Kunst en cultuur, incidenteel voordeel € 108.000
Dit voordeel wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een niet benut budget van € 60.000 in het kader van het project van Gogh in Drenthe. De overige € 48.000 zijn een aantal kleine verschillen binnen dit product.
Onderwijs, incidenteel voordeel € 223.000
Op Onderwijsachterstandenbeleid hebben wij een voordeel van € 160.000. Dit komt enerzijds doordat de gerealiseerde kosten lager uitvielen dan verwacht. Anderzijds omdat we vanuit het rijk meer middelen ontvingen voor dit onderdeel. Daarnaast zijn de kosten € 20.000 lager door minder onvoorziene inspecties bij kinderopvang organisaties door de GGD. De overige € 43.000 zijn een aantal kleine verschillen binnen dit product.
Sport en zwembaden, incidenteel voordeel van € 112.000
Het voordeel op dit product wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door circa € 70.000 voordeel op de kapitaallasten in het kader van de kwaliteitsimpuls Sport. In 2025 zijn alle onderdelen hiervan afgerond en starten wij conform onze nota Activabeleid met afschrijven in 2026. Voor 2025 levert dit een voordeel op omdat wij in de Programmabegroting al rekening hadden gehouden met kapitaallasten in 2025. Voor de overige € 41.000 is er sprake van een aantal kleine nadelige verschillen binnen dit product.
Algemene Voorzieningen, incidenteel voordeel € 268.000
Innovaties sociaal domein, voordeel € 148.000
In 2025 zijn we vanuit het programma Kansrijk Opgroeien gestart met het verkennen van een alternatieve werkwijze, met de pilot Kansrijk Coevorden. Deze pilot loopt twee jaar en hiervoor is een budget van €150.000 beschikbaar gesteld. Van dit budget is in 2025 €20.000 besteed. Voor 2026 zijn specifieke afspraken gemaakt voor niet benutte budgetten (zie afspraken paragraaf "overlopende budgetten").
Binnen het programma is niet het volledige budget gebruikt, mede omdat we voor de verkenning van de Kansrijk-aanpak middelen vanuit de regiodeal konden krijgen.
Algemene voorzieningen, incidenteel voordeel € 120.000
We constateren een positief resultaat van € 70.000 binnen de maatschappelijke opvang, voornamelijk doordat de afname van opvangdiensten bij een specifieke aanbieder is beëindigd. Daarnaast is € 20.000 minder besteed aan blijken van waardering voor mantelzorgers. Ook de uitgaven voor algemene GGZ-voorzieningen zijn € 26.500 lager uitgevallen dan verwacht. Het resterende negatieve saldo van € 3.500 wordt verklaard door enkele kleinere afwijkingen binnen dit product.
Inkomen, incidenteel nadeel € 72.000
De ontwikkeling van het uitkeringsbestand in 2025 laat zien dat de eerder verwachte financiële druk op het BUIG-budget is aangehouden. Hoewel maatregelen zijn genomen om het tekort te beperken, zien we binnen de kosten van de uitkeringen de Participatiewet een nadeel van € 141.000. Dit nadeel wordt deels gecompenseerd door een voordeel op de uitvoeringskosten van € 69.000. Daarmee blijft het totaalbeeld dat de financiële ruimte binnen de BUIG-regeling onder druk staat en dat de trend van oplopende lasten die eind 2024 zichtbaar werd, zich in 2025 heeft voortgezet.
Participatie, incidenteel voordeel € 272.000
Het resultaat van de Emco-Groep is beter uitgevallen dan vooraf verwacht. Hierdoor ontstaat in 2025 een financieel voordeel van € 375.000 op de gemeentelijke bijdrage aan het exploitatiesaldo van Emco. Daarnaast is er een voordeel van € 68.000 ontstaan uit de Rijksvergoeding voor de uitvoeringskosten van de Participatiewet in Balans. Deze middelen zijn in 2025 niet aangewend. De overige € 18.000 zijn kleine verschillen in de overige kosten binnen dit deelproduct.
Binnen het onderdeel Inburgering is in 2025 een financieel nadeel zichtbaar van € 189.000. Dit nadeel ontstaat voornamelijk doordat de huisvestingstaakstelling voor statushouders in 2025, net als in 2024, niet volledig is gehaald. Hierdoor ontvangen wij minder middelen vanuit het Rijk. Dit terwijl wij voor de statushouders waarvoor wij (nog) geen middelen ontvangen, omdat ze nog niet daadwerkelijk gehuisvest zijn in de gemeente, wel kosten maken. Deze statushouders volgen namelijk al wel taallessen, in het kader van de vroege start, die bekostigd moet worden.
Individuele voorzieningen, incidenteel voordeel € 1.069.000
Ondersteuning minima, voordeel € 502.000
De Doe-Mee-Pas en armoedebestrijding laten een voordeel van € 113.000 zien. In 2025 zijn de inkomensgrenzen voor de Doe Mee Webwinkel verruimd van 110% naar 120% van het sociaal minimum, en voor het Kindpakket naar 130%. Ondanks deze uitbreiding is een aanzienlijk deel van het budget niet benut en bleef het aantal toekenningen lager dan verwacht. Door de verruiming in de zomer van 2025 werd het budget met terugwerkende kracht verhoogd, maar inwoners moesten zichzelf aanmelden. Hoewel de gemeente hierover via meerdere kanalen heeft gecommuniceerd, zijn de in aanmerking komende inwoners niet rechtstreeks geïnformeerd per brief. Het beperkte gebruik komt mogelijk doordat inwoners niet wisten dat zij zelf actie moesten nemen. Voor 2026 wordt overwogen om gerichte brieven te versturen om het bereik te vergroten. Daarnaast blijkt een groep inwoners al jarenlang recht te hebben op de regeling maar deze niet te verzilveren. Een reden hiervoor kan zijn dat de toekenning ambtshalve wordt verlengd. Ook hier kan actieve communicatie in het nieuwe jaar bijdragen aan meer bewustwording en gebruik.
Er is minder gebruik gemaakt van Kinderopvang binnen de bijzondere bijstand dan begroot; dit laat een positief verschil zien van €82.000. Daarnaast is dit jaar de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek van start gegaan. We hebben hierbij minder budget benut dan oorspronkelijk was toegewezen. Dit resulteert in een financieel voordeel van € 48.500. Ook zien we minder kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van €126.000. Als laatste zien wij een dalende trend in de uitgaven van bijzondere bijstand. In 2025 geeft dit een voordeel van € 147.000.
De overige € 15.000 zijn kleine verschillen in de overige kosten binnen dit deelproduct.
Schuldhulpverlening, incidenteel voordeel €34.000
Het positieve verschil komt voornamelijk door aanvullende rijksinkomsten. De bijbehorende kosten konden wij grotendeels opvangen binnen het bestaande budget, waardoor per saldo een incidenteel voordeel is ontstaan.
Wmo, incidenteel/ structureel voordeel 532.000
In 2025 resteert circa € 532.000 binnen het budget voor individuele Wmo-voorzieningen. Het grootste voordeel ontstaat bij de schoonmaakhulp, waar door een gewijzigde werkwijze in het indiceren in combinatie met een gewijzigd contract meer efficiëntie is bereikt en een besparing van € 320.000 wordt gerealiseerd. De ontvangsten uit eigen bijdragen vallen € 64.000 hoger uit dan begroot. De vervoerskosten blijven stabiel, terwijl eerder rekening werd gehouden met een stijging, wat resulteert in een positief effect van € 77.000. Daarnaast dalen de kosten voor PGB-begeleiding met € 61.000, dit is te verklaren doordat bij de aanvraag sterker gecontroleerd wordt op de te leveren kwaliteit van de begeleiding in de vorm van een PGB. Hierdoor wordt een PGB vaker afgewezen en wordt doorverwezen naar zorg in natura. De overige afwijkingen binnen dit deelproduct bedragen gezamenlijk € 10.000.
Individuele voorzieningen Jeugd, incidenteel nadeel € 98.000
Ten opzichte van de bestuursrapportage 2025 sluit het deelproduct voor jeugdzorg af met een negatief resultaat van € 98.000. Dit komt vooral door hogere uitgaven aan jeugdhulp voor jeugdigen in een AZC: tegen een begroting van € 114.000 is € 230.500 aan zorg geleverd, wat resulteert in een nadeel van € 116.500. Tegelijkertijd zijn de kosten voor jeugdreclassering en jeugdbescherming € 61.000 lager dan verwacht. De uitvoeringskosten voor de coördinerende jeugdzorg vallen € 100.000 hoger uit door de voorbereidingen op de gewijzigde Jeugdwet en de benodigde inrichting van nieuwe regionale processen, wat heeft geleid tot extra tijdelijke opstartkosten. De overige € 57.500 zijn kleine verschillen binnen meerdere voorzieningen.
Veiligheidsbevorderende maatregelen, incidenteel voordeel € 782.000
Het voordeel op dit product bestaat uit een aantal elementen. De kosten voor inhuur van boa’s in 2025 hoger geweest dan begroot. Dit levert een nadeel op van circa € 110.000. Dit wordt veroorzaakt door:
- Extra inhuur, zodat er voldoende BOA capaciteit beschikbaar was in de avonduren en in de weekenden (3 BOA’s in vaste dienst, er moet altijd 1 extra BOA ingehuurd worden);
- Extra inhuur tijdens evenementen vanwege verminderde capaciteit politie.
Daarnaast is er sprake van een niet ingezet budget voor het vormen van beleid voor inclusie en diversiteit van € 30.000 en zijn de kosten voor de opvang van asieldieren circa € 30.000 hoger geweest dan begroot. Verder zijn er meerdere kleine verschillen binnen dit product.
Crisisbeheersing, incidenteel voordeel € 943.000
De verklaring van dit incidentele voordeel bestaat voornamelijk uit een voordeel van circa € 953.000 op het project ontheemden Oekraïne. Op basis van de normvergoeding hebben wij in 2025 recht op een bijdrage vanuit het Rijk van € 44 per opvangbed per dag. Dit resulteert in een totale vergoeding van circa € 3,63 miljoen over 2025. De gemaakte kosten in 2025 zijn circa € 2,67 miljoen.