Met de ervaringen van de afgelopen jaren hebben wij ons meerjarenbeleid verder aangescherpt. Daarbij zijn de budgetten binnen het Sociaal Domein geactualiseerd op basis van de nieuwste prognoses. Wij verwachten dat deze middelen hiermee voor de komende jaren op een verantwoord niveau staan. Tegelijkertijd constateren we dat de kosten in het Sociaal Domein landelijk blijven stijgen. De ontwikkeling van deze kosten ligt echter niet in alle gevallen binnen onze invloedssfeer. Wij blijven de trends nauwlettend volgen en sturen waar mogelijk bij om de financiële beheersbaarheid te waarborgen.
Jeugdhulp
In 2025 zijn de kosten voor Jeugdhulp opnieuw gestegen. Dit is een landelijk beeld en Coevorden vormt hierop geen uitzondering. In juli 2023 is landelijk de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld, omdat de beschikbaarheid van jeugdhulp niet toereikend is en de kosten al jaren stijgen. Er worden landelijk, regionaal en lokaal maatregelen genomen om de beschikbaarheid van jeugdhulp te verbeteren en de kosten te laten dalen. Lokaal zetten we in op meer preventief werken in een zorgzame samenleving. We willen dat daardoor de instroom in de jeugdhulp afneemt. Ook sturen we op het vergroten van de uitstroom en voeren we controles uit op de inzet en declaraties door zorgaanbieders. Daarbij is nog steeds sprake van financiële onzekerheid. We moeten de komende jaren rekening houden met een stijging van de kosten, ondanks de ingezette en nog in te zetten maatregelen. We hebben als gemeente beperkt invloed doordat we bijvoorbeeld verplicht zijn om reële tarieven te hanteren en dit tijdens de contractperiodes met aanbieders moeten aanpassen. Externe verwijzers kunnen ondersteuning inzetten, zonder tussenkomst van de gemeentelijke toegang. En door het woonplaatsbeginsel moet de gemeente kosten betalen van ondersteuning waar andere gemeentes in het land de toegang voor regelen. Door het vastgelopen stelsel is er steeds meer sprake van dure één-op-één-plaatsingen. Er is een reëel risico dat er door de externe ontwikkelingen zoveel kosten komen dat er een tekort blijft voordoen.
Wmo
In de totale kosten voor Wmo zien we in het afgelopen jaar een daling. Door met name een gewijzigde werkwijze in het indiceren in combinatie met een gewijzigd contract is meer efficiëntie bereikt en zien wij kosten dalen. De aanpak van de wachtlijsten in Wmo, waarvoor in 2025 extra capaciteit is ingezet, blijven wij monitoren en waar nodig bijsturen. We zetten in op meer preventie en algemeen toegankelijke voorzieningen om de druk op de Wmo te kunnen blijven verwerken en de inwoners passende zorg te kunnen bieden. Het is moeilijk voorspelbaar in welke mate dit de druk op ons Wmo stelsel zal verlichten, gelet op de vergrijzing, toename van aard en omvang van de problematiek en de hogere kosten bij aanbieders. Hierdoor blijft er een risico op een tekort aanwezig.
Participatie, Inkomen en Crisisbeheersing
Vanaf 2024 is sprake van een oplopend tekort op het BUIG-budget. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van stijgende bijstandsuitgaven en een achterblijvende ontwikkeling van het toegekende rijksbudget. Waar in 2022 en 2023 nog sprake was van beperkte (begrote) tekorten, neemt het tekort vanaf 2024 substantieel toe tot circa 9% à 11% van het budget. De uitgaven groeien in deze periode aanzienlijk sneller dan het budget, waardoor een structurele disbalans ontstaat. Dit duidt erop dat het landelijke verdeelmodel de feitelijke uitkeringslasten in Coevorden onvoldoende volgt. Het tekort is daarmee slechts beperkt beïnvloedbaar via lokaal beleid en heeft een belangrijk systeemkarakter. Het risico op aanhoudende tekorten blijft aanwezig.
Tegelijkertijd ervaren we risico’s bij het halen van de taakstelling voor het huisvesten van statushouders. Dit leidt tot druk op de woningmarkt en vertraging in inburgering en participatie. Hoewel wij willen investeren in inburgering, blijven rijksmiddelen bij uitblijvende huisvesting achter. Hierdoor staan zowel onze financiële positie als uitvoeringskracht onder druk.