Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

In deze paragraaf geven wij inzicht in en leggen wij verantwoording af over het gevoerde treasurybeheer in 2025. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Saldobeheer en intern liquiditeitsbeheer

Terug naar navigatie - Financiering - Saldobeheer en intern liquiditeitsbeheer
Met een liquiditeitsplanning houden wij inzicht in het verloop van onze liquiditeitspositie gedurende het jaar, we stemmen onze inkomende en uitgaande geldstromen op elkaar af. We streven er naar zo weinig mogelijk langlopende financieringsmiddelen aan te trekken. Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij onze verplichtingen tijdig kunnen nakomen.

Financieringsrisico's en rentebeheer

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringsrisico's en rentebeheer

Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de wet fido twee instrumenten: de rente risiconorm en de kasgeldlimiet.

Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag dat de gemeente mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen, dat wil zeggen negatieve stand op de rekening-courant en leningen met een looptijd van maximaal één jaar. De norm is 8,5% van het begrotingstotaal. Voor het jaar 2025 bedraagt de kasgeldlimiet € 15.231.000  (2024: € 13.788.000). In 2025 is het kasgeldlimiet niet overschreden.

TOETSING AAN KASGELDLIMIET
Bedragen x € 1.000
Limiet 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Begrotingstotaal 2025 133.169 133.169 133.169 133.169
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten van de grondslag 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
- in bedragen 11.319 11.319 11.319 11.319
Omvang vlottende korte schuld
Opgenomen gelden, korter dan 1 jaar 5.000 6.833 4.333 333
Schuld in rekening-courant 6.250 7.259 5.674 7.468
Gestorte gelden door derden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0 0 0 0
Totaal 11.250 14.093 10.007 7.801
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 3 3 1 4
Tegoeden in rekening-courant 1.195 1.157 1.113 1.083
Overige uitstaande gelden, korter dan 1 jaar 750 1 366 2
Totaal 1.948 1.161 1.480 1.090
Toets kasgeldlimiet
Totaal netto vlottende schuld 9.302 12.932 8.527 6.712
Toegestane kasgeldlimiet 11.319 11.319 11.319 11.319
Ruimte (+)/overschrijding (-) 2.017 -1.612 2.792 4.608

Renterisiconorm
Het tweede instrument om de rente- en de financieringsrisico’s te beperken is de zogenaamde renterisiconorm. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.

De berekening van de renterisico’s op de vaste schuld vindt plaats volgens het onderstaande model. Het overzicht bevat eveneens de toetsing aan de voor ons geldende norm. Hieruit blijkt dat wij in 2025 ruimschoots onder de gestelde norm zijn gebleven. 

TOETSING AAN RENTERISICONORM
Bedragen x € 1.000 2025
Begroting Realisatie 2026 2027 2028 2029
Berekening renterisico
Renteherzieningen 0 0 0 0 0 0
Aflossingen 8.894 6.894 6.661 7.327 8.260 8.294
Renterisico 8.894 6.894 6.661 7.327 8.260 8.294
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal 133.169 133.169 150.722 147.982 146.421 145.286
Percentage conform regeling 20% 20% 20% 20% 20% 20%
Renterisiconorm 26.634 26.634 30.144 29.596 29.284 29.057
Toetsing renterisico aan norm
Renterisico 8.894 6.894 6.661 7.327 8.260 8.294
Renterisiconorm 26.634 26.634 30.144 29.596 29.284 29.057
Ruimte onder de renterisiconorm 17.740 19.740 23.483 22.269 21.024 20.763

Financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringsbehoefte

In het volgende overzicht geven wij het verloop van de opgenomen langlopende geldleningen weer. Een gedetailleerd overzicht van de portefeuille vindt u in bijlage 2 van dit jaarverslag.

OPGENOMEN LANGLOPENDE GELDLENINGEN
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Opname Aflossing Boekwaarde
01-01 31/12
Algemeen 44.336 5.000 6.894 42.442
Waarborgsommen 9 0 5 4
Totaal 44.345 5.000 6.899 42.446

Onderstaand volgt een overzicht van de door de gemeente aan derden verstrekte langlopende geldleningen.

AAN DERDEN VERSTREKTE LANGLOPENDE GELDLENINGEN
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Verstrekking Aflossing Boekwaarde
01-01 31/12
Nutsbedrijven 519 0 0 519
ROC 2.500 0 0 2.500
St. Glasvezel Zuidenveld 2.875 0 144 2.732
Personeel 281 0 0 281
Overige instellingen 595 0 51 544
Totaal 6.772 0 195 6.577

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Financiering - Schatkistbankieren

Dagelijks worden de saldi van onze bankrekeningen geraadpleegd. Alle tegoeden boven het drempelbedrag worden afgestort in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Deze afroming wordt automatisch door BNG geregeld. Indien de stand van de liquide middelen het toelaat worden deze tegoeden weer teruggehaald. Blijft ons liquiditeitssaldo beneden het drempelbedrag, dan hoeft er geen bedrag gestort te worden in de schatkist. Begin 2025 hadden wij een bedrag in 's Rijks schatkist staan van €2.219.000, eind 2025 was dit bedrag €0. We hebben de norm niet overschreden in 2025.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren
Bedragen x €1.000
Drempelbedrag 2.663
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 2 - 22 -
Ruimte onder het drempelbedrag 2.661 2.663 2.641 2.663
Overschrijding van het drempelbedrag - - - -
Berekening drempelbedrag
Begrotingstotaal verslagjaar 133.169
Drempelbedrag 2.663
Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 202 - 2.024 -
Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 2 - 22 -

Renteresultaat

Terug naar navigatie - Financiering - Renteresultaat

Voor de toerekening van rente aan investeringen op de programma’s hanteerden wij in 2025 een voorgecalculeerd omslagpercentage van 1,5%. Dit is een gewogen gemiddelde waarbij wij in lijn met de landelijke notitie Rente van de commissie BBV bewegen binnen een bandbreedte van plus en min 0,5%.

Voor de nacalculatie mag er maximaal 25% afgeweken worden van de renteomslag. Voor 2025 was de afwijking 13.02% en zit dus binnen de toegestane afwijking. Doordat wij meer rente hebben toegerekend aan de programma's dan de werkelijke rente, blijft er een deel van de rentekosten centraal (in programma 6) staan. Dat is een voordeel.  Dit voordeel, het renteresultaat, was begroot op € 34.751 nadelig en komt in werkelijkheid uit op een voordelig resultaat van €217.922. 

RENTETOEREKENING 2025
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.397.454
De externe rentebaten -/- 203.436
Saldo door te rekenen externe rente 1.194.019
De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal)
moet worden doorberekend -/- 0
De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende
programma moet worden toegerekend -/- 0
De rentebaat van doorverstrekte leningen die aan het
desbetreffende programma moet worden toegerekend + 0
Aan programma's toe te rekenen externe rente 1.194.019
Rente over eigen vermogen 261.210
Rente over voorzieningen 0
Totaal aan programma's toe te rekenen rente 1.455.229
De werkelijk aan programma's toegerekende rente (renteomslag) -/- 1.673.151
Renteresultaat 217.922

EMU-saldo

Terug naar navigatie - Financiering - EMU-saldo

Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven van de overheid. Om te voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen, hebben de lidstaten van de Europese Unie afgesproken dat het EMU-tekort maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp) mag bedragen. In dit maximale tekort hebben, naast de Rijksoverheid, ook gemeenten en provincies een aandeel. Voor de jaren 2019-2022 is afgesproken dat de gezamenlijke ruimte voor de decentrale overheden 0,4% van het bbp bedraagt. Het collectieve aandeel van de gemeenten is 0,27% van het bbp.

De berekening in het hierna opgenomen overzicht resulteert in een negatief totaalbedrag. Dit betekent dat wij een negatieve bijdrage leveren aan de beperking van het EMU-tekort in Nederland.

BEREKENING EMU-SALDO
Bedragen x € 1.000
Omschrijving 2025
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
(zie BBV, artikel 17c) (bij "-" is saldo nadelig) -4.576
Mutatie (im)materiele vaste activa -9.329
Mutatie voorzieningen 1.469
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -701
Verwachte boekwinst bij verkoop van effecten en verwachte
boekwinst bij verkoop (im)materiele vaste activa 0
Berekend EMU-saldo -13.137

Ontwikkeling van de financieringspositie

Terug naar navigatie - Financiering - Ontwikkeling van de financieringspositie

In onderstaand overzicht geven we het verloop en de ontwikkeling van onze financieringspositie weer. Het eerste overzicht geeft weer in welke mate wij onze vaste activa hebben gefinancierd met eigen vermogen en langlopende schulden. Er is sprake van een financieringstekort: wij hebben meer langlopend eigen en vreemd vermogen dan bezittingen met een lange gebruiksduur Dit tekort betekent dat wij een deel van onze vaste activa met 'kort geld' (rekening courant) financieren. 

Ontwikkeling financieringspositie 2024 2025
bedragen * € 1.000
Boekwaarde investeringen
- immateriële vaste activa 0 0
- materiële vaste activa 107.270 116.444
- financiële vaste activa 7.957 8.112
A 115.227 124.556
Financiering
- eigen vermogen 55.605 53.783
- voorzieningen 3.835 6.097
- langlopende schulden 44.345 42.446
- rekeningresultaat 5.178 1.630
B 108.963 103.956
Financieringstekort B - A -6.264 -20.600
Investeringen grondexploitatie 6.040 5.339
Financieringstekort incl. grondexploitatie 12.304 25.939
Toename financieringspositie 13.635

Herkomst en besteding middelen

Terug naar navigatie - Financiering - Herkomst en besteding middelen

Onderstaand overzicht laat de veranderingen op de balans en onze liquiditeitspositie zien. Daarmee geven we inzicht waar onze financiële middelen vandaan komen en waarvoor ze zijn ingezet.
De afname van posten die rechts op de balans staan (passivaposten) worden gezien als bestedingen, bijvoorbeeld de onttrekking aan reserves en voorzieningen en het aflossen van leningen. Daarnaast wordt de toename van van activaposten (links op de balans) gezien als bestedingen, zoals investeringen. Het tegenovergestelde daarvan wordt gezien als middelen, zoals de afschrijving en aflossing op activa en het aantrekken van nieuwe leningen. 

Herkomst en besteding middelen 2025
Herkomst
- afschrijving / aflossing 4.538
- storting in reserves 7.421
- storting in voorzieningen 2.611
- opname geldleningen 5.000
- desinvesteringen grondexploitatie 2.900
- toename rekeningresultaat 1.630
A 24.100
Besteding
- saldo investeringen / desinvesteringen 13.867
- onttrekking aan reserves 9.243
- onttrekking aan voorzieningen 349
- aflossing opgenomen leningen 6.899
- investeringen grondexploitatie 2.199
- afname rekeningresultaat 5.178
B 37.735
B - A 13.635