Het voorlopig resultaat van het jaar 2025 laat een overschot zien van € 2.185.000. Het positief saldo kwam voor een groot deel doordat diverse voorgenomen bestedingen niet zijn gerealiseerd. Belangrijkste oorzaken daarvan zijn dat we evenwicht zoeken in het terugdringen van onze personeelskosten (salaris en inhuur) versus de steeds schaarser en duurder wordende markt voor het wegzetten van opdrachten. Deze werkzaamheden verwachten we in 2026 en deels na 2026 te realiseren.
Het voorlopige resultaat 2025 is het resultaat ten opzichte van de bestuursrapportage 2025, waarin door de raad is bijgestuurd op een te verwachten financiële tekort door € 3,8 miljoen, door uit de algemene reserve extra budget ter beschikking te stellen. De belangrijkste oorzaken hiervoor waren de overschrijdingen binnen de jeugdzorg en de tijdelijk hogere kosten voor personeel en inhuur. Voor de volledige toelichting verwijzen we naar de bestuursrapportage 2025.
In het resultaat is rekening gehouden met een nieuwe en verplichte dotatie aan de voorziening voor oud-wethouders van € 1,4 miljoen (i.v.m. de overdracht pensioenen naar het ABP vanaf 2028). Als we de dotatie aan deze voorziening buiten beschouwing laten, dan is de conclusie dat het positieve resultaat het tekort in de bestuursrapportage 2025 nagenoeg compenseert. Als de raad besluit tot resultaatsbestemming door overheveling, wordt deze onttrokken uit de algemene reserves en is dit feitelijk het negatieve resultaat.
Voor een juist beeld van de jaarrekening 2025 is het belangrijk om het resultaat van de programma’s 1. Bouwen voor de samenleving, 2. Duurzaamheid, 3. Samen en 4. Eigenheid dorpen en wijken in samenhang met het programma 5. Fundering voor de toekomst te lezen. Binnen programma 5 worden namelijk centraal de personeelskosten van de andere programma’s verantwoord, inclusief inhuur. Daarbij vindt er geen interne doorbelasting plaats naar de verschillende programma’s.
Het totale tekort op de personeelskosten (salarissen en inhuur) is € 2,4 miljoen. M.b.t. de overschrijding van de personeelskosten is in 2025 de focus gelegd op het terugdringen van de inhuur. Het effect zal ook het komende jaar zichtbaar worden. Het structureel beheersen van de personeelskosten zal ook in 2026 een hoge prioriteit krijgen. Een gedetailleerde toelichting op de ontwikkeling van de personeelskosten is te vinden in het programma 5 'Fundering voor de toekomst'.
Hieronder lichten we in grote lijnen (posten groter dan € 250.000) toe wat het verschil is tussen het rekeningresultaat 2025 en het begrote resultaat 2025. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we u naar de toelichting op de verschillen per programma.
De grootste voordelen doen zich voor bij de volgende producten:
Programma 1, Bouwen voor de samenleving
Ruimtelijke ontwikkeling, incidenteel voordeel € 296.000
Het incidentele voordeel op dit product wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een aantal uit 2024 niet benutte budgetten. Voor de Omgevingswet gaat het om een niet benut budget van in totaal € 309.000. Daarnaast is er sprake van een niet budget budget in het kader van het Omgevingsprogramma buitengebied van € 73.000. Binnen dit product is ook een incidenteel nadeel van circa € 130.000 in verband met de uitbetaling van een planschadevergoeding. Voor circa € 44.000 is er sprake van meerdere kleine verschillen.
Wonen en leefomgeving, incidenteel voordeel € 936.000
Binnen de product bevinden zich meerdere niet benutte budgetten die het voordeel verklaren:
Volkshuisvestingsfonds € 400.000;
Actualisatie Woonvisie € 85.000;
Flexwonen € 449.000.
Daarnaast is er sprake van kleine verschillen voor een bedrag van € 2.000.
Bovengrondse infrastructuur, incidenteel voordeel € 703.000
Het voordeel wordt onder andere veroorzaakt door het niet volledig benutten van het incidentele impuls bedrag van € 1,0 mln voor wegonderhoud. Dit betreft een voordeel van € 487.000. Om de Impulsgelden en beschikbare budgetten voor wegonderhoud effectief te besteden zijn in 2025 meerjarige raamovereenkomsten opgesteld en gegund aan twee aannemers. De voorbereiding van deze raamovereenkomsten heeft meer tijd gekost. Hierdoor heeft de uitvoering vertraging opgelopen. Door zorgvuldig de raamovereenkomsten opgesteld te hebben kunnen wij de komende jaren volop bezig met uitvoering van de werkzaamheden. Met het gunnen van de overeenkomsten zijn (financiële) verplichtingen aangegaan gedurende de looptijd van de overeenkomst.
Daarnaast hebben wij extra inkomsten ontvangen voor leges voor de aanleg van kabels en leidingen. Dit levert een voordeel op van circa € 116.000. Ook vallen, door het doorschuiven van investeringen, de kapitaallasten lager uit. Dit levert een voordeel op van € 143.000. De kosten op deelproduct Openbare verlichting zijn circa € 303.000 hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere energielasten. Het deelproduct verkeersregelingen heeft een voordeel van € 160.000. Dit wordt met name veroorzaakt door een eenmalige vergoeding van ProRail van circa € 101.000, daarnaast zijn er minder kosten voor regulier onderhoud gemaakt. Voor circa € 100.000 is er sprake van meerdere kleine verschillen op de verschillende deelproducten binnen dit product.
Programma 2, Duurzaamheid
Vastgoed, incidenteel voordeel van € 1.025.000
Dit voordeel wordt voor een groot deel veroorzaakt door hogere huuropbrengsten en in rekening gebrachte servicekosten. In 2025 heeft er een inhaalslag inzake de doorbelasting plaatsgevonden. Dit levert een incidenteel voordeel op van circa € 340.000. Ook hebben wij in 2025 minder kosten gehad inzake gas, water en elektra. Dit voordeel is circa € 600.000. Het restant van € 85.000 wordt veroorzaakt door meerdere kleine verschillen. Voor verdere toelichting op dit product verwijzen wij tevens naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.
Duurzaamheid, incidenteel voordeel € 1.106.000
Dit incidentele voordeel bestaat voor € 637.000 uit niet benutte budgetten. Hierover zijn afspraken gemaakt voor het komende jaar (zie afspraken paragraaf "overlopende budgetten"). De overige € 469.000 bestaat voor € 234.000 uit niet benutte budgetten uit voorgaande jaren die kunnen vrijvallen ten gunste van het resultaat. De dan nog resterende € 235.000 bestaat uit structurele budgetten voor duurzaamheid die ook vrij kunnen vallen ten gunste van het resultaat over 2025. In 2025 hebben wij maximaal gebruikt gemaakt van de van het Rijk ontvangen middelen voor de tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE). Door gebruik te maken van deze regeling hebben wij minder gebruik hoeven te maken van de eigen beschikbaar gestelde middelen voor duurzaamheid. Dit is de voornaamste oorzaak voor het bedrag van in totaal € 346.000 dat vrijvalt ten gunste van het resultaat.
Programma 3, Samen
Algemene Voorzieningen, incidenteel voordeel € 268.000
Innovaties sociaal domein, voordeel € 148.000
In 2025 zijn we vanuit het programma Kansrijk Opgroeien gestart met het verkennen van een alternatieve werkwijze, met de pilot Kansrijk Coevorden. Deze pilot loopt twee jaar en hiervoor is een budget van €150.000 beschikbaar gesteld. Van dit budget is in 2025 €20.000 besteed. Voor 2026 zijn specifieke afspraken gemaakt voor niet benutte budgetten (zie afspraken paragraaf "overlopende budgetten").
Binnen het programma is niet het volledige budget gebruikt, mede omdat we voor de verkenning van de Kansrijk-aanpak middelen vanuit de regiodeal konden krijgen.
Algemene voorzieningen, incidenteel voordeel € 120.000
We constateren een positief resultaat van € 70.000 binnen de maatschappelijke opvang, voornamelijk doordat de afname van opvangdiensten bij een specifieke aanbieder is beëindigd. Daarnaast is € 20.000 minder besteed aan blijken van waardering voor mantelzorgers. Ook de uitgaven voor algemene GGZ-voorzieningen zijn € 26.500 lager uitgevallen dan verwacht. Het resterende negatieve saldo van € 3.500 wordt verklaard door enkele kleinere afwijkingen binnen dit product.
Participatie, incidenteel voordeel € 272.000
Het resultaat van de Emco-Groep is beter uitgevallen dan vooraf verwacht. Hierdoor ontstaat in 2025 een financieel voordeel van € 375.000 op de gemeentelijke bijdrage aan het exploitatiesaldo van Emco. Daarnaast is er een voordeel van € 68.000 ontstaan uit de Rijksvergoeding voor de uitvoeringskosten van de Participatiewet in Balans. Deze middelen zijn in 2025 niet aangewend.
Binnen het onderdeel Inburgering is in 2025 een financieel nadeel zichtbaar van € 189.000. Dit nadeel ontstaat voornamelijk doordat de huisvestingstaakstelling voor statushouders in 2025, net als in 2024, niet volledig is gehaald. Hierdoor ontvangen wij minder middelen vanuit het Rijk. Dit terwijl wij voor de statushouders waarvoor wij (nog) geen middelen ontvangen, omdat ze nog niet daadwerkelijk gehuisvest zijn in de gemeente, wel kosten maken. Deze statushouders volgen namelijk al wel taallessen, in het kader van de vroege start, die bekostigd moet worden.
Individuele voorzieningen, incidenteel voordeel € 1.069.000
Ondersteuning minima, voordeel € 502.000
De Doe-Mee-Pas en armoedebestrijding laten een voordeel van € 113.000 zien. In 2025 zijn de inkomensgrenzen voor de Doe Mee Webwinkel verruimd van 110% naar 120% van het sociaal minimum, en voor het Kindpakket naar 130%. Ondanks deze uitbreiding is een aanzienlijk deel van het budget niet benut en bleef het aantal toekenningen lager dan verwacht. Door de verruiming in de zomer van 2025 werd het budget met terugwerkende kracht verhoogd, maar inwoners moesten zichzelf aanmelden. Hoewel de gemeente hierover via meerdere kanalen heeft gecommuniceerd, zijn de in aanmerking komende inwoners niet rechtstreeks geïnformeerd per brief. Het beperkte gebruik komt mogelijk doordat inwoners niet wisten dat zij zelf actie moesten nemen. Voor 2026 wordt overwogen om gerichte brieven te versturen om het bereik te vergroten. Daarnaast blijkt een groep inwoners al jarenlang recht te hebben op de regeling maar deze niet te verzilveren. Een reden hiervoor kan zijn dat de toekenning ambtshalve wordt verlengd. Ook hier kan actieve communicatie in het nieuwe jaar bijdragen aan meer bewustwording en gebruik.
Er is minder gebruik gemaakt van Kinderopvang binnen de bijzondere bijstand dan begroot; dit laat een positief verschil zien van €82.000. Daarnaast is dit jaar de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek van start gegaan. We hebben hierbij minder budget benut dan oorspronkelijk was toegewezen. Dit resulteert in een financieel voordeel van € 48.500. Ook zien we minder kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van €126.000. Als laatste zien wij een dalende trend in de uitgaven van bijzondere bijstand. In 2025 geeft dit een voordeel van € 147.000.
De overige € 15.000 zijn kleine verschillen in de overige kosten binnen dit deelproduct.
Schuldhulpverlening, incidenteel voordeel €34.000
Het positieve verschil komt voornamelijk door aanvullende rijksinkomsten. De bijbehorende kosten konden wij grotendeels opvangen binnen het bestaande budget, waardoor per saldo een incidenteel voordeel is ontstaan.
Wmo, incidenteel/ structureel voordeel 532.000
In 2025 resteert circa € 532.000 binnen het budget voor individuele Wmo-voorzieningen. Het grootste voordeel ontstaat bij de schoonmaakhulp, waar door een gewijzigde werkwijze in het indiceren in combinatie met een gewijzigd contract meer efficiëntie is bereikt en een besparing van € 320.000 wordt gerealiseerd. De ontvangsten uit eigen bijdragen vallen € 64.000 hoger uit dan begroot. De vervoerskosten blijven stabiel, terwijl eerder rekening werd gehouden met een stijging, wat resulteert in een positief effect van € 77.000. Daarnaast dalen de kosten voor PGB-begeleiding met € 61.000, dit is te verklaren doordat bij de aanvraag sterker gecontroleerd wordt op de te leveren kwaliteit van de begeleiding in de vorm van een PGB. Hierdoor wordt een PGB vaker afgewezen en wordt doorverwezen naar zorg in natura. De overige afwijkingen binnen dit deelproduct bedragen gezamenlijk € 10.000.
Veiligheidsbevorderende maatregelen, incidenteel voordeel € 782.000
Het voordeel op dit product bestaat uit een aantal elementen. De kosten voor inhuur van boa’s in 2025 hoger geweest dan begroot. Dit levert een nadeel op van circa € 110.000. Dit wordt veroorzaakt door:
- Extra inhuur, zodat er voldoende BOA capaciteit beschikbaar was in de avonduren en in de weekenden (3 BOA’s in vaste dienst, er moet altijd 1 extra BOA ingehuurd worden);
- Extra inhuur tijdens evenementen vanwege verminderde capaciteit politie.
Daarnaast is er sprake van een niet ingezet budget voor het vormen van beleid voor inclusie en diversiteit van € 30.000 en zijn de kosten voor de opvang van asieldieren circa € 30.000 hoger geweest dan begroot. Verder zijn er meerdere kleine verschillen binnen dit product.
Crisisbeheersing, incidenteel voordeel € 943.000
De verklaring van dit incidentele voordeel bestaat voornamelijk uit een voordeel van circa € 953.000 op het project ontheemden Oekraïne. Op basis van de normvergoeding hebben wij in 2025 recht op een bijdrage vanuit het Rijk van € 44 per opvangbed per dag. Dit resulteert in een totale vergoeding van circa € 3,63 miljoen over 2025. De gemaakte kosten in 2025 zijn circa € 2,67 miljoen.
Programma 6, Financien en dekkingsmiddelen
Algemene baten en lasten, incidenteel voordeel € 3.515.000
Het saldo op product algemene baten en lasten bestaat uit de onderstaande stelposten.
- Stelpost onvoorzien: voordeel € 100.000
De stelpost onvoorzien heeft een omvang van € 100.000. In 2025 is geen gebruik gemaakt van deze stelpost en valt daarom volledig vrij in het jaarrekeningresultaat.
- Stelpost vervangingsinvesteringen: voordeel € 300.000
De stelpost vervangingsinvesteringen heeft een omvang van € 300.000. In 2025 is geen gebruik gemaakt van deze stelpost en valt daarom volledig vrij in het jaarrekeningresultaat.
- Stelpost afrondingsverschillen: € 50.000
De stelpost afrondingsverschillen heeft een omvang van € 50.000. In 2025 is geen gebruik gemaakt van deze stelpost en valt daarom volledig vrij in het jaarrekeningresultaat.
- Stelpost vrije begrotingsruimte: € 2.973.000
De stelpost vrijebegrotingsruimte is in 2025 gevuld met inkomsten vanuit de Algemene Uitkering die beschikbaar zijn gesteld bij de septembercirculaire. De stelpost is na toevoeging van deze middelen niet meer ingezet. Per saldo resteert er derhalve nog een bedrag van € 2.973.000. Dit bedrag valt vrij in het jaarrekeningresultaat.
- Onttrekking algemene reserve: € 92.000
Conform de besluitvorming bij het Jaarverslag 2024 hebben wij € 92.000 vanuit het resultaat over 2024 gestort in de bestemmingsreserve Woonwagenbeleid. Deze was niet begroot voor 2025 en levert derhalve een voordeel op van € 92.000 in programma 6. In programma 2 onder het product Vastgoed is het nadeel verantwoord in verband met de storting in de bestemmingsreserve Woonwagenbeleid.
De grootste nadelen treden op bij de volgende producten:
Programma 2, Duurzaamheid
Groen en landschap, incidenteel nadeel € 462.000
De overschrijding op dit product wordt met name veroorzaakt door de langere groeiseizoenen. Door klimaatveranderingen begint het groeiseizoen steeds vroeger en loopt deze periode langer door. Hierdoor dient er er langer ingezet te worden op grasmaaien en plantsoenonderhoud. Ook hebben wij te maken gehad met sterke prijsstijgingen materialen, arbeid (inhuur) en aannemers die voor ons werken. De middelen voor boomveiligheidscontrole (€ 140.000) zijn in 2025 niet besteed. Deze boomveiligheidscontrole komt voort uit een wettelijke zorgplicht voor boomeigenaren en geeft ons inzicht waar we in onze planning prioriteit op moeten zetten. Voor 2026 zijn afspraken gemaakt over niet benutte budgetten (zie afspraken paragraaf "overlopende budgetten").
Bestemmingsheffingen, incidenteel nadeel € 627.000
Dit nadeel wordt voornamelijk veroorzaakt door €613.000 minder opbrengsten van de Afvalstoffenheffing. Doordat onze inwoners het afval beter scheiden zijn er minder ledigingen van de restafvalcontainer gedaan dan vooraf geprognotiseerd. Dit heeft een positief effect op de VANG-doelstellingen, maar een incidenteel negatief effect op de financiën binnen dit product. Ook zijn er € 97.000 minder opbrengsten uit begraafplaatsrechten. We zien dat meer mensen kiezen voor crematie. Ook natuur begraven wordt steeds vaker gedaan. In de opbrengst van de rioolheffing zien wij een stijging van € 83.000. Deze stijging komt met name door een toename van het aantal aansluitingen.
Programma 5, Fundering voor de toekomst
Burgemeester en wethouders, incidenteel nadeel € 1.429.000
Vanaf 1 januari 2028 worden de pensioenen van politieke ambtsdragers ondergebracht bij het ABP in het kader van de Wet toekomst pensioenen. Onze voorziening voor pensioenen oud-wethouders dient conform BBV bij de jaarrekening 2025 op het niveau te worden gebracht van de aanstaande waardeoverdracht. Hierdoor hebben wij een extra storting van circa € 1,3 miljoen moeten doen in onze voorziening. Het overige verschil wordt veroorzaakt door hogere salariskosten dan begroot, circa € 90.000. Het restant wordt veroorzaakt door meerdere kleine verschillen.
Bedrijfsvoering, incidenteel nadeel € 3.351.000
Automatisering, nadeel € 547.000
In de Berap 2025 hebben we een verwachte overschrijding van de dienstverlening van de gemeente Emmen gemeld. Over het werkelijke bedrag van de overschrijding waren we ten tijde van de Berap in gesprek. De door Emmen doorbelaste kosten over 2025 voor licenties, devices en ondersteuning vallen uiteindelijk hoger uit door hogere bezetting (inhuur en formatie) binnen onze organisatie en door hogere kosten, welke aan Coevorden worden doorberekend. De hogere doorbelasting van Emmen is structureel, in de kaderbrief 2027 gaan wij deze structureel hoger kosten nader duiden.
ICT - samenwerking, voordeel € 192.000
Het voordeel bestaat uit de aanbesteding voor een nieuw zaaksysteem die in 2025 is afgerond en de voorbereidingen die zijn getroffen voor de implementatie van processen en producten in het nieuwe zaaksystem. Het in 2025 beschikbaar gestelde bedrag van € 164.000 is bestemd voor deze implementatie, welke in 2026 wordt uitgevoerd. Voor niet benutte budgetten zijn afspraken gemaakt voor 2026 (zie paragraaf "overlopende budgetten"). Daarnaast is er nog een overig voordeel van € 28.000
Teamkostenplaatsen, Overige personele kosten en Vrijval voorziening functiewaarderingssysteem nadeel € 2.448.000
Voor een volledig beeld van de salarissen en inhuur moeten de teamkostenplaatsen, de overige personele kosten en de vrijval functiewaarderingssysteem worden opgeteld.
Teamkostenplaatsen, nadeel € 4.767.000
Binnen dit deelproduct worden de salarissen en inhuur verantwoord voor alle programma's. De bezetting is, mede door het gewenste ambitieniveau vanuit de Raad, hoger dan de beschikbaar gestelde formatie. Het totaal van het personeelsbudget is dan ook overschreden. Het ziekteverzuim is hoger dan 2024. De inhuur is gedurende het jaar stap voor stap teruggebracht en voldoet eind 2025 aan de doelstelling van 20% inhuur tov eigen personeel. De financiële effecten van de lagere inhuur hebben, doordat deze gedurende het jaar plaatsvonden, een beperkt effect op boekjaar 2025. De overschrijding van de personeelskosten wordt deels gecompenseerd door het beschikbare budget uit het deelproduct "Overige personele kosten".
Overige personele kosten, voordeel € 2.021.000.
Het deelproduct overige personeelskosten heeft een voordeel van circa € 2 mln. Dit voordeel wordt met name veroorzaakt door de middelen die door de gemeenteraad beschikbaar zijn gesteld bij de bestuursrapportage ter dekking van het tekort op personeel. Dit is een bedrag van € 1,5 mln. Tevens is op dit deelproduct een bedrag van € 484.000 beschikbaar ter dekking van stijging van de salariskosten.
Vrijval voorziening functiewaarderingssysteem, voordeel € 298.000.
De voorziening voor de implementatie van ons nieuwe functiewaarderingssysteem hebben wij vrij laten vallen in 2025. Dit betreft een voordeel van € 298.000. De kosten voor onder andere ARBO en overige personeelskosten zijn wel hoger dan begroot.
Implementatie regiesysteem Sociaal domein, nadeel € 300.000
In de berap hebben wij gemeld de implementatiekosten regiesysteem Sociaal domein ten bedrage van €140.000 naar investeringen over te halen. Uit nadere beoordeling van de regels voortkomend uit de BBV blijkt echter dat de kosten voor het regiesysteem niet als investering mag worden zien. Deze kosten drukken derhalve op het resultaat van 2025. Daarnaast zijn de kosten € 160.000 hoger uitgevallen, en bestaan uit voornamelijk extra inhuur leverancier en daaraan verbonden adviseurs.
Programma 6, Financien en dekkingsmiddelen
Financiering en dividend, incidenteel nadeel €458.000
Het nadeel op dit product is veroorzaakt door een administratieve fout bij het maken van een begrotingswijziging.
Algemene uitkering Gemeentefonds, incidenteel nadeel € 1.424.000
Het incidentele nadeel in 2025 wordt veroorzaakt door correcties en aanpassingen van maatstaven op voorgaande jaren. Een groot deel wordt verklaar door een aanpassing van de maatstaven "lage inkomens met drempel" en "inwoners met laag opleidingsniveau met drempel". Deze maatstaven zijn met terugwerkende kracht in 2023 (€ 436.000) en 2024 (€ 814.000) aangepast. Het saldo van deze aanpassing is circa € 1.250.000. Een tweetal andere correctie op voorgaande jaren betreffen een nadeel van in totaal € 159.000. De restende € 15.000 betreft enkele kleine verschillen binnen dit product.