Meer
Publicatiedatum: 12-11-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Op deze pagina treft u 7 paragrafen aan. Deze paragrafen geven informatie over het beleid en de belangrijkste beheersmatige onderwerpen van onze gemeente. Het is een andere dwarsdoorsnede van de begroting van de zes programma's. De paragrafen zijn verplicht voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen met betrekking tot de lokale heffingen van de gemeente.

Beleid

Wij hebben voor het tarievenbeleid een aantal uitgangspunten geformuleerd. De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de berekeningen van onze tarieven en heffingen:

  • de lokale lastendruk dient in overeenstemming te zijn met de bestuurlijke ambities en het voorzieningenniveau in de gemeente;
  • lokale heffingen zijn kostendekkend;
  • lokale heffingen worden vastgesteld conform de uitgangspunten die zijn vastgesteld in het bestuursakkoord en de kaderbrief.

Kwijtscheldingsbeleid
Voor de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken hanteren wij de wettelijke normen overeenkomstig de bepalingen in de Invorderingswet 1990 en de Leidraad invordering bestuursrechtelijke geldschulden Coevorden. De kwijtscheldingsnorm die wij hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. Kwijtschelding kan worden verleend voor de afvalstoffenheffing (met uitzondering van de extra container) en de rioolheffing (gebruikersdeel).

Belastingopbrengsten en tarieven

De begrote opbrengsten uit de belastingen en de lokale lasten (afvalstoffenheffing en rioolheffing) zijn als volgt. 

BELASTINGOPBRENGSTEN
Bedragen × € 1.000
2020 2021 Verschil Verdeling
Onroerende-zaakbelastingen 8.575 8.991 416 47,2%
Afvalstoffenheffing 4.103 4.407 304 23,2%
Rioolheffing 3.406 3.484 78 18,3%
Toeristenbelasting 1.750 1.820 70 9,6%
Forensenbelasting 97 99 2 0,5%
BIZ-bijdrage 270 237 -33 1,2%
Totaal geraamde opbrengst 18.201 19.038 837 100%


De tarieven voor de lokale lasten hebben wij in onderstaande tabel weergegeven. Daarbij laten wij de huidige tarieven in 2020 en de voorgestelde tarieven voor 2021 zien. 

OVERZICHT BELASTINGTARIEVEN
2020 2021
Onroerende-zaakbelastingen woningen 0%, niet-woningen +3,54%
Eigenaren woningen 0,1797% 0,1797%
Eigenaren niet-woningen 0,2023% 0,2095%
Gebruikers niet-woningen 0,1686% 0,1746%
Rioolheffing +1,25%
Op basis van een voorbeeld: eigenaar en gebruiker van een woning,
met een WOZ-waarde van € 180.000 in 2020 en € 189.360 in 2020,
met een waterverbruik van 150 m3
Gebruikers:
Rioolheffing afvalwater categorie 0 t/m 500 m3 waterverbruik € 100,28 € 101,53
Eigenaren:
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, vastrecht € 57,93 € 58,65
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, 0,0183% 0,0185%
0,0183% resp. 0,0185% van de WOZ-waarde € 32,94 € 35,03
Afvalstoffenheffing +6,7%
Eenpersoonshuishouden € 239,02 € 255,03
Meerpersoonshuishouden € 287,91 € 307,20
Extra container GFT € 68,81 € 73,42
Extra container PMD € 68,81 € 73,42
Extra container Rest € 137,62 € 146,84
Toeristenbelasting, + € 0,05 € 1,25 € 1,30
Forensenbelasting +1,7%
Forensenbelasting < WOZ-waarde € 120.000 € 325,60 € 331,14
Forensenbelasting > WOZ-waarde € 120.000 € 390,45 € 397,09

Toelichtingen

Onroerende-zaakbelastingen (Ozb)
Het uitgangspunt voor de Ozb is dat de begrote opbrengst leidend is. De begrote opbrengst in de jaarschijf 2021 is als volgt opgebouwd:

1. Opbrengst 2020
De opbrengst in de begroting 2020 is € 8.575.000.
2. Prijsindexatie conform kaderbrief
Op basis van de kaderbrief hebben wij de opbrengst met een prijsindexatie van 1,7% verhoogd. Dit is een bedrag van € 146.000.

De totale begrote opbrengst, zijnde € 8.721.000 is het uitgangspunt voor de tariefberekeningen. In de tegel 'Financiële begroting' hebben wij u onder de 'Heroverwegingen' voorgesteld de opbrengsten met € 270.000 extra te verhogen. Inclusief dat element is de totale opbrengst € 8.991.000. 

Volume
Wij verwachten een stijging van de waarde van woningen met circa 5,2%. De verwachting is dat de waarde van niet-woningen gemiddeld genomen vrijwel gelijk blijft. Jaarlijks maken wij bij de tariefberekeningen op een aantal vlakken prognoses, zoals het aantal woningen en niet-woningen (waaronder bedrijfspanden, agrarische objecten en grote incourante objecten), de Woz-waarde van deze panden, de te verwachten stijging van de marktwaarde, de effecten van bezwaar- en beroepsprocedures, leegstand en nieuwbouw. Jaarlijks wordt in het najaar op basis van een marktanalyse een brede herwaardering uitgevoerd.

Beleidsuitgangspunten 2021
Omdat de opbrengst van de Ozb leidend is in onze berekeningen, leidt een waardestijging normaliter tot een daling van het tarief. Bij een waardedaling stijgt normaliter het tarief. Om de totale opbrengst te genereren, zijn het tarief en de Woz-waarde twee communicerende vaten. Wij noemen dit vaak 'P maal Q': de prijs maal de hoeveelheid leidt tot een opbrengst. 
Bovenstaand schetsen wij u een stijging van de waarde van woningen. In theorie betekent dit dat het tarief voor deze groep kan dalen met inachtneming van de prijsindex. In deze begroting stellen wij u echter voor om het tarief voor woningen niet te laten dalen, maar het tarief gelijk te houden aan 2020. Voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen stellen wij voor de tarieven te laten stijgen met 3,54%. Dit is de inflatie met een beperkte boventrendmatige verhoging, waarmee wij weer een stapje zetten in de tariefdifferentiatie. 
Het effect van het bevriezen van het woningtarief is voor een gemiddelde woning € 17 per jaar. Met deze voorgestelde tarieven wordt de totale belastingopbrengst € 8.991.000. De meeropbrengst van deze uitwerking is € 270.000. Dit draagt bij aan het sluitend maken van de begroting en voorkomt mogelijke grote tariefstijgingen in de toekomst. In het verlengde daarvan houden wij ruimte om onze ambities te verwezenlijken en investeringen te doen.

De ontwikkeling van tariefdifferentiatie sinds 2019
In 2019 hebben wij het onderzoeksrapport naar tariefdifferentiatie van de Ozb aangeboden. Tariefdifferentiatie is het verschil tussen het Ozb-tarief voor eigenaren van niet-woningen, ten opzichte van het Ozb-tarief voor eigenaren van woningen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat onze tarieven voor woningen relatief hoog zijn ten opzichte van andere Drentse gemeenten en een selectie van andere vergelijkbare gemeenten. Onze tarieven voor niet-woningen zijn daarentegen juist relatief laag. Met uw raad hebben wij besloten het spoor in te zetten om langzaam vanuit deze positie meer naar de gemiddelden toe te groeien. Per jaar bezien wij, in relatie met de waardeontwikkeling van panden, in welke mate wij een stap in de tariefdifferentiatie kunnen zetten. Wij schetsen u de ontwikkeling hiervan in de afgelopen twee jaren en de voorliggende begroting: 

  • Tot 2019 waren de tarieven voor woningen en niet-woningen aan elkaar gelijk. De tariefdifferentiatie was toen 100%.
  • Vanaf 2019 zijn wij de tarieven gaan differentiëren. In 2019 was dit 102,1%. Het tarief voor eigenaren van niet-woningen was 0,1891% en voor eigenaren van woningen 0,1853%. Dit is een verschil van 2,1%. Dit verschil willen wij langzaam groter laten worden.  
  • In 2020 is de tariefdifferentiatie 112,6%. Voor uw beeldvorming: in Drenthe is de gemiddelde tariefdifferentiatie in 2020 171%. Dit is bij de andere vergelijkbare gemeenten 166%. 
  • Met de voorgestelde tarieven in deze begroting stijgt de tariefdifferentiatie in 2021 naar 116,6%. Daarmee hebben wij weer een stapje gezet richting verdere differentiatie. 

Rioolheffing
De grondslagen voor de rioolheffingen zijn:

  • waterverbruik voor het afvalwater door middel van vier staffels;
  • vastrecht voor het hemelwater en grondwater voor de openbare ruimte;
  • WOZ-waarde voor het hemelwater en grondwater voor de particuliere percelen.

Het uitgangspunt voor de rioolheffing is dat deze 100% kostendekkend is. Daarbij baseren wij ons op het verbreed Gemeentelijk Riolering Plan (vGRP) 2015-2019. Wij hebben kapitaallasten van investeringen, exploitatielasten en interne kostentoerekening geactualiseerd. Daarnaast hebben wij de volumes voor het aantal huishoudens en de Woz-waarde aangepast.

Om schommelingen in de kapitaallasten van investeringen op te vangen, hebben wij een voorziening riolering. Pieken en dalen vangen wij met behulp van deze voorziening op. Daardoor hoeven wij de tarieven niet jaarlijks (aanzienlijk) te laten stijgen of dalen op basis van het investeringsvolume.  

De WOZ-waarde van woningen stijgt naar verwachting in 2021. Een deel van de opbrengst uit de rioolheffing is gebaseerd op de WOZ-waarde van gebouwen. Daardoor stijgt de opbrengst. Bij een kleine onttrekking uit de voorziening riolering van € 25.000 hoeven wij de tarieven voor de rioolheffing daarom niet met de inflatie van 1,7% te laten stijgen, maar is een stijging van 1,25% voldoende. 

KOSTENDEKKENDHEID RIOLERING
Bedragen x € 1.000
Kosten taakveld riolering, incl. rente en directe personeelskosten -3.162
Inkomsten taakveld, excl. heffingen -
Onttrekking voorziening riolering 25
Directe kosten -3.137
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -347
BTW -
Totale kosten -3.484
Opbrengst heffingen 3.484
Dekkingspercentage 100%


Afvalstoffenheffing
Wij verhogen de tarieven voor de afvalstoffenheffing met totaal 6,7%. Dit is opgebouwd uit de prijsindexatie van 1,7% en een aanvullende stijging van 5,0%. Om u uit te leggen waarom dit nodig is, kijken wij terug naar het jaar 2019. 

In 2019 hebben wij ons beleid over afvalinzameling en afvalverwerking gewijzigd. Voor inwoners betekende dat wij de inzamelfrequentie van restafval en PMD hebben gewijzigd. Het doel daarvan is het fors verlagen van de kilo's restafval per inwoner en daarmee te besparen op de kosten van inzameling en verwerking van het afval. Na afloop van het jaar 2019 bleek dat er veel meer PMD (plastic, metaal, drankenkartons) is ingezameld dan voorheen. Ook daalde de hoeveelheid ingezameld restafval. Dit is een goede ontwikkeling. Bij de financiële afsluiting van 2019 bleek echter dat er veel ingezameld PMD-afval was afgekeurd doordat er te veel vervuiling in zat. De vergoeding die wij hadden verwacht, was hierdoor lager. De netto kosten, na aftrek van de ontvangen inzamelvergoeding, was € 4,4 miljoen. Het totale nadeel over 2019 was € 394.000, zoals opgenomen in het jaarverslag. 

Om in 2021 de tarieven kostendekkend te laten zijn, dienen ze met 6,7% te laten stijgen. Daarmee dekken wij de begrote kosten voor 2021 van € 4,4 miljoen af. Dit is cijfermatig als volgt samengevat. 

KOSTENDEKKENDHEID AFVAL
Bedragen x € 1.000
Kosten taakveld afval, incl. rente en directe personeelskosten -3.946
Inkomsten taakveld, excl. heffingen 435
Directe kosten -3.510
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -103
BTW -793
Totale kosten -4.407
Opbrengst heffingen 4.408
Dekkingspercentage 100%


Toeristenbelasting

Het tarief voor de toeristenbelasting is in 2021 € 1,30 per persoon per overnachting. Voor 2021 houden wij rekening met 1.400.000 overnachtingen. 

  • Zoals in de tegel 'Financiële begroting' onder de ontwikkeling van de inkomsten te lezen, hebben wij de volgende tariefontwikkeling in onze begroting verwerkt:
  • 2021: € 1,30 per persoon per nacht
  • 2022-2024: € 1,35 per persoon per nacht
  • Per 2025 zullen wij het tarief wederom met € 0,05 laten stijgen naar € 1,40 per persoon per nacht. 

Deze driejaarlijkse stijging met € 0,05 per persoon per nacht is conform de besluitvorming in 2016. De driejaarlijkse stijging betekent dat we met ronde tarieven kunnen werken, die niet jaarlijks aangepast worden en tegelijkertijd de inflatie over drie jaar vertegenwoordigen.

Bouwvergunningen
De uitgangspunten voor het legesstelsel van omgevingsvergunning bouw (‘bouwvergunningen’) zijn:

  • degressiviteit;
  • transparantie;
  • een maximumtarief in de hoogste staffel;
  • 100% kostendekkendheid.

Onze legesverordening kent een degressief stelsel en het systeem van kruissubsidiering binnen de hoofdstukken van de legesverordening. Bij een hoge bouwsom betaalt de aanvrager een relatief hoog legesbedrag. Het degressieve stelsel brengt met zich mee dat  bij hogere bedragen een relatief lager percentage in rekening wordt gebracht. Ook is om onbillijkheden te voorkomen in overeenstemming met de geldende jurisprudentie een maximum legesbedrag in de verordening opgenomen. Voor bepaalde categorieën bouwvergunningen betekent dit dat de leges hoger zijn dan de kosten van toetsing die in dat concrete geval worden gemaakt. Voor bouwaanvragen met een lager bedrag aan bouwkosten kan het omgekeerde aan de orde zijn. De kosten worden in die gevallen niet gedekt door de leges. 100 % kostendekkendheid zal daar leiden tot onevenredige leges.

Op basis van de resultaten over voorgaande jaren en de tussentijdse resultaten over 2020 gaan wij uit van de volgende uitgangspunten voor de tariefberekening 2021:

  • de kosten stijgen met de prijsindex van 1,7%;
  • de begrote opbrengst stijgt met de prijsindex van 1,7%;
  • wij verwachten een stijging van volume bouwaanvragen, te weten 217, verdeeld over 6 categorieën;
  • wij verwachten een iets hogere gemiddelde bouwsom per staffel dan in de Programmabegroting 2020.

Op basis van het bovenstaande wordt de begrote opbrengst € 959.000. De kostendekkendheid in 2021 is hiermee 94%. 

De kostendekkendheid van de bouwleges schetsen wij u in onderstaand overzicht:

KOSTENDEKKENDHEID OMGEVINGSVERGUNNING
Bedragen x € 1.000
Kosten omgevingsvergunningen, incl. rente en directe personeelskosten -703
Inkomsten taakveld, excl. heffingen
Netto kosten taakveld -703
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -315
BTW -
Totale kosten -1.018
Opbrengst heffingen 959
Dekkingspercentage 94%


Berekening tarieven
Conform de nieuwe vereisten van het BBV rondom de kostendekkende tarieven geven wij in deze paragraaf inzicht in de wijze waarop wij bewerkstelligen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan onze tariefberekeningen, verwoordden wij al bij aanvang van deze paragraaf. De wijze waarop wij deze uitgangspunten bij de tariefstelling hebben gehanteerd, is als volgt: "In de integrale kostprijsberekeningen bepalen wij aan de hand van de vastgestelde formatie voor de betreffende producten het aantal toe te rekenen uren. Jaarlijks beoordelen wij of een herziening van de toe te rekenen uren noodzakelijk is. Het uurtarief dat wordt gehanteerd, bevat naast de directe loonkosten ook een opslag voor de kosten van overhead."

Kruissubsidiëring leges
Voor diverse diensten en producten heffen wij leges. Deze leges zijn bedoeld om de kosten die wij maken voor het verlenen van deze diensten en het verstrekken van deze producten te dekken. Wettelijke bepalingen (Gemeentewet) verbieden het ons dat de inkomsten van deze leges de gemaakte kosten overtreffen. Daarmee wordt voorkomen dat wij met deze leges ook andere activiteiten financieren. Opbrengsten mogen hooguit kostendekkend zijn. Dit wordt berekend bij de samenstelling van de begroting en dus voordat de belasting- en legesverordeningen zijn vastgesteld. Bij leges waarbij de tarieven voor verschillende diensten en producten in één verordening worden geregeld, is het uitgangspunt dat de kostendekkendheid wordt beoordeeld op totaalniveau van de verordening. De totale kosten van de activiteiten worden gedekt door de totale baten van de leges. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht voordeel c.q. overschot bij de ene dienst mag worden gebruikt voor de dekking van een verwacht  tekort bij een andere dienst. Er zijn twee uitzonderingen op dit uitgangspunt van verordeningsbrede kruissubsidiëring: 

  • de Europese Dienstenrichtlijn beperkt de mogelijkheden voor kruissubsidiëring bij leges die samenhangen met bedrijfsactiviteiten tot een cluster van samenhangende vergunningen
  • de wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten

Onze legesverordening (Verordening leges Coevorden 2021) bestaat uit drie onderdelen, namelijk:

  • titel I: Algemene Dienstverlening (o.a. Rijbewijzen, Reisdocumenten, Burgerlijke stand)
  • titel II: Fysieke leefomgeving (o.a. Omgevingsvergunningen, Structuur- en ontwikkelplannen)
  • titel III: Europese Dienstenrichtlijn (o.a. Marktgelden)

Wij hebben daarom van de legesverordening per titel de kostendekkendheid in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat binnen de legesverordening geen sprake is van kruissubsidiëring. Bij geen van de drie titels is namelijk sprake van overdekking. Op totaalniveau is de legesverordening 74%.

Kostendekkendheid leges, per titel
Bedragen x € 1.000
Titel I Titel II Titel III Totaal
Kosten taakvelden incl. rente en directe personeelskosten 636 694 107 1.437
Toe te rekenen overhead 213 330 37 580
Totale kosten 849 1.024 143 2.017
Opbrengsten 480 1.052 43 1.575
Saldo 369 -28 100 442
Kostendekkendheid 57% 103% 30% 78%


Gemeentelijke woonlasten /  gemiddelde lastendruk over 2021
In onderstaand overzicht geven wij een viertal rekenvoorbeelden van de gemiddelde lastendruk voor particulieren. In het rekenvoorbeeld hanteren wij een woning met een WOZ-waarde van € 180.000 in 2020, die naar verwachting (gemiddeld) stijgt met 5,2% naar een waarde van € 189.360 in 2021. Wij gaan in dit voorbeeld uit van een waterverbruik tot 150 m3.

Rekenvoorbeeld 1 Rekenvoorbeeld 2
Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden
Eigenaar en gebruiker Eigenaar en gebruiker
2020 2021 2020 2021
OZB € 323 € 340 OZB € 323 € 340
Rioolheffing € 191 € 195 Rioolheffing € 191 € 195
Afvalstoffenheffing € 288 € 307 Afvalstoffenheffing € 239 € 255
Totaal € 803 € 843 Totaal € 754 € 791
Effect lokale lasten +5% Effect lokale lasten +4,9%
Rekenvoorbeeld 3 Rekenvoorbeeld 4
Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden
Huurder en gebruiker Huurder en gebruiker
2020 2021 2020 2021
Rioolheffing € 100 € 102 Rioolheffing € 100 € 102
Afvalstoffenheffing € 288 € 307 Afvalstoffenheffing € 239 € 255
Totaal € 388 € 409 Totaal € 339 € 357
Effect lokale lasten +5,4% Effect lokale lasten +5,3%

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid

Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is:

‘Streven naar een goede beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s. Uitgangspunt hierbij is een positief weerstandsvermogen’.

Onze doelstelling is:

  • het realiseren van een gezonde financiële positie;
  • het voorkomen van ingrijpende beleidswijzigingen die noodzakelijk worden bij het zich voordoen van niet afgedekte risico’s. Dit wordt gerealiseerd door middel van beheersing van de risico’s en een positief weerstandsvermogen.

Risicoprofiel

Onderstaand treft u in een tabel het risicoprofiel aan. Onder de tabel wordt het risicoprofiel per onderwerp beschreven. Hieronder worden de in het risicoprofiel weergegeven risico’s nader omschreven. Wij maken hierbij onderscheid in incidentele en structurele risico’s.

Risico in € Verantwoordelijke bestuurslaag
€ 1.000.000 en hoger 1,2
€ 500.000 - € 1.000.000 4
€ 200.000 - € 500.000
€ 50.000 - € 200.000 5
€ 1 - € 50.000
€ 0, geen financiële consequenties
kans kans kans kans kans
<1% <10% <25% <50% >50%
Team B&W
CMT Raad

Incidentele risico's

Op een drietal onderwerpen lopen wij een incidenteel risico. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor doet. De risico’s worden hieronder toegelicht.

Europark

GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH heeft een financiering van maximaal € 7 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) afgesloten. Voor deze financiering staan wij en de Sammtgemeinde Emlichheim elk voor de helft garant. Het risico van de gemeente Coevorden is maximaal € 3,5 miljoen. De kans dat dit risico zich voordoet schatten wij in op 15%. Het uitgangspunt is dat de GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH zich zonder extra financiële steun van de gemeente moet ontwikkelen. Door verkopen is de financiering van GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH op dit moment tot ruim onder de € 6 miljoen gedaald.

Grondexploitaties

In het kader van voorliggende begroting hebben wij de risico’s van de grondexploitaties opnieuw geanalyseerd. De totaal per eind 2021 verwachte boekwaarde is circa € 8,3 miljoen. Dit resulteert in een maximaal risico voor 2021 van € 1,8 miljoen. De totale boekwaarde zal in de komende periode (tot eind 2024) afnemen naar een niveau van circa € 1,4 miljoen. Als gevolg daarvan zal ook het risico de komende jaren afnemen.

Faillissement CQ

Medio 2014 is CQ failliet verklaard. Ondanks herhaald aandringen door ons en door de gemeente Emmen, is het faillissement van CQ nog steeds niet afgewikkeld. De vakbonden hebben zowel de gemeente Emmen als onze gemeente aangesproken. Dit betreft een hoofdelijke aansprakelijkheid. Er is sprake van een claim van € 5,6 miljoen plus wettelijke rente, gericht aan de gemeente Emmen en de gemeente Coevorden. Deze claim heeft betrekking op de ambtenarenstatus van de voormalig medewerkers van CQ en de daaraan gekoppelde afdracht van onder meer pensioenpremies aan het ABP. Wij schatten het risico tot een veroordeling door de rechter laag in.  De procedure bij de rechtbank loopt, maar zit nog steeds in de beginfase.  Er hebben een aantal schriftelijke rondes plaatsgevonden en momenteel is nog onbekend wanneer partijen bij de rechtbank moeten verschijnen. Dit proces kan nog enkele jaren duren.

Tabel incidentele risico's

INCIDENTELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2021 2022 2023 2024
1. Europark 3.500 15% 525 525 525 525
2. Grondexploitatie 8.300 22% 1.800 1.400 1.000 300
3. Faillissement CQ PM
Totaal 11.800 2.325 1.925 1.525 825

Structurele risico's


Er zijn twee onderwerpen waarover wij een structureel risico lopen. Dit betreffen het sociaal domein en de Emco-groep. 

Sociaal domein

Met de ervaring van de afgelopen jaren hebben wij ons meerjarenbeleid opgesteld. Wij hebben de budgetten voor Jeugd, Participatie en Wmo aangepast aan de nieuwste prognoses. Daarmee lijn deze budgetten voor de komende jaren op niveau. Hiermee in lijn hebben wij ook onze uitvoeringsorganisatie ingericht. Niettemin zien wij de kosten voor jeugdhulp en Wmo in  de periode 2018-2020 stijgen. Hiervoor zijn in wij door het Rijk gedeeltelijk gecompenseerd. Of en in hoeverre deze compensatie ook de komende jaren van toepassing zal zijn is nog niet duidelijk. Daarnaast is als gevolg van de Corona-crisis het aantal bijstandsgerechtigden gestegen. Dit leidt tot een forse toename van kosten waarvan nog onvoldoende kan worden ingeschat of de ontvangen extra Rijksbijdrage voldoende is.
Hoe de kosten binnen het Sociaal Domein zich ontwikkelen ligt niet in alle gevallen binnen onze invloedssfeer. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals de de Corona-crisis, de invoering van het abonnementstarief in de Wmo, de herijking van het Gemeentefonds, eventuele kortingen op de Rijksbijdrage, correcties uit voorgaande jaren en andere onvoorziene situaties kunnen resulteren in financiële effecten. In principe is daarbij ook nog steeds sprake van open-einde-regelingen. Dit vraagt vervolgens om aanpassing van bestaande beleidskaders en inkoopcontracten. Om de voornoemde redenen nemen wij in de risico-inventarisatie voor het Sociaal Domein een hoger bedrag op dan in het voorgaande jaar.

EMCO-groep

De EMCO-Groep is een gemeenschappelijke regeling (GR) die uitvoering geeft aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Naast onze gemeente nemen de gemeenten Emmen en Borger-Odoorn deel aan deze GR. Alle bevoegdheden en taken met betrekking tot de uitvoering van de Wsw zijn door onze gemeente overgedragen aan de GR. Voor de uitvoering van de Wsw ontvangen wij een lumpsumbedrag in het Participatiebudget. Sinds de invoering van de Participatiewet is er geen nieuwe instroom in de Wsw meer mogelijk. Hierdoor neemt de Wsw-populatie door natuurlijk verloop gestaag af. Als gevolg van de bovenstaande ontwikkelingen is de verwachting dat het exploitatietekort van de EMCO-Groep jaarlijks zal toenemen. Hiermee is rekening gehouden in ons meerjarenperspectief. De EMCO-Groep benoemt in haar risicoparagraaf in de begroting 2021 de volgende risico’s: netto-opbrengsten, lonen Wsw-werknemers, salariskosten ambtelijk personeel, Rijksbijdragen, het Lage-Inkomensvoordeel en het Leer-Werkbedrijf.  Wij doen hier de aanname dat indien het geprognosticeerde bedrijfsresultaat over 2021 van € 659.000 niet gerealiseerd wordt dit naar rato van ons aandeel in de EMCO-Groep (13,38%) voor onze rekening komt, zijnde € 88.000 met een kans van 50%.

Tabel structurele risico's

STRUCTURELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2021 2022 2023 2024
4. Decentralisaties Sociaal Domein 1.000 50% 500 500 500 500
5. EMCO-groep 88 50% 44 44 44 44
Totaal 1.088 544 544 544 544

Overige ontwikkelingen met een mogelijk financieel risico

Wij zien een aantal ontwikkelingen die van betekenis gaan zijn voor onze gemeente, maar waarbij wij nog niet kunnen inschatten of dit - al dan niet financiële - risico's met zich meebrengt. We willen deze ontwikkelingen wel in deze risicoparagraaf onder de aandacht brengen. 

Klimaatadaptatie
Door klimaatveranderingen nemen de risico’s op wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen toe. In 2019 hebben wij een stresstest uitgevoerd, dit geeft inzicht in de gevolgen van de klimaatveranderingen voor de het gebied van de Noordelijke Vechtstromen met betrekking tot de klimaatveranderingen.  De stresstest kan gezien worden als een eerste stap om de kwetsbaarheid voor klimaatverandering in beeld te brengen.
De tweede stap is het voeren van een risicodialoog met inwoners, instellingen en bedrijven over de uitkomsten.  Tevens zal in 2021 de samenwerking in de waterketen met het waterschap , buurgemeenten en de WMD om een vervolg krijgen. Door deze samenwerking zijn wij doelmatiger samen gaan werken, dat wil zeggen goede kwaliteit tegen lagere kosten en minder bestuurlijke drukte.

Duurzaamheid
In 2021 gaan wij verder met de uitwerking van de duurzaamheidsvisie en wordt er gewerkt aan het opstellen van een visie voor een warmtetransitie. Op dit moment zijn de uitkomsten en bijbehorende financiële consequenties nog niet inzichtelijk.
Het is echter aannemelijk dat wij dienen te investeren in duurzaamheid van ons vastgoed, infrastructuur en op diverse andere vlakken.

Herstructurering Gemeentefonds
Het gemeentefonds is voor Gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. Sinds de invoering van de Financiële verhoudingenwet (1997) is er veel veranderd voor gemeenten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft laten onderzoeken hoe de verdeling van het gemeentefonds het beste kan worden herijkt. De onderzoeken om met ingang van 2022 te komen tot een nieuwe verdeling voor het gemeentefonds zijn afgerond. Naar verwachting zullen gemeenten in december over het definitieve verdeelvoorstel geïnformeerd worden. 

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Hierbij zetten wij eerst het gedeelte van onze weerstandscapaciteit in dat geen of minimale effecten heeft op ons beleid en onze begroting.
In onze weerstandscapaciteit hebben wij geen bestemmingsreserves en  stille reserves opgenomen. Het tijdsbestek waarin stille reserves vrijgespeeld kunnen worden ter dekking van risico’s ligt hieraan ten grondslag. Voor bestemmingsreserves is het argument dat bij de inzet van deze reserves de uitvoering van het beleid mogelijk onder druk komt te staan.

WEERSTANDSCAPACITEIT
Bedragen x € 1.000
Bestanddeel weerstandscapaciteit prognose 2020 2021 2022 2023 2024
Algemene reserve 28.568 28.568 28.568 28.568 28.568
Resultaat + reserve mutaties (voor bestemming cumulatief) 716 1.579 3.601 5.461 7.540
Onbenutte belastingcapaciteit 500 -155 -155 -155 -155
Post onvoorzien 100 100 100 100 100
Totaal weerstandscapaciteit 29.884 30.092 32.114 33.974 36.053

Ratio weerstandsvermogen

Een gemeente is vrij om te bepalen welk deel van de weerstandscapaciteit wordt aangewend voor het weerstandsvermogen. Conform de nota Risicomanagement en Weerstands­vermogen zetten wij alleen onze algemene reserve in ter dekking van de mogelijke risico’s. Het weerstandsvermogen wordt als volgt bepaald:

Beschikbare weerstandscapaciteit : benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel). Hieruit vloeit een ratio voort, die in te delen is in één van de categorieën A tot en met F.

RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen Betekenis
A 2,0 < X Uitstekend
B 1,4 < X < 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 < X < 1,4 Voldoende
D 0,8 < X < 1,0 Matig
E 0,6 < X < 0,8 Onvoldoende
F X < 0,6 Ruim onvoldoende



WEERSTANDSVERMOGEN
Bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Weerstandscapaciteit 30.092 32.114 33.974 36.053
Te verwachten risico’s 2.869 2.469 2.069 1.369
Weerstandsvermogen 27.223 29.645 31.905 34.684
De ratio weerstandsvermogen kan als volgt worden berekend:
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
2021 2022 2023 2024
Ratio weerstandsvermogen 10,49 13,01 16,42 26,34

Financiële kengetallen

Op grond van het BBV nemen wij in deze paragraaf een aantal kengetallen op die de  beoordeling van onze financiële positie ondersteunen. Daarmee wordt beoogd uw raad in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van onze  gemeente. De kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en op te vangen. Zij geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Het gaat daarbij om de volgende kengetallen:

  • de netto schuldquote;
  • de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen;
  • de solvabiliteitsratio;
  • de grondexploitatie;
  • de structurele exploitatieruimte, en
  • de belastingcapaciteit.

Deze kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

Toelichting op de betekenis van de kengetallen

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De schuldquote daalt als gevolg van reguliere aflossingen op de leningenportefeuille. 

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De ratio stijgt omdat wij blijven werken aan de versterking van onze vermogenspositie door middel van structurele stortingen in de algemene reserve. 

Grondexploitatie
Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is dat de grondexploitatie kan bijdragen aan verlaging van de schuld van de gemeente.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door het saldo van de stelpost vrije begrotingsruimte te delen op het totale saldo van de begroting (begrote lasten en stortingen in de reserves). 

Belastingcapaciteit
Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een zich voordoende financiële tegenvaller in het volgend begrotingsjaar kan worden opgevangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De benutte belastingcapaciteit is gestegen als gevolg van de indexatie van de Ozb-opbrengst. 

Ontwikkeling van onze kengetallen
In de periode 2014 – 2018 is zwaar ingezet op het herstellen en weer toegroeien naar een gezond financieel evenwicht. Wij creëren  op deze manier ruimte voor nieuw beleid en een gezonde financiële basis. De bestuurlijke lijn van de afgelopen jaren zien wij terug in de ontwikkeling van alle indicatoren en de uitkomsten onderschrijven het gevoerde beleid.

KENGETALLEN FINANCIËLE POSITIE
Realisatie Prognose Begroot Begroot Begroot Begroot
2019 2020 2021 2022 2023 2024
Netto schuldquote (%) 69 80 77 70 64 57
Idem gecorrigeerd voor verstrekte leningen (%) 64 72 71 65 59 52
Solvabiliteitsratio (%) 31 31 33 36 39 43
Grondexploitatie (%) 13 10 7 5 4 1
Structurele exploitatieruimte (%) 1,0 1,6 1,2 2,2 2,5 2,6
Belastingcapaciteit (%) 86,0 94,9 101,7 101,7 101,7 101,7


De provincie hanteert voor de kengetallen de volgende signaleringswaarden, waarbij categorie A als 'minst risicovol' en categorie C als 'meest risicovol' wordt geduid.

 

SIGNALERINGSWAARDEN PROVINCIE
Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden <90%> 90-130% >130%
b. met correctie doorgeleende gelden <90%> 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%>
Grondexploitatie <20%> 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte Begr >0% Begr = 0% Begr <0%>
Belastingcapaciteit <95%> 95-105% >105%

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Voor alle activiteiten die binnen onze gemeente plaatsvinden - zoals wonen, werken en recreëren - zijn kapitaalgoederen nodig. Hierbij valt te denken aan wegen, riolering, groen, openbare verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze goederen en het niveau van onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau van de gemeente. In deze paragraaf gaan wij in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen voor wat betreft de grotere kapitaalgoederen van de gemeente. De in deze paragraaf opgenomen bedragen zijn exclusief de kosten voor de inzet van ons eigen personeel en materieel.

Gebouwen

Algemeen
Het gemeentelijk vastgoed is faciliterend aan verschillende beleidsdoelstellingen van het gemeentelijk beleid. We hebben daarbij verschillende soorten vastgoed in beheer die we tot ons kernbezit rekenen. Dit kernbezit is noodzakelijk om op middellange en lange termijn de gemeentelijke beleidstaken te blijven uitvoeren. Hierbij moet gedacht worden aan gebouwen voor de gemeentelijke huisvesting, maar ook bijvoorbeeld aan sporthallen en multifunctionele accommodaties. Naast het kernbezit beschikken we nog over circa 20 gebouwen/locaties die wij hebben aangemerkt als ‘af te stoten bezit’. Deze gebouwen hebben of gaan hun gemeentelijke beleidsfunctie verliezen, waardoor ze afgestoten kunnen worden. De afgelopen jaren hebben we ongeveer 20 gebouwen/locaties afgestoten.

Beleidskader
In december 2016 stelde uw raad de “Visie, strategie en beheer van vastgoed” vast. Uitgangspunt hierin is dat wij streven naar een vastgoedportefeuille die zich beperkt tot vastgoed dat nodig is voor efficiënte uitvoering van de gemeentelijke taken.
Voor de conditiemeting van de gebouwen sluiten wij aan bij de NEN 2767 standaard. Binnen deze standaard is sprake van scores tussen 1 en 6. Daarbij is 1 zeer goed en 6 zeer slecht. Een conditiescore van 3 is naar de maatstaf voldoende. Voor het kernbezit is een onderhoudsscore van 3 het uitgangspunt (bij nieuwe panden hebben we een gemiddelde score van 2). In 2020 worden alle meerjarenonderhoudsprogramma’s geactualiseerd. Voor de uitvoering van het planmatig onderhoud wordt zoveel mogelijk de combinatie gezocht met het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed.

Financiën
Uitgangspunt voor het bepalen van de onderhoudsbudgetten is een gemiddelde onderhoudsscore van 3. Voor de begroting van 2021 wordt nog uitgegaan van de eerdere meerjarenonderhoudsprogramma’s,
Zodra de financiële consequenties van de geactualiseerde meerjarenonderhoudsprogramma’s in relatie tot verduurzaming inzichtelijk zijn, zullen de budgetten daarop aangepast en verwerkt worden.
Onderstaande onderhoudsbudgetten is nog exclusief de investeringen voor verduurzaming.

BUDGETTEN ONDERHOUD GEBOUWEN
Bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Dagelijks onderhoud 388 388 388 388
Planmatig onderhoud 676 190 516 287
Totaal 1.064 578 904 675

Groen

De gemeente beheert een groot oppervlakte groen. In deze hoeveelheid zit een grote variëteit. Wij onderhouden sierplantsoenen, bermen, maar bijvoorbeeld ook sloten, bossen en natuurterreinen. In onderstaande tabel geven wij de verdeling weer.

KERNCIJFERS GROEN
Heesters en rozen 17 ha
Gazon 163 ha
Bos (windsingels, houtwallen en bosjes) 167 ha
Bermgras 394 ha
Natuurterrein 12 ha
Waterpartijen 35 ha
Sloten en greppels 608 km
Bomen 55.135 st
Halfverharding en zandwegen 36 ha

Beleidskader
In het kader van de perspectiefnota 2015 (takendiscussie) en de programmabegroting 2015 heeft de raad besloten het onderhoudsniveau van het openbaar groen te verlagen van A/B naar onderhoudsniveau C. Dit is bevestigd met de vaststelling van de notitie Duurzaam Groenonderhoud in 2017. In 2019 is akkoord gegaan met het beschikbaar stellen van extra middelen voor boomonderhoud en natuurtechnisch bermbeheer. Invoering van natuurtechnisch bermbeheer zal in 2021 een vervolg krijgen.
 
Financiën
Voor het onderhoud van het openbaar groen zijn de volgende budgetten beschikbaar:

BUDGETTEN OPENBAAR GROEN
Bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Onderhoud openbaar groen 954 865 701 701
Onderhoud begraafplaatsen 258 258 258 258
Totaal 1.212 1.123 959 959

Openbare verlichting

Voor het verwijderen van de lichtmasten in het buitengebied heeft de nadere inventarisatie van de schoolroutes plaats gevonden. Op basis hiervan is een proef gestart met “slimme verlichting” op het fietspad "de Klencke" in Oosterhesselen. In 2021 gaan we verder met vervangen van de TL verlichting in Sleen en Erm en zal de inventarisatie van de lichtmasten in het landelijk gebied afgerond worden. Ook zal er een pilot gestart worden aan de Hengstmeerweg met een andere vorm van “slimme verlichting”. De doelstelling om in 2022 de bestaande TL en SOX armaturen (50% van het areaal armaturen) te vervangen door LED- armaturen zal hierdoor gehaald worden.

Financiën
Voor openbare verlichting zijn de volgende budgetten beschikbaar:

BUDGETTEN OPENBARE VERLICHTING
Bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Electra 182 182 182 182
Onderhoud & remplace 96 96 96 96
Sanering lichtmasten 54 54 54 54
Vervanging armaturen & lichtmasten 428 358 - -
Totaal 760 690 332 332

Oeververbindingen

In het kader van de uitvoering van het beheerplan civieltechnische kunstwerken 2019-2023 zullen in 2021 de brug in Wezuperbrug (Brugstraat), brug Verlengde Hoogeveense vaart NZ, brug Brinkstraat vervangen worden. In 2021 zullen wij ook starten met de voorbereidingen van het vervangen van de brug Klenckerweg Oosterhesselen. Naast het vervangen van de bruggen zullen er ook groot onderhoud aan een aantal bruggen uitgevoerd worden.

Riolering

Inmiddels is het riool in de Middendorpstraat in Meppen geoptimaliseerd en het riool in de Schoolstraat in Dalen vervangen. In het het kader van de DPRA (Delta Plan Ruimtelijke Adaptie) is in 2019 de stresstest uitgevoerd in het gebied van de Noordelijke Vechtstromen. Door de coronacrisis heeft het vervolg, onder andere een risicodialoog met  inwoners, instellingen en bedrijven te voeren, niet plaats kunnen vindne. In 2021 zal een uitvoeringsagenda opgesteld worden . De uitkomsten van de stresstest zullen worden meegenomen in het in 2021 op te stellen vGRP.   

Financiën
Voor riolering zijn de volgende budgetten beschikbaar:

BUDGETTEN RIOLERING
Bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Onderhoud 785 785 785 785
Planvorming en begeleiding 252 252 252 252
Kapitaallasten 1.402 1.477 1.540 1.603
Totaal 2.439 2.514 2.577 2.640

Wegen

Het onderhoud van de wegen is in 2020 planmatig uitgevoerd. Daar waar noodzakelijk zijn de bermen hersteld en ingezaaid met een bloemmengsel ter bevordering van de biodiversiteit. In 2021 zal het onderhoud van de afgelopen jaren op dezelfde wijze voortgezet worden.

Financiën
Voor het onderhoud van wegen zijn de volgende budgetten beschikbaar:

 

BUDGETTEN ONDERHOUD WEGEN
bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Planmatig onderhoud 1.549 1.497 1.497 1.497
Klein onderhoud (reparaties) 30 30 30 30
Onderhoud zandwegen 30 30 30 30
Onkruidbestrijding verhardingen 110 110 110 110
Kapitaallasten 264 261 258 254
Totaal 1.983 1.928 1.925 1.921

Financiering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s die daarmee samenhangen. Tevens informeren wij u over de verwachte ontwikkelingen op het gebied van rente en financiering. Tenslotte is in deze paragraaf informatie opgenomen over het verplicht Schatkistbankieren en het verwachte EMU-saldo van de gemeente.

Onder treasury verstaan wij het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de inkomende en uitgaande geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De wet financiering decentrale overheden (wet fido) bevat kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie door de decentrale overheden. Deze kaders zijn verder uitgewerkt in het Financieringsstatuut dat wij in 2016 hebben vastgesteld.

Saldobeheer en intern liquiditeitsbeheer

Met een liquiditeitsplanning houden wij inzicht in het verloop van onze liquiditeitspositie gedurende het jaar, we stemmen onze inkomende en uitgaande geldstromen op elkaar af. We streven er naar zo weinig mogelijk langlopende financieringsmiddelen aan te trekken. Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij onze verplichtingen tijdig kunnen nakomen.

Financieringsrisico's en rentebeheer

Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de wet fido twee instrumenten: de rente risiconorm en de kasgeldlimiet.

Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag dat de gemeente mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen, dat wil zeggen negatieve stand op de rekening-courant en leningen met een looptijd van maximaal één jaar. De norm is 8,5% van het begrotingstotaal. Voor het jaar 2021 bedraagt de kasgeldlimiet € 8.953.000  (2020: € 9.644.000).

BEREKENING KASGELDLIMIET 2021
Bedragen x € 1.000
Begrotingstotaal 2021 105.335
relevant percentage 8,5
Kasgeldlimiet 8.953


Renterisiconorm
Het tweede instrument om de rente- en de financieringsrisico’s te beperken is de zogenaamde renterisiconorm. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen.De jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Wij hebben geen opgenomen geldleningen in onze portefeuille waarop een renteherzieningsclausule van toepassing is.

De berekening van de renterisico’s op de vaste schuld vindt plaats volgens het onderstaande model. Het overzicht bevat eveneens de toetsing aan de voor ons geldende norm. Uit het overzicht blijkt dat wij in de komende jaren ruimschoots voldoen aan de norm.

TOETSING AAN RENTERISICONORM
Bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Berekening renterisico
Renteherzieningen 0 0 0 0
Aflossingen 10.029 8.716 7.468 7.134
Renterisico 10.029 8.716 7.468 7.134
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal 105.335 104.831 103.983 106.019
Percentage conform regeling 20 20 20 20
Renterisiconorm 21.067 20.966 20.797 21.204
Toetsing renterisico aan norm
Renterisico 10.029 8.716 7.468 7.134
Renterisiconorm 21.067 20.966 20.797 21.204
Ruimte 11.038 12.250 13.329 14.070

Verwachte ontwikkelingen

Financieringsbehoefte
Jaarlijks berekenen wij onze financieringsbehoefte. Wij  berekenen dit op basis van het meerjarig investeringsprogramma, de contractuele aflossingen op het bestaande leningenpakket en de voorziene ontwikkelingen binnen de reserves en de voorzieningen. Daarnaast maken wij volop gebruik van de kasgeldlimiet. Daarbij hanteren wij een liquiditeitsplanning. Op basis hiervan verwachten wij de volgende langlopende leningen aan te moeten trekken tegen een gemiddelde rente van 0%:

  • 2021          €   5.000.000;
  • 2022          €   5.000.000;
  • 2023          €   0;
  • 2024          €   0.
Wij verwachten dat de marktrente voor de nieuw aan te trekken leningen in de komende jaren laag zal blijven. Momenteel zijn de rentetarieven voor nieuwe langlopende leningen zelfs negatief.
 

In de onderstaande tabel geven wij het verloop van de leningenportefeuille van de gemeente weer.

VERLOOP LENINGENPORTEFEUILLE
Bedragen x € 1.000
Algemeen Woningbouw Verzorgingstehuizen Waarborgsommen Totaal
Boekwaarde 01-01-2021 72.248 0 148 13 72.409
Opname 5.000 5.000
Aflossing -9.881 -148 0 -10.029
Boekwaarde 31-12-2021 67.367 0 0 13 67.379
Opname 5.000 5.000
Aflossing -8.716 0 -8.716
Boekwaarde 31-12-2022 63.650 0 0 13 63.663
Opname 0 0
Aflossing -7.468 0 0 -7.468
Boekwaarde 31-12-2023 56.183 0 0 13 56.195
Opname 0 0
Aflossing -7.134 0 0 -7.134
Boekwaarde 31-12-2024 49.048 0 0 13 49.061


Interne rekenrente en renteresultaat
Op grond van wijzigingen in het BBV mag de interne rekenrente, die wij toerekenen aan onze investeringen, met maximaal 0,5% afwijken van het werkelijke gemiddelde rentepercentage. 

Wij verwachten dat onze rentelasten ten opzichte van onze activa zich als volgt zal ontwikkelen (de zogenoemde ‘omslagrente’): 

  • 2021          1,83% 
  • 2022          1,37% 
  • 2023          1,14% 
  • 2024          1,09%

De rente die moet worden toegerekend aan de grondexploitatie heeft een andere grondslag binnen het BBV (zie ook de Notitie Grondexploitaties - september 2019). Het rentepercentage mag niet meer afwijken dan 0,5% boven of onder het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille. Om te voorkomen dat deze renteparameter ook elk jaar fluctueert is het mogelijk om te kiezen voor het rekenen met een stabiel rentepercentage in de meerjarenprognose. De komende jaren blijven wij daardoor aan de grondexploitaties 3% rente toerekenen.

Doordat wij 1,5% rente toerekenen aan onze investeringen minus grondexploitaties, rekenen wij in het jaar 2021 te weinig rente toe aan onze investeringen. In de jaren 2022, 2023 en 2024 is het effect tegenovergesteld. Omdat de omslagrente een percentage is dat fluctueert, leidt dit tot renteresultaten. Deze voor- en nadelen ten opzichte van de interne rekenrente willen we niet van invloed laten zijn op onze meerjarenraming. De voor- en nadelen vangen wij daarom op in een zogenaamde stelpost renteresultaat. 
De saldi op deze stelpost zijn (het zogenoemde 'renteresultaat'):

  • 2021          -  € 310.498 nadelig;
  • 2022          + € 131.000 voordelig;
  • 2023          + € 317.000 voordelig;
  • 2024          + € 411.000 voordelig.

BEREKENING RENTERESULTAAT 2021
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.999.539
De externe rentebaten -/- -42.891
Saldo door te rekenen externe rente 1.956.649
De aan grondexploitatie doorberekende rente -/- 331.869
De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende
programma moet worden toegerekend -/- 8.380
De rentebaat van doorverstrekte leningen die aan het
desbetreffende programma moet worden toegerekend + 8.380
Aan programma's toe te rekenen externe rente 1.624.779
Rente over eigen vermogen 102.105
Rente over voorzieningen 0
Totaal aan programma's toe te rekenen rente 1.726.884
De werkelijk aan programma's toegerekende rente (renteomslag) -/- 1.416.386
Renteresultaat -310.498



VERLOOP FINANCIERINGSPOSITIE
Bedragen x € 1.000
2021 2022 2023 2024
Geïnvesteerd vermogen
Totaal vaste activa 112.023 111.075 108.968 106.344
Voorraden bouwgrond 7.454 5.512 3.943 1.500
Totaal geïnvesteerd vermogen 119.477 116.587 112.911 107.844
Vaste financieringsmiddelen
Eigen vermogen 41.601 44.372 46.982 49.810
Voorzieningen 1.482 1.341 1.136 868
Langlopende leningen 67.379 63.663 56.195 49.061
Totaal financieringsmiddelen 110.462 109.376 104.313 99.739
Financieringstekort 9.015 7.211 8.598 8.105

Schatkistbankieren

Het drempelbedrag voor schatkistbankieren is 0,75% van ons begrotingstotaal; in 2021 is dit € 790.000.

Dagelijks worden de saldi van onze bankrekeningen geraadpleegd. Alle tegoeden boven het drempelbedrag worden afgestort in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Deze afroming wordt automatisch door BNG geregeld. Indien de stand van de liquide middelen het toelaat worden deze tegoeden weer teruggehaald. Blijft ons liquiditeitssaldo beneden het drempelbedrag, dan hoeft er geen bedrag gestort te worden in de schatkist.

Op grond van onze liquiditeitsprognose gaan wij ervan uit dat wij in 2021 enkel kortstondig stortingen in de schatkist doen.

EMU-saldo

Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven van de overheid. Om te voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen, hebben de lidstaten van de Europese Unie afgesproken dat het EMU-tekort maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp) mag bedragen. In dit maximale tekort hebben, naast de Rijksoverheid, ook gemeenten en provincies een aandeel. Voor de jaren 2019-2022 is afgesproken dat de gezamenlijke ruimte voor de decentrale overheden 0,4% van het bbp bedraagt. Het collectieve aandeel van de gemeenten is 0,27% van het bbp.


In de berekeningen in het hierna opgenomen overzicht lijkt onze gemeente een EMU-tekort te gaan realiseren in de jaren 2020-2021. De ervaring leert echter dat het EMU-saldo bij jaarrekening positiever uitvalt dan in de begroting werd aangenomen.

BEREKENING EMU-SALDO
Bedragen x € 1.000
Omschrijving 2020 2021 2022
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
(zie BBV, artikel 17c) (bij "-" is saldo nadelig) 2.715 1.119 3.107
Mutatie (im)materiele vaste activa 6.379 3.159 -751
Mutatie voorzieningen -1.042 -60 -141
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -2.303 -1.955 -1.942
Verwachte boekwinst bij verkoop van effecten en verwachte
boekwinst bij verkoop (im)materiele vaste activa 0 0 0
Berekend EMU-saldo -2.403 -145 5.659

Bedrijfsvoering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.

ICT/ Informatiemanagement

In korte tijd, mede door de Corona-crisis, heeft digitalisering een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Nog meer dan voorheen doen inwoners digitaal zaken met ons. Ook is mobiel werken de norm geworden. Het maakt dat we steeds meer op informatietechnologie leunen. Het is de basis van onze dienstverlening en veel processen kunnen niet meer zonder.

Ons doel is dat inwoners kunnen vertrouwen op een stabiele, moderne en veilige digitale omgeving, waarin zij op een open en transparante manier hun zaken kunnen regelen met de gemeente op een moment waarop het hen past. Inwoners verwachten daarin kwaliteit. Als i-organisatie zorgen we voor een informatiehuishouding die dat mogelijk maakt. We professionaliseren onszelf constant om aan de veranderende vraag te voldoen. Een belangrijk thema in 2021 is dat we een slag willen maken om zo ons informatielandschap nog beter te kunnen beheren, besturen en aanpassen.

Openheid en transparantie horen bij het ‘nieuwe normaal’. Zo geven we inzicht in onze besluitvorming en zelfs in onze werkprocessen. Dat doen we onder meer door status- en voortgangsinformatie te verstrekken via verschillende digitale loketten, waaronder Mijn Overheid. Eigen regie is ook een voorwaarde als het gaat om de oplevering van de webshop minima in 2021 en in het ontwerp van het digitale stelsel Omgevingswet. Binnen dat laatste project werken we samen met de Drentse gemeenten.

De Archiefwet verplicht ons onze gemeentelijke informatie ongeacht de vorm op een goede, geordende en toegankelijke manier te bewaren. Dat kan betekenen dat informatie voor eeuwig toegankelijk, benaderbaar en leesbaar moet zijn, zowel in fysieke vorm als in digitale of andere vorm. Dit kan via een e(lektronisch)-depot dat is gericht op het preserveren, zoeken en vinden van informatie. In 2021, het jaar waarin Coevorden de culturele gemeente van Drenthe wordt, realiseren we de aansluiting op een e-depot zodat (o.a. historische) informatie direct digitaal toegankelijk wordt gemaakt voor inwoners.

Een ontwikkeling die we volgen is Common Ground. Hierin is het principe leidend dat de informatievoorziening van gemeenten gezamenlijk wordt ingericht, waardoor we gegevens eenvoudiger kunnen uitwisselen en kunnen samenwerken. Hiermee wordt de gemeentelijke dienstverlening sterk verbeterd. Wij werken in Dimpact verband samen met veertig gemeenten aan de uitwerking van deze Common Ground gedachte.

Ook bereiden we ons voor op de ontwikkelingen rondom de samenhangende objectenregistratie. De verschillende bestaande (geo) basisregistraties (waaronder BGT, BAG, BRK en BRT) vertonen tot nu toe weinig samenhang. De registraties zijn op verschillende momenten en gescheiden van elkaar ontstaan en dat heeft er toe geleid dat gegevens over (nagenoeg) hetzelfde object (zoals gebouwen, wegen of openbare ruimten) verspreid zijn geraakt over verschillende registraties met elk hun eigen inhoud, manieren om processen bij te houden en ICT-systemen. De overheid is daarom bezig om de bestaande registraties door te ontwikkelen tot een samenhangende objectenregistratie. In Coevorden anticiperen we hierop door ons gegevensbeheer op dit terrein slim en in samenhang te organiseren.

Zo blijven we de ontwikkelingen volgen en sluiten we er, vanuit informatiemanagement en -technologie, op aan om de gemeentelijke dienstverlening te kunnen verbeteren en verbinden aan de behoeften in de samenleving.

Informatieveiligheid

Informatieveiligheid is één van de belangrijke thema’s van deze tijd. De aanhoudende digitalisering maakt de overheid efficiënt, maar ook kwetsbaar. We gaan daarom in 2021 verder met de implementatie van en met het werken met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Met de BIO wordt de nadruk gelegd op risico gebaseerd maatregelen nemen. Informatieveiligheid is een verantwoordelijkheid van de hele organisatie. Door de BIO wordt deze verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk bij de organisatie neergelegd.

In 2019 en 2020 zijn de eerste stappen voor de implementatie van de BIO gezet. Zo is er gewerkt aan de actualisatie van het informatieveiligheidsbeleid en zijn er onderdelen uit de BIO structureel ingevoerd. Informatieveiligheid is een continue proces waarbij aan de hand van risico’s beslissingen en maatregelen genomen moeten worden. Het grootste risico als het gaat om informatieveiligheid, is menselijk gedrag. Daarom worden er in 2021 ook weer verschillende activiteiten georganiseerd met als doel om medewerkers bewust te maken van hun gedrag en de risico’s.
In 2021 wordt veilig mailen verder ingevoerd. Iedere inwoner en organisatie moet erop kunnen vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig omgaat met het versturen van persoonsgegevens.

Ook wordt in 2021 wederom verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad en externe toezichthouders over informatieveiligheid. Dit wordt gedaan door middel van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). In 2021 is de ENSIA meer gebaseerd op de BIO. Met ENSIA wordt verantwoording afgelegd over informatieveiligheid van onder andere de Basisregistratie Personen (BRP), Paspoorten en Nederlandse Identiteitskaarten (PNIK), Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en DigiD. Jaarlijks vragen wij ons college een collegeverklaring vast te stellen over de geldende normenkaders voor DigiD en Suwinet. Deze collegeverklaring wordt ook gecontroleerd door een externe auditor en wij gebruiken deze ook om verticaal verantwoording af te leggen aan het Rijk. Daarnaast worden verschillende rapportages voor basisregistraties vastgesteld door ons college en gebruikt voor verantwoording richting het Rijk. Deze collegeverklaring en rapportages worden ook aan uw raad aangeboden, zodat u op de hoogte bent van de resultaten uit ENSIA.

Van data naar informatie

In de voorgaande periode is gewerkt aan de totstandkoming van de monitor voor het Sociaal Domein. Dit heeft geresulteerd in een monitor die inzicht geeft in de geleverde prestaties. De monitor voor het Sociaal Domein heeft als een vliegwiel gewerkt voor de start van nieuwe Business Intelligence ( 'BI')-projecten. In totaal zijn er in 2020 vier lopende BI-projecten die zich elk in een ander stadium van het proces bevinden.  Naast de lopende projecten is er uit diverse gemeentelijke domeinen interesse om ook een BI-project op te starten. Deze zullen worden getoetst op geschiktheid en in 2021  als BI-project worden opgepakt.

Om BI in te bedden in de manier van werken en de applicatie Qlik dé bron te laten zijn voor managementinformatie is het belangrijk het proces van BI-projecten verder te professionaliseren.  Om alle BI-projecten met dezelfde expertise en middelen  uit te kunnen voeren is het noodzakelijk over tot uniformering van de aanpak van BI-projecten.

Naast de BI-projecten zal er in 2021 ook meer aandacht worden besteed aan datagedreven werken. Het inbedden van deze werkwijze in de organisatie is een randvoorwaarde om BI-projecten succesvol te kunnen laten zijn. Door monitoring wordt het mogelijk om gemaakt beleid en gestelde doelen te toetsen op de realisatie. Dit zal leiden tot een efficiëntere werkwijze en hierdoor zullen we de inzet van onze middelen gerichter kunnen bepalen.

Gegevensbescherming

Het borgen van privacy is een continu proces. Het gaat niet om het eenmalig treffen van een aantal privacymaatregelen. Verwerkingen van gegevens, doelgroepen, technische mogelijkheden, privacyregels en maatschappelijke opvattingen kunnen veranderen. De effectiviteit van de maatregelen moet daarom regelmatig worden beoordeeld en waar nodig aangepast. Wanneer een datalek zich voordoet, wordt zo snel mogelijk gehandeld. Dit houdt een melding bij het AVG-team (bestaande uit Functionaris Gegevensbescherming, Privacy Officer en Chief Information Security Officer ) in, zodat deze meteen nader onderzoek in kan stellen. Het delen van voorgevallen datalekken moet bijdragen aan extra scherpte en een lerend vermogen binnen onze organisatie.  De datalekken registreren wij in het incidentenregister.

In 2021 zullen wij ons met name richten op het optimaliseren van het verwerkingenregister, het blijvend onder de aandacht brengen van juiste verwerkersovereenkomsten met gegevensverwerkers en het beleggen van de uitvoering  van PIA's (Privacy Impact Assessment) binnen het Sociaal Domein en Burgerzaken. Het initiatief inzake het uitvoeren van PIA moet meer vanuit de lijn ontstaan. Het afgelopen jaar werd dit met name aangestuurd vanuit het Privacy team. Hier willen wij een ommekeer in aanbrengen. Het uitvoeren van  PIA's draagt bij aan de scherpte die er moet zijn als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens.
Ultimo 2021 willen wij:

-  het verwerkingenregister volledig hebben geactualiseerd;
-  verwerkersovereenkomsten opgeslagen hebben in onze contractendatabase;
-  PIA's uit laten voeren in de lijn (Sociaal Domein & Burgerzaken);
-  privacy ambassadeurs per afdeling benoemen;
-  informatie met betrekking tot bovenstaande onderdelen gepubliceerd hebben op het intranet.

Verwerkingenregister
Het verwerkingenregister zoals wij dat nu kennen is aan een update toe. Hier zullen wij de focus op leggen en onderzoeken welke methodieken toe te passen zijn om het up to date houden nog efficiënter maken. Indien nodig zullen wij hiervoor specialisten inschakelen.

Verwerkersovereenkomsten
Er zijn veel verwerkersovereenkomsten opgesteld de afgelopen tijd. Veel van deze overeenkomsten zijn inmiddels opgeslagen in onze contractendatabase. Onze doelstelling is om per afdeling een privacy ambassadeur te benoemen zodat wij sneller informatie kunnen delen en opvragen. Op deze manier willen wij ook de nog 'zwervende' verwerkersovereenkomsten op de juiste manier archiveren.

Data Privacy Impact Assessment (DPIA) oftewel Gegevensbescherming effectbeoordeling (GEB)
Naast de wettelijke verplichting van een PIA heeft het simpelweg veel voordelen. Een PIA draagt bij aan de bewustwording ('privacy awareness') binnen onze organisatie, risico’s worden ondervangen en beperkt en de systemen worden beter ingericht.
Door per afdeling een privacy ambassadeur te benoemen willen wij, beginnend bij het Sociaal Domein en Burgerzaken, het initiatief tot uitvoeren van een PIA beleggen op de afdeling. Onze medewerkers kennen onze processen als geen ander en kunnen goed inschatten of er sprake is van 'hogere' risico's. Hogere risico ten aanzien van de privacy doen zich voor in processen waar veel gewerkt wordt met bijzondere persoonsgegevens.

Interne bewustwording over privacy
Zorgen voor bewustwording blijft een continu proces. Wij willen deze bewustwording blijven prikkelen door het intranet nog actiever in te zetten. Bijvoorbeeld door het plaatsten van een poll, kennisquiz, kort en bondige privacy nieuwsberichten maar ook het publiceren van uitgevoerde PIA's en het geactualiseerde register van verwerkingen.

Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid

Op grond van de verordening doelmatigheid en doeltreffendheid voeren wij jaarlijks minimaal één onderzoek uit naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van een  thema. In de verordening is opgenomen dat wij de gemeenteraad in de paragraaf bedrijfsvoering in de Programmabegroting informeren over het onderwerp van het onderzoek. In 2021 zullen wij een onderzoek uitvoeren naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de vastgestelde vastgoedvisie. Deze visie is eind 2016 door uw raad vastgesteld. Het toenmalige gemeentelijke vastgoed is onderverdeeld in kernbezit en niet-kernbezit. Wij onderzoeken de ontwikkeling van onze vastgoedportefeuille in de afgelopen vier jaren. 

Intern controleplan

Ons college is verplicht (conform artikel 212 en 213 van de Gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Om hier invulling aan te geven wordt jaarlijks een Intern Controle Plan (ICP) opgesteld.

Aan de hand van het ICP worden de financieel kritische processen systematisch gecontroleerd. Middels steekproeven wordt de kwaliteit van de interne beheersing getoetst. De bevindingen worden opgenomen in een rapportage die wordt opgesteld voor ieder afzonderlijk proces. De aanbevelingen die aan de hand van de gedane bevindingen zijn geformuleerd worden besproken met de proceseigenaar (teamleider). Op deze manier wordt kort-cyclische bijsturing ingezet en vormen deze interne controles de basis voor de interim-controle (procesgericht) die door de accountant wordt uitgevoerd.

Het optimaliseren van de interne controles betreft een dynamisch, steeds terugkerend proces.  In 2021 zal de focus liggen op afronding van de optimalisatie van het proces inzake subsidieverstrekking. Medio 2020 is een projectgroep tot het leven geroepen om het proces aangaande subsidieverstrekkingen te optimaliseren. Hierbij wordt zowel gekeken naar een efficiëntere manier van werken, het aanscherpen van de kennis op dit onderwerp en ook het verbeteringen van de vastlegging en monitoring op de rechtmatigheid.  Hier zien wij naar aanleiding van zowel de interne controle, als de aanbevelingen voortkomend uit de managementletter voldoende uitdaging om efficiëntie en kwaliteitsslagen door te voeren.  Wij willen een zelf controlerende organisatie zijn die ‘In Control’ is.

Invoering rechtmatigheidsverantwoording in 2021
Met ingang van het verslagjaar 2021 gaan colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten en colleges van gedeputeerde staten van provincies en dagelijkse besturen van gemeenschappelijke regelingen zelf een rechtmatigheidsverantwoording opstellen, die opgenomen zal worden in de jaarrekening. Hiermee leggen decentrale overheden zelfstandig verantwoording af over de naleving van geldende wet- en regelgeving bij de totstandkoming van de baten en lasten en balansmutaties in de jaarrekening.  Onze accountant zal dan geen uitspraak richting de raad doen over het financieel rechtmatig handelen binnen de gemeente. Wel zal de accountant de juistheid en volledigheid van de rechtmatigheidsverantwoording blijven controleren. Dit heeft gevolgen voor de werkwijze in onze organisatie en de  herinrichting van een interne controle functie binnen onze organisatie. Daarbij wordt de gemeente geacht in staat te zijn om tot de rechtmatigheidsverantwoording te komen. Om te voldoen aan deze vereisten zal in samenwerking met de accountant een presentatie worden verzorgd om betrokkenen te informeren inzake de veranderingen. De medewerkers van control zullen workshops en cursussen bijwonen zodat het kennis niveau op peil is en daarnaast zullen zij zich toeleggen op de voorbereidingen die nodig zijn om tot een rechtmatigheidsverantwoording te komen. De volgende stap is te werken aan de "In Control Statement" (ICS)

Van rechtmatig naar ICS
Gemeenten en provincies moeten vanaf 2021 een rechtmatigheidsverantwoording afleggen in hun jaarstukken, ter vervanging van de huidige rechtmatigheidsverklaring van de accountant. Een mooie stap naar meer eigenaarschap van gemeenten voor het 'in control' zijn. Ze kunnen dit nog breder trekken door zich niet te beperken tot een rechtmatigheidsverantwoording, maar een ICS te maken. Met een ICS verklaren het bestuur en management dat de interne beheersings- en controlesystemen van een gemeente adequaat en effectief zijn. Dat de gehele bedrijfsvoering bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelstellingen er geen grote onverwachte verrassingen optreden. Het gaat dan ook om borging van een diversiteit aan processen én om de competenties van de medewerkers. Veel breder dus dan 'we hebben de financiën en de rechtmatigheid onder controle'.  Gemeente Coevorden zal stapsgewijs te werk gaan richting de In Control Statement.

Ontwikkelingen personeelsbeleid

Nadat we in 2020 P&O strategisch beleid vaststelden en verschillende P&O instrumenten projectmatig werden opgepakt kwam de uitbraak van Corona. Hiermee kwam de focus op werkplekken, arbeidsomstandigheden en leiderschap bij thuiswerken te liggen. Gebleken is dat wij een organisatie (blijken te) zijn die ook in Coronatijd in staat is om de bedrijfsvoering in stand te houden en dat alles ‘gewoon’ doorloopt en dat we wendbaar blijken te zijn in onze aanpassingen en creatief in onze oplossingen. In 2021 zal met inachtneming van de verandering die deze omstandigheden blijvend hebben beïnvloed – zoals het veel meer thuiswerken van collega’s-, meegenomen worden in de aanpassing van de P&O instrumenten zoals de gesprekscyclus (functioneren en ontwikkelen) en in de werkprocessen. Wordt de visie op leren en ontwikkelen en HR-analytics verder uitgewerkt. De gevolgen van het onderzoek openbare ruimte en de omgevingswet zal in de strategische personeelsplanning worden meegenomen.

Het programma Samen Doen, organisatie ontwikkeling, is in 2020 overgedragen naar de reguliere organisatie en wordt binnen de teams geborgd. Voor P&O betekent dit naast de doorontwikkeling van het eigen team en de P&O instrumenten ook inzet voor het leiderschapsprogramma. Naast de beoogde groei en ontwikkeling naar faciliterend leiderschap is ook veel aandacht voor duale besturing vanuit lijn en programma’s en wat dit van leidinggevenden, opdrachtgevers en opdrachtnemers vraagt. En door de toename van het thuiswerken is leiderschap op afstand een belangrijk thema geworden. Het leiderschapsprogramma wordt op maat en stap voor stap samen met de leidinggevenden ingevuld.

Personeelsbegroting

Ten opzichte van de primitieve begroting 2020 neemt de vastgestelde formatie met 0,16 fte toe.  Het budget dat gemoeid is met de personeelsbegroting neemt ten opzichte van 2020 met circa € 0,6 miljoen toe. De grootste wijziging ten opzicht van 2020 wordt veroorzaakt door het opheffen van het organisatieonderdeel "Unit Bestuurs- en concernondersteuning". Dit onderdeel is opgeheven en de betreffende medewerkers zijn ondergebracht bij bestaande teams. Het bestuurssecretariaat gaat onderdeel uitmaken van het Team Advies en Middelen (Bedrijfsvoering). Communicatie wordt toegevoegd aan het Team Advies en Services (Bedrijfsvoering) en de projectleiders komen bij het team Vastgoed en Infrastructuur (Leefomgeving). De programmamanagers, de public controller en de bestuursadviseur/directiesecretaris blijven rechtstreeks verantwoordelijkheid afleggen aan Directie en algemeen management.

PERSONEELSBEGROTING 2021
Bedragen x € 1.000
Organisatieonderdeel Fte 2020 Fte 2021 Bedrag 2020 Bedrag 2021
Directie / algemeen management 4,68 8,46 520 940
Griffie (incl. rekenkamer) 2,39 2,39 204 209
Unit Bestuurs- en concernondersteuning 12,68 0,00 996
Bedrijfsvoering 60,39 70,45 4.178 5.068
Leefomgeving 119,61 118,61 7.904 8.016
Publieksservice 77,12 77,12 5.561 5.672
College van B&W 637 649
Gemeenteraad en raadscommissies 366 366
Ambtenaren burgerlijke stand 34 34
Totaal 276,87 277,03 20.399 20.954

Verbonden Partijen

Inleiding

Gemeenten werken steeds meer en steeds vaker samen met andere organisaties. Taken worden uitbesteed via inkoop, uitgevoerd met een subsidie of worden via verbonden partijen uitgevoerd. Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van en controle op deze verbonden partijen. 

Er zullen in het komende jaar diverse mutaties plaatsvinden. De Special Purpose Vehicles die zijn voortgekomen uit de verkoop van Essent in 2009 worden ontbonden. Dit vindt in 2021, maar mogelijk ook nog in 2020 plaats. Derhalve is het verwachte eigen en vreemde vermogen van deze vennootschappen aan het einde van het begrotingsjaar € 0 , zoals te zien in onderstaande tabel. Eventuele financiële effecten vallen ten gunste danwel ten laste van de algemene middelen. Bij het afsluiten van 2020 zullen wij de balans opmaken en u in het Jaarverslag 2020 informeren. 

Tabel verbonden partijen

OVERZICHT VERBONDEN PARTIJEN
Bedragen x € 1.000
Verbonden partij Bijdrage / opbrengst Zeggen- Gegevens vermogen en resultaat
schap begin begrotingsjaar einde begrotingsjaar
1. Gemeenschappelijke regelingen
Recreatieschap Drenthe (programma 1)
Bijdrage: € 126 8% EV € 739 EV € 746
VV € 670 VV € 670
Resultaat € 0
*cijfers Begroting 2021
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van recreatie en toerisme
EMCO-groep (programma 2)
Bijdrage Rijk: € 3.767 25% EV € 0 EV € 0
Bijdrage in tekort exploitatie: € 541 VV € 13.635 VV € 13.625
Resultaat € -4.042
*cijfers Begroting 2021
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeentenop het gebied van de sociale werkvoorziening.
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Drenthe (GGD Drenthe) (programma 2)
Bijdrage: € 1.141 8% EV € 3.167 EV € 3.519
VV € 2.073 VV € 2.073
Resultaat € 0
*cijfers Begroting 2021
Doel: Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de volksgezondheid in brede zin.
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) (programma 5)
Bijdrage: € 803 8% EV € 28 EV € 36
VV € 4.355 VV € 4.353
Resultaat € 0
*cijfers Begroting 2021
Doel: Het uitvoeren van de gemeentelijke taken van de deelnemende gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving
van de milieuvoorschriften krachtens de Wabo en overige milieuwet- en regelgeving.
Veiligheidsregio Drenthe (VRD) (programma 5)
Bijdrage: € 2.119 8% EV € 2.313 EV € 2.321
VV € 30.705 VV € 27.425
Resultaat 0
*cijfers Begroting 2021
Doel: Het behartigen van de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van brandweerzorg, geneeskundige
hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing en het in stand houden en (laten) beheren van een
gemeenschappelijke meldkamer.
Euregio Enschede/Gronau (programma 5)
Bijdrage: € 9 2% EV € 2.078 EV € 2.164
VV € 1.036 VV € 1.053
Resultaat € 85
*cijfers Begroting 2021
Doel: Het bevorderen van grensoverschrijdende ontwikkelingen op het terrein van infrastructuur, economie, cultuur, recreatie en andere maat-
schappelijke taken en het behartigen van de belangen van haar gebied en de inwoners daarvan bij de bevoegde overheidsinstanties en instellingen.
Eems Dollard Regio (EDR) (programma 5)
Bijdrage: € 5 1% EV € 430 EV € 466
VV € 2.279 VV € 3.679
Resultaat € 36
*cijfers Jaarrekening 2018
Doel: Het adviseren van deelnemers, burgers, ondernemers, verenigingen, overheden en anderen bij grensoverschrijdende activiteiten en
problemen. Het uitvoeren van projecten, verzoeken om en verdeling van subsidies.
Bedrijfsvoeringsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe (programma 2)
Bijdrage: € 30 3% EV € 11 EV € 6
VV € 0 VV € 50
Resultaat € 6
*cijfers Begroting 2021
Doel: Het bewerkstelligen van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering door de Bedrijfsvoeringsorganistatie van de
uitvoerende taken in het kader van doorontwikkeling en contractmanagement van vervoer in het gebied van de deelnemers.
2. Vennootschappen en coöperaties
GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH (programma 1)
Bijdrage: € - 29% EV € 781 EV € 929
VV € 5.860 VV € 5.738
Resultaat € 147
*cijfers Begroting 2020
Doel: Ontwikkeling en promotie van het grensoverschrijdend industrie- en bedrijvenpark 'GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH'
met als doel de structuurverbetering in het grensgebied Drenthe/Grafschaft Bentheim. Bevordering en ondersteuning van alle regionale
maatregelen die als doel hebben dit te bereiken. Voor het risico van onze borgstelling verwijzen wij naar de paragraaf risico's en
weerstandsvermogen.
N.V. Area reiniging (programma 4)
Bijdrage: 33,30% EV € 6.032 EV € 6.339
Dividend: VV € 14.650 VV € 15.440
Resultaat € 660
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: De inzameling, verwerking en recycling van (huishoudelijke) afvalstoffen, straatreiniging en kolkenzuigen
N.V. Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD) (programma 6)
Dividend: 4,13% EV € 34.225 EV € 47.233
VV € 130.283 VV € 123.084
Resultaat € 2.181
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: De zorg voor en de instandhouding van de (drink)watervoorziening in haar verzorgingsgebied en het verrichten van alle werkzaamheden
die daarmee in verband staan.
N.V. Rendo Holding (programma 6)
Dividend: 4,14% EV € 72.405 EV € 74.600
VV € 84.199 VV € 92.685
Resultaat € 9.501
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; beheer en onderhoud vaneen gas en elektriciteitsnetwerk.
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) (programma 6)
Dividend: 0,17% EV € 4.991.000 EV € 4.843.000
VV € 132.518.000 VV € 153.738.000
Resultaat € 128.000
*halfjaarcijfers 2019
Doel: Het uitoefenen van het bedrijf van bankier voor overheden, waaronder gemeenten.
Glasvezel Zuidenveld B.V. (programma 6)
Dividend: 40,00% EV € 0 EV € 2.264
VV € 0 VV € 2.138
* BV is opgericht op 28 februari 2019. Resultaat -€ 78
Doel: Aanleg glasvezelnetwerk.
3. Deelnemingen verkoop aandelen Essent
Enexis Holding N.V. (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 4.024.000 EV € 4.021.000
VV € 3.691.000 VV € 4.021.000
Resultaat € 119.000
*halfjaarcijfers 2019
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; het in stand houden van een betrouwbaar distributie en transportnet voor energie.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. (50 % belang EPZ) (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 1.595 EV € 0
VV € 0 VV € 0
* verwachting Resultaat € 0
Doel: In deze b.v. was het 50%-belang van Essent in de N.V. Elektriciteit Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ) ondergebracht.
Deze was onder meer eigenaar van de kerncentrale te Borssele. PBE is belast met de afwikkeling van zaken
die voortvloeien uit de verkoop en verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van de borging van het publiek belang.
Verkoop Vennootschap B.V. (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 5 EV € 0
VV € 0 VV € 0
* verwachting Resultaat € 0
Doel: Bij de verkoop van de aandelen Essent aan RWE AG hebben de verkopende aandeelhouders een
aantal garanties en vrijwaringen afgegeven aan RWE. Deze zijn overgedragen aan Verkoop Vennootschap B.V. Een deel van de verkoop-
opbrengst wordt een bepaalde tijd aangehouden in het General Escrow Fonds. De functie van deze vennootschap is daarmee tweeledig:
a. het namens de verkopende aandeelhouders van Essent voeren van eventuele garantieclaim- procedures tegen RWE;
b. het geven van instructies aan de escrow-agent.
Vordering op Enexis B.V. (programma 6)
0,16% EV € 0 EV € 0
VV € 0 VV € 0
* verwachting Resultaat € 0
Doel: Het verkrijgen, beheren en administreren van leningen verband houdend met de financiering van het
netwerkbedrijf bij de splitsing van Essent in een netwerkbedrijf en een productie- en leveringsbedrijf.