Overige toelichtingen

Vennootschapsbelasting

Terug naar navigatie - Overige toelichtingen - Vennootschapsbelasting

Op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' moeten gemeenten vennootschapsbelasting betalen over eventuele winsten die met ondernemingsactiviteiten worden gerealiseerd. Deze wet is sinds 2016 van kracht. Tot en met 2024 waren wij geen vennootschapsbelasting verschuldigd. De aangifte vennootschapsbelasting 2025 zullen wij opstellen in 2026. Hierin zal duidelijk worden of wij over 2025 vennootschapsbelasting verschuldigd zijn.

Stelpost onvoorzien

Terug naar navigatie - Overige toelichtingen - Stelpost onvoorzien

Voor uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn, beschikken wij over een post onvoorzien. Dit bedrag is structureel € 100.000.  In 2025 is geen gebruik gemaakt van deze stelpost en valt daarom volledig vrij in het jaarrekeningresultaat.

Overhead

Terug naar navigatie - Overige toelichtingen - Overhead

In onderstaande tabel geven wij inzicht in de overhead in 2025. Overhead zijn kosten, die niet een directe relatie hebben met onze dienstverlening. Het gaat om kosten van ondersteunende functies in de bedrijfsvoering zoals leidinggevenden, secretariaat, post en archief, facilitaire kosten, huisvesting, ICT, medewerkers personeelszaken, inkoop, juridische zaken en overige personele kosten zoals werving en selectie, opleidingen en Arbo. 

In de tabel sluiten wij aan bij de verplichte indeling conform de taakvelden. Een weergave van de taakvelden is in de bijlage van dit jaarverslag opgenomen. Dit is een andere dwarsdoorsnede dan onze programma- en productenindeling.

OVERZICHT OVERHEAD
(bedragen x € 1.000)
Primitieve Begroting Begroting na wijz. Werkelijk 2025
Automatisering 2.958 3.122 3.477
Facilitaire zaken 759 724 724
Huisvesting 399 399 1.165
Ondersteuning organisatie 10.590 11.164 12.122
Overige personele kosten 1.093 1.056 1.086
Totaal overhead 15.798 16.464 18.575

Vanuit deze dwarsdoorsnede van onze begroting zien wij dat op facilitaire zaken na, alle onderdelen hoger uitvallen dan begroot. De grootste verschillen zitten in de  onderdelen Ondersteuning organisatie, overige personeelskosten en Huisvesting.

Voor Ondersteuning organisatie en overige personeelskosten zien we dat we als organisatie zijn gegroeid. Dit resulteert in een toename van de kosten binnen bedrijfsvoering voor onder meer werving en selectie, devices en licenties, salarissen en inhuur. In de ‘overige personeelskosten’ zien we een daarnaast een grote kostenstijging doordat meer medewerkers gebruik hebben gemaakt van de regeling vervroegduittreden (RVU-regeling) dan begroot. 
Doordat medewerkers gebruik mogen maken van ouderschapsverlof dienen wij deze uren ook te voorzien in de voorziening spaarverlof. De waarde van deze uren hebben wij gestort in de voorziening. Ook een stijging van het gemiddelde uurtarief heeft een nadelig effect hierop. Als laatste hebben wij vooruitlopend op de besluitvorming een voorziening voor de implementatie van een nieuwe functiewaarderingssysteem gevormd. 

Op basis van bovenstaande dwarsdoorsnede laat de huisvesting een nadeel zien. Dit is echter alleen een effect op basis van de technische doorrekening die wij in deze tabel dienen te maken en doet geen afbreuk aan de actualiteit van onze begroting.