens de samenstelling van de Programmabegroting 2021 nog geen nieuwe informatie is over een nieuwe cao, hebben wij de cijfers in de kaderbrief ongewijzigd verwerkt in de begroting. Dat betekent dat wij voor 2021 een loonstijging van € 301.000 hebben afgedekt en voor de jaren vanaf 2022 een bedrag van € 604.000. 

Pensioenpremies, structureel nadeel € 165.000
In de zomer van dit jaar maakte het ABP de prognoses voor de pensioenpremies in 2021 bekend. De verwachting is dat de premies voor het ouderdoms-, nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen in 2021 stijgen. Lagere beleggingsopbrengsten en een lage rente leiden er toe dat de premies zullen stijgen. Eind november wordt het besluit over de hoogte van de pensioenpremies genomen. De stijging van het werkgeversdeel van de premie hebben wij verwerkt in onze begroting. Dit leidt tot een structureel nadeel van € 165.000.

ONTWIKKELING LONEN EN PRIJZEN
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Pensioenpremies -165 -165 -165 -165
Totaal -165 -165 -165 -165

Autonome ontwikkelingen

De autonome ontwikkelingen van de kaderbrief hebben wij verwerkt. Het betreft hogere kosten voor de uitvoering van Wmo-taken en Jeugdzorg. 
Daarnaast doet zich een voordeel voor op de inkomsten uit de leges voor bouwvergunningen (omgevingsvergunningen). Op basis van het aantal aanvragen in 2019 en 2020 en de gemiddelde bouwsommen hebben wij de verwachte opbrengst uit leges voor omgevingsvergunningen doorgerekend. Op basis van deze beoordeling verwachten wij vanaf 2021 een structureel voordeel van € 106.000. 

AUTONOME ONTWIKKELINGEN
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Bouwvergunningen 106 106 106 106
Totaal 106 106 106 106

Verbonden partijen

De budgetten voor de verbonden partijen hebben wij geactualiseerd naar aanleiding van de Kaderbrief 2020. Daarin hebben wij de kaderbrieven en ontwerpbegrotingen van de verbonden partijen weergegeven.
Ten opzichte van de kaderbrief doet zich een klein verschil voor op de begroting van de GGD voor het onderdeel Veilig Thuis Drenthe (VTD). Dit bedrag is € 12.000 hoger dan in de kaderbrief. 

VERBONDEN PARTIJEN
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Veilig Thuis Drenthe -12 -12 -12 -12
Totaal -12 -12 -12 -12

Meerjaren Investerings Programma (MIP)

De actualisatie van de investeringen leidt tot gewijzigde kapitaallasten voor 2021-2024, door bijvoorbeeld het toevoegen van nieuwe investeringen, het vrijvallen van oude investeringen en het opschuiven van geplande investeringen. Een belangrijke wijziging in de investeringsplanning vloeit voort uit het Integraal Huisvestings Plan (IHP) voor het onderwijs. Het gaat bijvoorbeeld om voorbereidingskredieten voor het voortgezet onderwijs (De Nieuwe Veste) en het primair onderwijs (Schoonoord) en tijdelijke huisvesting (Dalen, tijdens de renovatie van de Burgemeester Wessels Boer-school).

In bijlage 8 hebben wij een totaaloverzicht van de mutaties in de stelpost vervangingsinvesteringen opgenomen. Dat overzicht sluit af met het saldo van de stelpost, zoals dat in onderstaande samenvatting op de derde regel staat vermeld: € 324.000 in 2021, oplopend naar € 447.000 in 2024.  

De bedragen op deze stelpost zijn in lijn met de eerdere besluitvorming. Wij zien echter dat in het ideaalcomplex van investeringen, de vrijval van oude investeringen en het doen van nieuwe investeringen, er beperkte verschillen in de kapitaallasten optreden. Een structureel budget van € 200.000 is daarom vrij ruim om de schommelingen op te vangen. Wij stellen daarom voor om het bedrag in 2021 grotendeels vrij te laten vallen en vanaf 2022 structureel te verlagen van € 200.000 naar € 100.000.
Wij vinden dit verantwoord om de volgende redenen: 
- Wanneer wij gedurende het begrotingsjaar 2021 (spoed)investeringen moeten doen die wij nu niet kunnen voorzien, dan zal de investering in 2021 pas tot rente en afschrijving (kapitaallasten) in 2022 leiden.
- Wij stellen u bij de ontwikkelingen en ambities in deze begroting voor om € 40.000 voor onderzoek naar fietsverbindingen te dekken uit de stelpost vervangingsinvesteringen, onderdeel mobiliteit.
- Ook hebben wij een stelpost onvoorzien voor onvoorziene, onuitstelbare en onvermijdbare kosten.

Samen met deze aanpassing zien wij de mogelijkheid om vanaf 2024 een structurele kapitaallast van € 200.000 af te dekken voor toekomstige investeringen in de renovatie of nieuwbouw van De Nieuwe Veste. De renovatie/nieuwbouw wordt momenteel onderzocht en verkend.

Het resultaat van de aanpassingen betekent dat het overschot vrijvalt in het totaal van de begroting.

EFFECT VERVANGINGSINVESTERINGEN
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Beschikbaar 265 261 436 437
Mutaties 59 224 -133 10
Saldo 324 485 303 447
Vrijval in begrotingsresultaat 284 342 107 -3
Omvang stelpost na mutaties 40 143 196 450
De opbouw van de stelpost vervangingsinvesteringen is na deze mutaties als volgt.
OPBOUW STELPOST VERVANGINGSINVESTERINGEN
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Reguliere vervangingsinvesteringen 100 100 100
Mobiliteit 40 35 36 37
Sport 8 60 113
Onderwijshuisvesting De Nieuwe Veste 200
Totaal 40 143 196 450

Overige ontwikkelingen

Diverse ontwikkelingen leiden tot een structureel nadeel in de jaren 2021 tot en met 2023. Doordat de actualisatie van het gemeentefonds in 2024 positief uitpakt, is het effect in 2024 positief. Onder de tabel lichten wij u de verschillen verder toe. 

OVERIGE ONTWIKKELINGEN
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Uitkeringverstrekking -316 -316 -316 -316
Actualisatie economische visie 146 73 -109 -109
Actualisatie schijf 2024
Algemene uitkering gemeentefonds 670
Ambities programmabegroting 2019: verkiezingen 25 25
Ambities programmabegroting 2019: burgerzaken 200
Ambities programmabegroting 2019: kunst en cultuur 45 45
Ambities programmabegroting 2019: omgevingswet 61 61
Kleine verschillen -19 -25 -24 -13
Totaal -189 -268 -318 563

Uitkeringverstrekking, structureel nadeel € 316.000
In de afgelopen jaren hebben wij het eigen risico dat wij op uitkeringverstrekking lopen, naar beneden bijgesteld naar 2,5%. Gezien de toenmalige rijksbudgetten, aantallen uitkeringen en het economische tij was dat een realistische en nog steeds behoedzame keuze. Nu de verwachting is dat het aantal inwoners dat een beroep zal doen op een uitkering toe zal nemen, is het verstandig hier op te anticiperen. Wij dekken in 2021 5% van het eigen risico af. In welke mate de uitgaven zullen toenemen en dit voldoende is, is onzeker. Wij zien wel dat de rijksbijdrage voor volgend jaar hoger is dan wij rond de zomer op basis van de budgetten voor 2020 verwachtten. Wij blijven ondanks deze aanpassingen een financieel risico houden op dit onderdeel.

Economische visie
Het projectenbudget voor de economische visie hebben wij over meerdere jaren uitgespreid. Het projectenbudget betreft € 545.000. Dit is beschikbaar gesteld voor de periode 2020-2022. Dit smeren wij uit over de periode tot en met 2024, zoals in het Jaarverslag 2019 aangekondigd. Het projectenbudget per jaar is in plaats van drie maal € 182.000 (2020, 2021, 2022) vijf maal € 109.000. Het naar achter schuiven van deze budgetten leidt in 2021 en 2022 tot voordelen en in 2023 en 2024 tot nadelen. Per saldo is het effect in de komende vier jaren € 0. 

Actualisatie jaarschijf 2024
Wij hebben de jaarschijf 2024 geactualiseerd. De basis hiervoor is het doortrekken van de jaarschijf 2023. De raming voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds is daarbij in 2024 hoger dan in 2023. Dat leidt tot een voordeel. Ook hebben wij de budgetten die niet structureel zijn toegekend, beoordeeld. Dit betreft met name de ambities die bij de programmabegroting 2019 en 2020 zijn toegekend. De raad heeft op een aantal beleidsterreinen tijdelijke extra budgetten voor de jaren 2019-2022 en de jaren 2020-2023 toegekend. Waar de budgetten niet structureel zijn, hebben wij de ramingen in de nieuwe jaarschijven verlaagd. Dat leidt tot voordelen in de begroting.

Kleine verschillen
Naast alle gerapporteerde effecten zijn er overige kleine verschillen onder de rapportagegrens van € 50.000. 

Structureel evenwicht en vrije begrotingsruimte

Vrije begrotingsruimte

Bij de Programmabegroting 2019 hebben wij de stelpost vrije begrotingsruimte geïntroduceerd. Op deze stelpost ramen wij de begrotingsoverschotten. In het verleden verwerkten wij de begrotingsoverschotten als storting in de algemene reserve. Door de vrije begrotingsruimte separaat in beeld te brengen en te monitoren, kan eenvoudig inzicht worden verkregen in de ruimte in de begroting. Gedurende het begrotingsjaar kunnen voorstellen voor nieuw beleid en/of tussentijdse resultaten van de Halfjaarrapportage ten gunste of ten laste van deze stelpost gebracht worden. Aan het eind van het begrotingsjaar valt het eventuele voordelige saldo vrij in de jaarrekening. 

Wij voegen het saldo van deze begroting toe aan de stelpost vrije begrotingsruimte. Dit is zoals in de eerste tabel van dit hoofdstuk al samengevat: 

  • 2021 €     475.000
  • 2022 € 1.130.000
  • 2023 €     635.000
  • 2024 € 1.414.000

Structureel en reëel begrotingsevenwicht

Een gezonde financiële positie betekent onder andere dat onze inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht zijn, waarbij budgetten reëel (volledig, realistisch en haalbaar) geraamd zijn. Dit is structureel en reëel begrotingsevenwicht. Om vast te kunnen stellen dat onze begroting in evenwicht is, brengen wij in beeld welk deel van onze inkomsten en uitgaven een incidenteel karakter hebben. Immers; structurele uitgaven dienen met structurele inkomsten te zijn afgedekt. De tabel met incidentele baten en lasten draagt bij aan dit inzicht. Deze tabel hebben wij opgenomen onder de tegel 'Bijlagen' en in samengevatte vorm in deze tegel 'Financiële begroting' opgenomen. 

Begrotingsevenwicht van belang voor provincie  
Op grond van de gemeentewet houdt de provincie toezicht op de financiën van gemeenten. Normaal gesproken houdt de provincie repressief toezicht. Dit betekent dat wij onze begroting direct kunnen uitvoeren. Als onze begroting niet aan de wettelijke vereisten voldoet, dan kan de provincie preventief toezicht instellen. Dat betekent dat de provincie de begroting en begrotingswijzigingen eerst moet goedkeuren voordat wij deze kunnen uitvoeren. De provincie bepaalt aan de hand van een aantal criteria welke vorm van toezicht van toepassing is. Een belangrijk criterium is dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is.  

STRUCTUREEL BEGROTINGSSALDO
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Saldo meerjarenraming 475 1.130 635 1.414
Incidentele baten en lasten
Incidentele baten -237 -250 - -
Incidentele onttrekkingen aan de reserves -1.370 -397 -224 -100
Incidentele lasten 1.422 1.009 256 256
Incidentele stortingen in de reserves 137 335 - 97
Saldo incidentele baten en lasten -48 697 32 253
Structureel begrotingssaldo 427 1.827 667 1.667

Heroverwegingen

Inleiding

Voor de zomer was in de kaderbrief duidelijk dat het meerjarig financieel perspectief niet gunstig is. In alle vier de jaren is er een tekort, oplopend naar een tekort van € 1,6 miljoen in 2024. Het financieel perspectief was toen zodanig negatief dat wij hier – veel meer dan in voorgaande jaren – een inspanning voor moeten leveren. In de actualisatie van de begroting zien wij de bevestiging dat ondanks de volledige inzet van de stelpost vrije begrotingsruimte het saldo van de wijzigingen niet leidt tot een sluitend perspectief.

Wij hebben weliswaar mogelijkheden in de begroting om deze tekorten op te vangen, zoals bijvoorbeeld de structurele toevoeging aan de algemene reserve van € 2 miljoen. Wij kiezen er nadrukkelijk voor om deze structurele storting intact te laten. Wij blijven dus onverminderd toevoegen aan de algemene reserve. Wij doen dit om ook de nadelige effecten van de herijking van het gemeentefonds op te kunnen vangen én in de toekomst te kunnen blijven investeren. Ook na deze begroting en deze bestuursperiode. In de tegel 'Ontwikkelingen' hebben wij diverse ontwikkelingen benoemd die nog niet financieel te vertalen zijn, maar waarschijnlijk een flink beroep op onze financiële middelen zullen doen: onderwijshuisvesting, het centrum van Coevorden, onderhoud in combinatie met verduurzaming en klimaatadaptatie. 

Wij hebben geïnventariseerd op welke beleidsterreinen mogelijkheden zijn tot heroverwegingen. Wij hebben daarbij gekeken naar wettelijke en bovenwettelijke taken. Aan het ingezette beleid ligt besluitvorming ten grondslag, die in de afgelopen periode in nauwe samenspraak met inwoners, verenigingen, instellingen en ondernemers tot stand is gebracht. Daarom heeft onze heroverweging zorgvuldig plaatsgevonden; niet alleen vanuit een financiële invalshoek. Wij zien een aantal mogelijkheden om beleid en/of uitvoering zodanig in te richten, dat er financiële ruimte gecreëerd kan worden.

Wij lichten u onderstaand twaalf onderwerpen toe, waarmee wij de begroting structureel sluitend hebben gemaakt. 

HEROVERWEGINGEN
(Bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Nummer en onderwerp
1. Economische visie 20 20 20 20
2. Gefaseerd inlopen tekort sociaal domein 200 400 600 800
3. Budget kosten Bestemmingsplannen 20 20 20 20
4. Centrumplan 100
5. Openbare verlichting 25 25 25 25
6. Gladheidsbestrijding 25 25 25 25
7. Verhardingen; Algemeen 100 100 100 100
8. Stimuleringsfonds 100 100 100 100
9. Bedrijfsvoering 185 185 185 185
10. Subsidiecoördinator 15 30 45 60
11. Ozb woningen: tarief 0% 270 270 270 270
12. Stelpost onvoorzien 50
Totaal 1.110 1.175 1.390 1.605

Toelichting heroverwegingen

1. Economische visie, structureel € 20.000
De ervaring leert dat de voorgenomen agenda minder snel tot uitvoering kan worden gebracht en kosten van voorgenomen projecten lager zijn. Dit heeft te maken met het feit dat wij bij het bepalen van het tempo dit in samenspraak met en afhankelijkheid van ondernemers doen. Ook speelt de coronacrisis daarin een rol. Het budget kan daarom met € 20.000 naar beneden worden bijgesteld. Het blijft van belang om de visie voort te kunnen zetten in een opbouwende samenwerking met OC, andere ondernemersverenigingen en het onderwijs en zo aantrekkelijk willen blijven als vestigingsbeleid voor ondernemers. Ten opzichte van het huidige budget van € 109.000 per jaar in 2021-2024 kan er € 20.000 verlaagd worden. 

2. Gefaseerd inlopen tekort sociaal domein, oplopend bedrag tot € 800.000
Wij hebben in de afgelopen jaren gezien dat de druk op de budgetten voor het sociaal domein toenemen. In het resultaat van de jaarrekening 2019 was sprake van een structureel nadeel op het sociaal domein. In de Kaderbrief 2021 hebben wij voor de uitvoering van onze Wmo- en Jeugdtaken daarom structureel aanvullend budget opgenomen voor een bedrag van € 725.000.  Wij willen de kosten voor deze open-einde regelingen terugdringen. Dat vraagt om een zorgvuldige en meerjarige aanpak. De belangrijkste oorzaken van de tekorten zijn autonome ontwikkelingen. 
Wij nemen uw raad eind 2020 of begin 2021 mee in de zoek- en denkrichtingen voor de besparingen. Wij schetsen u dan de achtergronden, het besparingspotentieel, de maatschappelijke effecten, randvoorwaarden en eventuele uitvoeringskosten. De voorstellen die wij met u willen bespreken leggen wij langs een meetlat van het aanvaardbare, met als ondergrens onze wettelijke taken.
Wij zijn van mening dat deze taakstelling haalbaar is, voor zover wij dat nu in kunnen schatten. De zoek- en denkrichtingen zijn op hoofdlijnen de volgende:
- Drempels verhogen/ criteria aanpassen;
- Omvang van voorzieningen aanpassen;
- Transformeren, innoveren, ontschotten;
- Interne werkprocessen aanpassen, efficiëntere bedrijfsvoering;
- Inkomsten/ middelen verhogen door middel van subsidies en uitgaven verlagen door bijvoorbeeld efficiëntere inkoop.
Er wordt gewerkt aan de monitoring in het sociaal domein, met behulp daarvan gaan we ook sturen op de taakstelling. Het meetinstrument wordt daarmee onderdeel van deze ambitie. Op deze manier kunnen we sturen op de beweging die we willen maken en u als raad daar goed in meenemen.

3. Ruimtelijke ontwikkeling, budget kosten bestemmingsplannen, structureel € 20.000
Op basis van de realisatie van de afgelopen jaren kan het budget voor bestemmingsplannen structureel met € 20.000 (van € 73.000 naar € 53.000) worden verlaagd.

4. Centrumplan, incidenteel € 100.000
Bij de ontmanteling van het Centrumplan is een deel van het budget voor nog te realiseren projectonderdelen opgenomen in de exploitatie. Het structurele budget is € 107.000. Het voormalige Bogas-gebied, inclusief de bouwkavels, is bouwrijp. Daardoor zijn de uitgaven in de afgelopen jaren lager dan het beschikbare budget. De overschotten zijn conform de afgesproken methodiek toegevoegd aan de reserve Stedelijke vernieuwing. Omdat de beoogde investeringen in het centrum van Coevorden (Markt, Haven, Citadelpunt, Weeshuisweide) gefaseerd en in de komende jaren plaats zullen vinden, stellen wij voor om in 2021 incidenteel € 100.000 vrij te laten vallen in de begroting. Meerjarig houden wij dit budget beschikbaar om toekomstige investeringen te dekken. 

5. Openbare verlichting, structureel € 25.000
Bij het opstellen van het plan voor de vervanging van openbare verlichting door LED-verlichting is uitgegaan van een daling van de elektrakosten. Deze daling blijkt in de praktijk groter dan wij ingeschat hadden. Wij verlagen het budget voor de elektrakosten met € 25.000.

6. Gladheidsbestrijding, structureel € 25.000
Voor gladheidsbestrijding hebben wij jaarlijks € 103.000 beschikbaar. De laatste jaren houden wij structureel middelen over doordat wij de afgelopen jaren geen strenge winters hebben gehad. Ondanks de onzekerheid of dit blijvend is, stellen wij voor om het budget met € 25.000 naar beneden bij te stellen. 

7. Budget facilitering ruimtelijke ontwikkeling dorpen & wijken, structureel € 100.000
Wij zetten dit budget in om knelpunten in de openbare ruimte op te lossen. Dit jaar is de verwachting dat het budget volledig benut gaat worden. De inzet van dit budget is afhankelijk van het aantal aanvragen en toezeggingen die worden gedaan. Wij stellen voor om dit specifieke ‘knelpuntenbudget’ met € 100.000 te verlagen. Het budget is nu € 200.000. Er blijft dan structureel € 100.000 beschikbaar voor toekomstige verzoeken uit de dorpen en wijken.

8. Stimuleringsfonds, structureel € 100.000
Voor de realisatie van alle ambities rond Verbindend besturen, Coevorden Verbindt en gebiedsgericht werken, is tegelijk met de invulling van de bezuinigingsopgave een Stimuleringsfonds ingesteld. Met dorps- en wijkverenigingen wordt periodiek geëvalueerd hoe middelen het best kunnen worden verdeeld en welke spelregels daar bij horen, in de vorm van een regeling. Op dit moment is € 710.000 jaarlijks beschikbaar. We zien in de afgelopen jaren dat sprake is van onderbenutting van het totaalbedrag. Wij stellen voor het Stimuleringsfonds structureel met € 100.000 te verlagen. Daarbij blijven wij rekening houden met de samenspraak en communicatie met de verenigingen en blijven wij er op inzetten dat de middelen ook op plekken terecht kunnen komen die nu moeilijker of niet worden bereikt.

9. Bedrijfsvoering, structureel € 100.000
Deze heroverweging betreft een aantal onderwerpen binnen de bedrijfsvoering.
- Tractie, structureel € 25.000
De afgelopen vier jaar houden wij structureel over op het budget voor brandstoffen. Dit komt door lagere brandstofprijzen en onze inzet op elektrische apparaten en elektrische voertuigen. Wij stellen voor om het budget met € 25.000 te verlagen. Eventuele sterk stijgende brandstofkosten zullen wij monitoren.
Opleidingskosten, structureel € 35.000
Digitale workshops, opleidingen en seminars zijn relatief goedkoop ten opzichte van de fysieke bijeenkomsten. Wij zien, mede door het coronavirus, een stijging van het digitale aanbod. Het centrale budget voor opleidingen kan hierdoor naar beneden worden bijgesteld.
- Juridische advisering, structureel € 25.000
De hoogte van de kosten voor juridische advisering is afhankelijk van het aantal procedures dat wij lopen. Gezien de historie is binnen dit budget ruimte en kan het budget voor juridische advisering naar beneden worden bijgesteld.
- Organisatiebrede vraagstukken, structureel € 100.000
Dit budget is bedoeld om incidentele personele vraagstukken in de organisatie op te lossen als dat op teamniveau niet haalbaar is. Het betreft bijvoorbeeld langdurige ziektevervanging, capaciteitsvraagstukken, outplacement, specifieke opleidingen of onderzoek. Wij stellen voor om dit budget structureel te verlagen met € 100.000 (van € 470.000 naar € 370.000). Daarmee kiezen wij ook voor een inhoudelijke heroverweging van de verdeling van het resterende budget voor onder andere organisatie-ontwikkeling, omdat dit in de teams wordt belegd. Wij blijven daarbij wel inzetten op bijeenkomsten, training en coaching concern breed en de ontwikkeltrajecten voor teams.

10. Subsidiecoördinator, € 15.000 in 2021, oplopend naar een structureel bedrag van € 60.000 vanaf 2024
Als nieuwe ambitie is geld beschikbaar gesteld voor het aantrekken van een subsidiecoördinator. Eerste ervaring leert dat de opbrengsten en het rendement niet opwegen tegen de kosten. Door via een gespecialiseerd bureau gericht opdrachten uit te zetten, kan stapsgewijs een structurele besparing worden gerealiseerd van € 60.000. In deze variant schakelen wij externe expertise in bij omvangrijke projecten, waarbij specifieke kennis gewenst is en piekmomenten worden gespreid. Daarmee abonneren wij ons in feite op actuele en specialistische informatievoorziening. Zelf blijven wij inzetten op bewustwording bij medewerkers.

11. Ozb, structureel € 270.000
Naast het kritisch beoordelen van onze uitgaven, hebben wij in het kader van deze heroverwegingen ook naar onze inkomsten gekeken. Het overgrote deel daarvan betreft de inkomsten uit het gemeentefonds. Juist deze inkomsten zullen in de komende maanden onzeker zijn, totdat wij weten wat de herijking van het gemeentefonds voor ons betekent.
In de paragraaf lokale heffingen hebben wij de ontwikkeling van de Ozb en de Woz-waarde weergegeven. Wij stellen voor om het tarief voor eigenaren van woningen gelijk te houden aan het tarief van 2020. Doordat de waarde van woningen naar verwachting met ongeveer 5% stijgt in 2021, leidt dit tot een meeropbrengst van € 270.000. Het effect van het bevriezen van het woningtarief is voor een gemiddelde woning € 17 per jaar. Wij creëren hiermee extra inkomsten. Dit draagt bij aan het sluitend maken van de begroting en voorkomt mogelijk grote tariefstijgingen in de toekomst. In het verlengde daarvan houden wij ruimte om onze ambities te verwezenlijken en investeringen te doen.

12. Stelpost onvoorzien, incidenteel verlagen in 2021 met € 50.000
Tot slot stellen wij voor om de stelpost onvoorzien eenmalig te verlagen van € 100.000 naar € 50.000 in 2021. Gezien onze manier van begroten hoeven wij gedurende het jaar niet of maar minimaal een beroep te doen op dit budget. Daarom vinden wij het verantwoord om eenmalig dit bedrag te verlagen. 

Uitgangspunten van deze begroting

  • Voor de ontwikkeling van prijzen en subsidies hebben wij de budgetten geïndexeerd met 1,7%. Dit is het vastgestelde indexcijfer in de Kaderbrief 2021.
  • De loonsom is gebaseerd op het indexcijfer van het Centraal Planbureau. De zogenoemde 'loonvoet sector overheid' is naar verwachting 3,1% in 2021. Omdat de onderhandelingen over een nieuwe cao nog lopen, verwachten wij dat de loonkosten in 2021 niet in deze volle omvang zullen stijgen. Daarom rekenen wij in 2021 met de helft van dit percentage, 1,55%. Wij hebben op basis van deze percentages in de begroting verwerkt: € 302.000 in 2021, € 604.000 vanaf 2022. 
  • Onze inkomsten uit belastingen, leges, heffingen, huren en pachten hebben wij geïndexeerd met 1,7%. Ook dit is vastgesteld in de Kaderbrief 2021. Waar wij in de uitwerking in deze begroting afwijken van dit percentage, hebben wij dit vermeld en toegelicht.
  • Onze begroting is gebaseerd op constante prijzen. Dat betekent dat wij onze inkomsten en uitgaven voor de komende vier jaren hebben begroot op basis van het prijspeil van 2021. Jaarlijks berekenen en begroten wij het effect van inflatiecorrectie op onze inkomsten en uitgaven.
  • De rente die wij toerekenen aan investeringen is 1,5%. Dit is onze vaste interne rekenrente.
  • De langlopende leningen die wij verwachten aan te moeten trekken, zijn € 5 miljoen in 2021 en € 5 miljoen in 2022. Meer informatie hierover staat in de paragraaf financiering.
  • De effecten van de septembercirculaire van het gemeentefonds zijn in de Programmabegroting 2021 verwerkt.
  • Wij hebben het structurele effect van de Halfjaarrapportage 2020 verwerkt in de Programmabegroting 2021. Dit betreft het nadeel op uitkeringverstrekking. Het bedrag is € 316.000 en was in de Halfjaarrapportage € 402.000. Het bedrag wijkt af omdat het is gebaseerd op het voorlopige budget 2021, zoals dat eind september bekend is gemaakt door het Rijk. De positieve bijstelling van het budget stelt ons nu in staat om een eigen risico van 5,0% af te dekken. Dit was 2,5%.
  • De tijdelijke extra middelen voor jeugdhulp (meicirculaire 2019 en septembercirculaire 2020) zijn incidenteel verwerkt in de begroting in de jaren 2021 en 2022. Wij hebben deze middelen niet structureel verwerkt, omdat er nog onderzoek wordt verricht of deze middelen ook na 2022 worden toegekend.
  • Jaarlijks is bij het Rijk sprake van onderuitputting op het BTW-compensatiefonds. Jaarlijks ontvangen wij in de meicirculaire daarom een bedrag uit het gemeentefonds. De hoogte van dat incidentele voordeel is onzeker. Daarom zijn wij voorzichtig en hebben wij in de begroting géén te ontvangen bedrag geraamd.
  • De jaarschijf 2023 vormde de basis voor de nieuwe jaarschijf 2024. Wij hebben cyclische ritmes en kapitaallasten geactualiseerd. 


Stelpost voor onvoorziene uitgaven

Wij hebben een stelpost voor uitgaven die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn. Deze stelpost bevat normaal gesproken jaarlijks € 100.000. In 2021 is het bedrag € 50.000, omdat wij de helft als heroverweging hebben ingezet. Daarover heeft u hierboven kunnen lezen.
Bij uitgaven gedurende het jaar, die aan de hier genoemde criteria van de drie 'O's voldoen, kunnen wij een beroep doen op dit budget. Als dit aan de orde is, dan informeren wij uw gemeenteraad hierover in de Halfjaarrapportage 2021, een separaat raadsvoorstel of in de verslaggeving in het Jaarverslag 2021.

Stelpost vervangingsinvesteringen
Wij hebben een stelpost voor vervangingsinvesteringen. Het neerwaarts bijgestelde volume van deze stelpost is in de basis € 100.000. Dit bedrag is beschikbaar voor reguliere vervangingsinvesteringen in onze openbare ruimte, tractiemiddelen, huisvesting, facilitaire zaken en ICT. Daarnaast is er voor investeringen in mobiliteit € 90.000 beschikbaar. Een deel van dit bedrag is bij de Programmabegroting 2019 ingezet voor de dekking van onze ambitie voor de aanleg van de zuidelijke ontsluitingsweg (ambitie nr. 11). In de ontwikkelingen in deze begroting stellen wij voor om diverse mobiliteitsvraagstukken te dekken uit dit budget.
Voor investeringen in sportaccommodaties is bij de Programmabegroting 2019 structureel middelen beschikbaar gesteld voor het doen van investeringen. Dit bedrag betrof € 50.000 in 2019 en stijgt vijf jaar lang met € 50.000. Een deel van dit budget is inmiddels ingezet voor investeringen in de accommodaties.
Een overzicht van het totaal beschikbare budget voor investeringen hebben wij opgenomen onder het kopje 'Ontwikkeling uitgaven', Meerjaren Investerings Programma, op deze pagina, en in bijlage 8.

Ontwikkeling reserves

Algemene reserve

Wij monitoren de ontwikkeling van onze algemene reserve om financieel gezond te blijven. Een algemene reserve met voldoende omvang geeft ruimte om incidentele uitgaven te dekken en incidentele tegenvallers op te vangen. Dat betekent dat wij niet direct in structurele uitgaven hoeven te snijden om incidentele effecten op te lossen. Wij vinden dat de omvang van de algemene reserve voldoende is als de solvabiliteit tussen de 30% en 40% beweegt. Wij kijken ook nadrukkelijk naar de ratio om risico's op te kunnen vangen. Dit is de ratio weerstandsvermogen, deze treft u aan in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. 

De algemene reserve ontwikkelt zich naar verwachting in de komende jaren naar € 36 miljoen. De solvabiliteit begeeft zich tot en met 2023 naar verwachting binnen de bandbreedte van 30% - 40%.  De solvabiliteit loopt op naar 43% in 2024. Omdat dat nog ver weg is, is deze ontwikkeling onzeker en stellen wij nu niet voor om dit te verlagen. 

VERLOOP ALGEMENE RESERVE
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Stand begin boekjaar 28.568 30.209 32.209 34.209
Toevoegingen 2.000 2.000 2.000 2.000
Onttrekkingen -359 0 0 0
Stand eind boekjaar 30.209 32.209 34.209 36.209
Solvabiliteit 33% 36% 39% 43%

Incidentele en structurele mutaties in de reserves en voorzieningen

Van de reservemutaties in 2021 geven wij in onderstaand overzicht weer of ze een incidenteel of structureel karakter hebben. 
Een volledig overzicht van het verloop van de algemene- en bestemmingsreserves en voorzieningen treft u aan in Bijlage 3. Reserves en voorzieningen .

ONTTREKKINGEN EN STORTINGEN RESERVES EN VOORZIENINGEN
Bedragen x € 1.000
Naam reserve/voorziening Toevoeging* Toelichting Onttrekking Toelichting
Structurele mutaties
Reserves
Algemene reserve 2.000 Structurele versterking vermogenspositie
Plopsaland 20 Jaarlijkse onttrekking
Onderhoud sportcomplex De Swaneburg 76 Groot onderhoud 62 Groot onderhoud en kapitaallasten project Gasloos
Voorzieningen
Voorziening oud-wethouders 42 Pensioenuitkeringen
Totaal structurele mutaties 2.076 124
Incidentele mutaties
Reserves
Algemene reserve 359 Economische visie, ambities 2019, informatiebeleidsplan
Vastgoed 280 Groot onderhoud
Mobiliteit 240 HUB Zweeloo, 60-kmzones Wachtum en Sleen, oversteek Monierweg-Krimweg
Regio Specifiek Pakket (RSP) 137 Storting bijdrage Bentheimer Eisenbahn
Kapitaallasten Hof van Coevorden 58 Laatste onttrekking ter dekking kapitaallasten
Dutch TechZone 47 Bijdrage DTZ en subsidie Skills4Future
Accommodaties in de samenleving 100 Subsidies accommodaties
Regiodeal 504 Bijdrage Coevorden
Voorzieningen
Riolering 18 Gedeeltelijke vrijval
Totaal incidentele mutaties 137 1.606
Totaal mutaties 2.213 1.731
* Toevoegingen exclusief € 102.000 rente

Overhead

Welke overhead hebben wij begroot?

Directe kosten, die een rechtstreekse relatie hebben met producten en diensten voor onze inwoners, rekenen wij toe aan de programma's waar zij betrekking op hebben. Kosten die niet een directe relatie hebben met onze dienstverlening, vallen onder overhead. Overhead is formeel gedefinieerd als 'het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces'. Dit betreft de kosten van ondersteunende functies in de bedrijfsvoering zoals leidinggevenden, secretariaat, post en archief, facilitaire kosten, huisvesting, ICT, medewerkers personeelszaken, inkoop, juridische zaken en financiën, en tot slot personele kosten zoals werving & selectie en opleidingen. Onderstaand geven wij de begrote overhead in de meerjarenraming weer. Op het budget 'overige personele kosten' is sprake van een verschil in de budgetten voor 2021 en 2022. Dit betreft met name de stijging van de salarissen als gevolg van de nieuwe cao. Hiervoor hebben wij in de kaderbrief € 301.000 in 2021 opgenomen en € 602.000 in 2022. Deze bedragen zijn, in afwachting van de uitkomsten van cao-onderhandelingen, centraal begroot op dit budget. Naast dit verschil van € 300.000 is er en verschil van circa € 80.000 vanwege inkomsten uit de detachering van personeel in 2021. Deze inkomsten verwachten wij niet in 2022 en zijn daar niet begroot. 

De huisvestingskosten maken onderdeel uit van onze budgetten voor Vastgoed, begroot in programma 3. De overige kosten in onderstaande tabel maken onderdeel uit van de budgetten voor Bedrijfsvoering, begroot in programma 5. In het overzicht van de taakveldenindeling zijn deze kosten geraamd onder taakveld 0.4 Overhead. Dit overzicht treft u aan in bijlage 5

OVERZICHT OVERHEAD
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Ondersteuning organisatie 7.195 7.202 7.206 7.202
Automatiseringskosten 1.869 1.769 1.769 1.769
Kosten facilitair 706 795 794 792
Huisvestingskosten 362 362 362 362
Overige personele kosten 762 1.154 1.155 1.155
Totaal overhead 10.893 11.281 11.285 11.279

Toelichting incidentele baten en lasten

In de komende vier jaren maken de volgende incidentele baten en lasten onderdeel uit van onze begroting. Deze baten en lasten met een tijdelijk en eindig karakter maken een beperkt deel van onze begroting uit. Dit overzicht hebben wij ook betrokken bij het bepalen van het structurele begrotingsevenwicht. Dit overzicht treft u aan onder deze tegel 'Financiële begroting' onder het kopje 'Samenvatting financieel meerjarenperspectief. 
Een gedetailleerd overzicht van incidentele baten en lasten is opgenomen onder de tegel 'Bijlagen'. 

OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
Bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Programma Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
Economie, onderwijs en cultuur 597 406 596 387 109 109
Werk, jeugd en zorg 100 100 100 100 100 100 100 100
Ruimte en leefomgeving 422 738 400 160 124 97
Openbare ruimte 161 161
Bestuur en organisatie 202 100 87 47 47
Financiering en dekkingsmiddelen 77 263
Totaal 1.559 1.607 1.344 647 256 224 353 100


In de Programmabegroting 2019 en Programmabegroting 2020 hebben wij diverse ambities voor deze bestuursperiode benoemd. Deze ambities kennen soms een tijdelijk (incidenteel) karakter. Waar de ambities en/of de dekking met incidentele middelen worden gedekt, hebben wij dit weergegeven in het overzicht in de bijlage. Dit sluit aan bij de voorgestelde dekkingsbronnen in de Programmabegroting 2019. Naast deze incidentele baten en lasten van de ambities, bevatten de programma's de volgende baten en lasten met een incidenteel karakter. 

Economie, onderwijs en cultuur 
Wij zijn samen met ondernemers, onderwijs en mede-overheden partner in Dutch TechZone (DTZ). Wij hebben een bestemmingsreserve ter dekking van de kosten. De looptijd van DTZ is tot en met het jaar 2020. Een van de subsidies binnen DTZ loopt door tot en met 2022 en dekken wij uit de bestemmingsreserve Dutch TechZone.
In 2019  heeft besluitvorming over de economische visie plaatsgevonden. Er is ingestemd met het beleidsplan 'Coevorden onderneemt'. De benodigde middelen voor de uitvoering van projecten in de periode 2020-2024 zijn € 546.000.  Deze zijn geraamd in 2021 tot en met 2024. 
De Regiodeal kent een looptijd tot en met 2022. Hiervoor hebben wij een nieuwe bestemmingsreserve 'Regiodeal' ingesteld en gevoed. In de komende drie jaren zullen wij de benodigde middelen onttrekken uit deze reserve. 

Werk, jeugd en zorg
Voor accommodaties in de samenleving onttrekken wij jaarlijks € 100.000 aan de reserve Accommodaties in de samenleving. Dit geld wordt ingezet voor subsidies. 

Ruimte en leefomgeving 
Voor een aantal projecten in het kader van mobiliteit onttrekken wij een bedrag van € 240.000 aan de resesrve mobiliteit. Dit betreft de HUB in Zweeloo, een 60-km zone in Wachtum en in Sleen, en de oversteek Monierweg-Krimweg. Binnen het Regio Specifiek Pakket (RSP) ontvangen wij tot en met 2022 een bijdrage van de Bentheimer Eisenbahn. Deze bijdrage storten wij in de bestemmingsreserve van het RSP. Tot en met 2021 onttrekken wij een deel van de kapitaallasten voor de nieuwbouw van het Hof van Coevorden uit de bestemmingsreserve 'Kapitaallasten Hof van Coevorden'. Dit betreft het deel dat in 10 jaar tijd afgeschreven wordt, namelijk de inventaris. Doordat deze afschrijvingstermijn korter is dan van de nieuwbouw van het pand in 2011, heeft dit in de eerste 10 jaren tot hogere afschrijvingslasten geleid. Deze piek wordt ten laste van de reserve gebracht. Per 2022 zijn de afschrijvingslasten voor de nieuwbouw in lijn met de begroting en is de reserve 'Kapitaallasten Hof van Coevorden' niet meer benodigd. Het saldo van de reserve is dan nihil. 
Voor de uitvoering van onderhoud aan ons vastgoed onttrekken of storten wij aan de reserve vastgoed. 

Openbare ruimte
In de openbare ruimte is sprake van incidenteel werk in de bosplantsoenen in het zuidelijke deel van onze gemeente. 

Bestuur en organisatie
Tot en met 2024 investeren wij in waterputten voor de brandweer. Daarnaast wordt voor het E-depot, onderdeel van ons informatiebeleidsplan, incidenteel € 100.000 ingezet, dat wij onttrekken uit de algemene reserve. 

Financiering en dekkingsmiddelen 
Deze incidentele baten en lasten betreffen het dekken van de ambities in de Programmabegroting 2019. 

Recapitulatie van de programma's

Samenvatting van al onze inkomsten en uitgaven: de recapitulatie

Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
na wijziging
2019 2020 2021 2022 2023 2024
Lasten (exclusief toevoegingen reserves)
PR 1. Economie, onderwijs en cultuur 4.919 6.406 4.364 4.241 3.998 3.997
PR 2. Werk, jeugd en zorg 40.658 41.416 42.124 41.495 41.383 41.431
PR 3. Ruimte en leefomgeving* 9.877 12.207 10.880 9.381 8.794 10.629
PR 4. Openbare ruimte 13.952 11.296 10.933 10.818 10.729 10.783
PR 5. Bestuur en organisatie* 21.720 22.735 22.880 22.765 22.671 22.406
Totaal lasten 91.126 94.060 91.180 88.700 87.575 89.246
Baten (exclusief onttrekkingen reserves)
PR 1. Economie, onderwijs en cultuur 1.495 1.788 1.230 1.321 1.131 1.131
PR 2. Werk, jeugd en zorg 12.775 11.331 12.495 12.695 12.895 13.095
PR 3. Ruimte en leefomgeving* 7.426 7.049 6.529 6.184 5.372 7.520
PR 4. Openbare ruimte 9.194 10.044 8.937 9.019 9.082 9.145
PR 5. Bestuur en organisatie* 977 727 653 521 521 521
Totaal baten 31.866 30.939 29.845 29.740 29.001 31.412
PR 6. Financiering en dekkingsmiddelen, lasten 1.733 204 40 693 929 1.283
PR 6. Financiering en dekkingsmiddelen, baten 70.781 71.406 73.388 74.041 73.283 73.887
Overhead lasten 11.059 10.967 11.009 11.315 11.317 11.311
Overhead baten 402 171 117 34 32 32
Saldo exclusief reservemutaties -869 -2.715 1.119 3.107 2.495 3.492
Toevoegingen reserves 11.290 13.618 2.315 2.500 2.165 2.260
Onttrekkingen reserves 12.159 16.334 1.671 524 305 182
Saldo reservemutaties 869 2.715 -644 -1.977 -1.860 -2.078
Saldo inclusief reservemutaties 0 0 475 1.130 635 1.414
* exclusief overhead

Geprognosticeerde balans

BALANS PER 31 DECEMBER
Bedragen x € 1.000
ACTIVA 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Vaste activa
Immateriële vaste activa 0 0 - 0 0 0
Materiële vaste activa 94.703 101.082 104.241 103.490 101.581 99.136
Financiële vaste activa 7.196 10.507 7.782 7.585 7.387 7.208
Totaal vaste activa 101.899 111.589 112.023 111.075 108.968 106.344
Vlottende activa
Voorraden 11.712 9.409 7.454 5.512 3.943 1.500
Uitzettingen korter dan één jaar 9.114 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000
Overlopende activa 2.325 1.500 1.500 1.500 1.500 1.500
Liquide middelen 1.084 0 - 0 0 0
Totaal vlottende activa 24.235 16.909 14.954 13.012 11.443 9.000
Totaal-generaal 126.134 128.498 126.977 124.087 120.411 115.344
PASSIVA 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Vaste financieringsmiddelen
Eigen vermogen 39.607 39.888 41.601 44.372 46.982 49.810
Voorzieningen 2.584 1.542 1.482 1.341 1.136 868
Langlopende schulden 67.842 72.787 67.379 63.663 56.195 49.061
Totaal vaste financieringsmiddelen 110.034 114.217 110.462 109.376 104.313 99.739
Vlottende passiva
Kortlopende schulden 9.328 7.000 8.000 8.000 8.000 8.000
Overlopende passiva 6.772 7.281 8.515 6.711 8.098 7.605
Totaal vlottende passiva 16.100 14.281 16.515 14.711 16.098 15.605
Totaal-generaal 126.134 128.498 126.977 124.087 120.411 115.344