Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen voor de lokale heffingen van de gemeente.


Duiding toezegging aan de raad (behandeling Kaderbrief 2027)

Aanvullend hierop is bij de behandeling van de Kaderbrief 2027 een toezegging gedaan vanuit het college aan uw raad. De toezegging was:

Portefeuillehouder Financiën zegt, naar aanleiding van vragen vanuit het CDA, toe om in overleg met de nieuwe portefeuillehouder Financiën inzichtelijk (duiding) te maken hoe gelden worden besteed en hoe dat in verhouding staat tot bijvoorbeeld de hoogte van de OZB. Dit wordt meegenomen in de Begroting 2027. 

Toelichting:

De gemeente Coevorden is een plattelandsgemeente met veel voorzieningen in de kernen. Dit betekent een groot oppervlak met relatief weinig inwoners, vergeleken met een stedelijke gemeente met veel inwoners op een klein oppervlak. Daarnaast is de stad Coevorden wel aan te merken als een stad met stedelijke opgaven, maar heeft ze ook relatief weinig inwoners. De omliggende gemeenten hebben of meer inwoners per km2 (Hoogeveen en Emmen) of minder stedelijke opgaven (Midden-Drenthe, Borger-Odoorn, de Wolden).

De inkomsten van de gemeente komen voor het grootste gedeelte van de Rijksoverheid, de algemene uitkering. Deze wordt aangevuld met specifieke uitkeringen voor specifieke taken. Op deze middelen hebben wij geen invloed. Deze worden aan de hand van  objectieve maatstaven berekend en uitgekeerd.

De kosten van de gemeente worden verder gedekt door de lokale belastingen en overige inkomsten. Voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing geldt dat de baten rechtstreeks worden besteed aan de taak. De overige belastingen, zoals de toeristenbelasting, forensenbelasting en OZB, gelden als dekking van de overige taken, net zoals de algemene middelen van de Rijksoverheid.

De begroting is het document waarbij inzicht wordt gegeven in de besteding van de gelden die specifiek zijn toegewezen aan een taak (riool- en afvalstoffenheffing en specifieke uitkeringen) en de kosten en de bijbehorende dekking van de overige taken (algemene uitkering, overige inkomsten en lokale, niet taakgerichte, belastingen). Afhankelijk van het ambitieniveau, de kostenontwikkeling en het vastgestelde beleid, is de OZB de afgelopen jaren als volgt door de raad vastgesteld (jaar 2027 is voorstel in de begroting 2027):

 

2023

2024

2025

2026

2027

0,1396%

0,1390%

0,1421%

0,1450%

0,1341%

 

Voor 2027 is in de begroting opgenomen dat de baten van de OZB gelijk zijn aan de verwachte baten van de primaire begroting 2026. Aangezien we uitgaan van een stijgende WOZ-waarde, verlagen we het tarief met 7,55% (0,0110 procentpunt).

Tijdens de behandeling van de Kaderbrief 2027 werd ook gesproken over het aandeel van de OZB-inkomsten ten opzichte van de totale inkomsten van onze gemeente. Hierop heeft de portefeuillehouder Financiën geantwoord dat dit slechts een klein aandeel betreft. De bevestiging hiervoor is te vinden in de financiële verantwoording van programma 6. Van de totale baten van 118 miljoen voor 2027 is het aandeel van de OZB 7,8 miljoen aan OZB-woningen en 3,8 miljoen aan OZB niet-woningen.

 

 

Beleid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Beleid

Wij hebben voor het tarievenbeleid een aantal uitgangspunten geformuleerd. De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de berekeningen van onze tarieven en heffingen:

  • De lokale lastendruk dient in overeenstemming te zijn met de bestuurlijke ambities en het voorzieningenniveau in de gemeente.
  • Lokale heffingen zijn in principe kostendekkend.
  • Lokale heffingen worden vastgesteld conform de uitgangspunten die zijn vastgesteld in het bestuursakkoord en de kaderbrief. De prijsindex die in de kaderbrief 2027 is opgenomen bedraagt 2,1%. Voor de OZB berekeningen hebben wij geen prijsindexatie op de opbrengsten toegepast.


Kwijtscheldingsbeleid
Voor de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken hanteren wij de wettelijke normen overeenkomstig de bepalingen in de Invorderingswet 1990 en de Leidraad invordering bestuursrechtelijke geldschulden Coevorden. De kwijtscheldingsnorm die wij hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. Kwijtschelding kan worden verleend voor de afvalstoffenheffing (met uitzondering van de extra container) en de rioolheffing (gebruikersdeel).

Belastingopbrengsten en tarieven

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Belastingopbrengsten en tarieven

De begrote opbrengsten uit de belastingen en de lokale lasten (afvalstoffenheffing en rioolheffing) zijn als volgt:

BELASTINGOPBRENGSTEN
Bedragen × € 1.000
2026 2027 Verschil Verdeling
Onroerende-zaakbelastingen 11.612 11.994 382 50%
Afvalstoffenheffing 4.956 5.052 96 21%
Rioolheffing 4.160 4.281 121 18%
Toeristenbelasting 2.140 2.507 367 10%
Forensenbelasting 111 115 4 0%
BIZ-bijdrage 237 242 5 1%
Totaal geraamde opbrengst 23.216 24.191 975

De tarieven voor de lokale lasten hebben wij in onderstaande tabel weergegeven. Daarbij laten wij de huidige tarieven in 2026 en de voorgestelde tarieven voor 2027 zien. 

OVERZICHT BELASTINGTARIEVEN
2026 2027
Onroerende-zaakbelastingen woningen en niet-woningen
Eigenaren woningen 0,1450% 0,1341%
Eigenaren niet-woningen 0,2626% 0,2554%
Gebruikers niet-woningen 0,2188% 0,2116%
Rioolheffing
Op basis van een voorbeeld: eigenaar en gebruiker van een woning,
met een WOZ-waarde van € 306.500 in 2026 en € 329.000 in 2027,
met een waterverbruik van 150 m3
Gebruikers:
Rioolheffing afvalwater categorie 0 t/m 500 m3 waterverbruik € 109,41 € 110,77
Eigenaren:
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, vastrecht € 63,20 € 63,99
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, 0,0199% 0,0201%
0,0199% resp. 0,0199% van de WOZ-waarde € 60,99 € 66,29
Afvalstoffenheffing
Vast tarief huishoudens € 219,50 € 233,50
Aanbieding restafval minicontainer per keer (240 liter) € 9,80 € 11,50
Aanbieding hoogbouw restafval per keer (60 liter) € 2,45 € 2,88
Milieustraat, eerste m³ € 6,55 € 8,00
Milieustraat, eerstvolgende m³ of deel daarvan € 9,15 € 12,00
Toeristenbelasting € 1,45 € 1,45
Forensenbelasting
Forensenbelasting < WOZ-waarde € 120.000 € 372,41 € 380,23
Forensenbelasting > WOZ-waarde € 120.000 € 446,58 € 455,96

Toelichtingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Toelichtingen

Onroerende-zaakbelastingen (OZB) 
Het uitgangspunt voor de OZB is dat de begrote opbrengst leidend is. De begrote opbrengst voor het jaar 2027 is als volgt opgebouwd: 
1. Begrote opbrengst 2026: de opbrengst in de begroting 2026 is € 11.612.000.
2. Aanpassing niet-woningen conform Kaderbrief: op basis van de kaderbrief is de opbrengst niet-woningen met een indexatie van 10% verhoogd.

De totale begrote opbrengst, zijnde € 11.993.000 is het uitgangspunt voor de tariefberekeningen.

Financieel perspectief
Om op lange termijn structureel financieel evenwicht te behouden c.q. te bereiken, is er bij de Kaderbrief 2027 voor gekozen om de begrote opbrengst van de OZB voor niet-woningen aanvullend met 10% te verhogen.

Waardestijging 
Wij verwachten een stijging van de waarde van woningen met 7,38%. De verwachting is dat de waarde van niet-woningen gemiddeld genomen zal stijgen met 2,6%. Jaarlijks wordt in het najaar op basis van een marktanalyse een brede herwaardering uitgevoerd.

Noot: De verwachte waardestijging heeft een directe relatie met de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Naarmate de gemiddelde WOZ-waarde stijgt, daalt deze rijksbijdrage. Dit komt omdat ervan wordt uitgegaan dat gemeenten bij hogere WOZ-waarden meer eigen inkomsten kunnen genereren via de OZB. Als de OZB-tarieven niet worden aangepast, blijft die extra opbrengst uit, terwijl de rijksuitkering wel afneemt.

Tariefontwikkeling 
De hierboven beschreven ontwikkelingen leiden tot een daling van de OZB-tarieven
- Het tarief voor woningen daalt met gemiddeld 7,55%.
- Het tarief voor niet-woningen eigenaren daalt met gemiddeld 2,75%.
- Het tarief voor niet-woningen gebruikers daalt met gemiddeld 3,30%.

Rioolheffing 
De grondslagen voor de rioolheffingen zijn: 
•    waterverbruik voor het afvalwater door middel van vier staffels; 
•    vastrecht voor het hemelwater en grondwater voor de openbare ruimte; 
•    WOZ-waarde voor het hemelwater en grondwater voor de particuliere percelen. 

Het uitgangspunt voor de rioolheffing is dat deze 100% kostendekkend is. Daarbij baseren wij ons op het verbreed Gemeentelijk Riolering Plan (vGRP). Wij hebben kapitaallasten van investeringen, exploitatielasten en interne kostentoerekening geactualiseerd. Daarnaast hebben wij de volumes voor het aantal huishoudens en de Woz-waarde aangepast. Om schommelingen in de kapitaallasten van investeringen op te vangen, hebben wij een voorziening riolering. Pieken en dalen vangen wij met behulp van deze voorziening op. Daardoor hoeven wij de tarieven niet jaarlijks (aanzienlijk) te laten stijgen of dalen op basis van het investeringsvolume. De WOZ-waarde van woningen stijgt naar verwachting in 2027. Een deel van de opbrengst uit de rioolheffing is gebaseerd op de WOZ-waarde van gebouwen. Daardoor stijgt de opbrengst. Voor belastingjaar 2027 hebben wij de opbrengst verhoogd met de reguliere prijsindexatie van 2,1%. Samen met het effect van de verwachte WOZ-waardestijging leidt dit ertoe dat er een minimale mutatie in de voorziening plaatsvindt.

KOSTENDEKKENDHEID RIOLERING
Bedragen x € 1.000
2026 2027
Kosten taakveld riolering, incl. rente en directe personeelskosten -3.654 -3.830
Inkomsten taakveld, excl. heffingen - -
Onttrekking voorziening riolering 2 1
Directe kosten -3.652 -3.829
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -508 -452
BTW - -
Totale kosten -4.160 -4.281
Opbrengst heffingen 4.160 4.281
Dekkingspercentage 100% 100%

Afvalstoffenheffing
Om de kosten van de afvalinzameling en -verwerking in de komende jaren te kunnen dekken, verhogen wij de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Wij streven naar 100% kostendekkendheid, maar kiezen er voor dit niet binnen een jaar te verwezenlijken. De voorgestelde tariefwijziging resulteert in een kostendekkendheid van 93,27% (2026: 89,14%).

In 2027 verwachten we, in tegenstelling tot voorgaande jaren, minder kosten te maken voor de afvalinzameling en -verwerking. De twee belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de beleidskeuze om de frequentie van het inzamelen van het restafval af te schalen en de keuze in Area-verband om een scherpere productbegroting met minder reserves neer te zetten. Dit laatste impliceert dat dividenduitkeringen eerder uitzondering dan regel worden. We menen er goed aan te doen om deze keuzes nu te maken met het oog op een sterke toename van kosten voor de verwerking en verbranding van restafval per 2028. In dat licht is het zaak om zorgvuldig te blijven afwegen welke maatregelen we kunnen nemen om de kosten enigszins te beperken en de afvalstoffenheffing betaalbaar te houden.

KOSTENDEKKENDHEID AFVAL
Bedragen x € 1.000
2026 2027
Kosten taakveld afval, incl. rente en directe personeelskosten -5.312 -5.228
Inkomsten taakveld, excl. heffingen 926 984
Directe kosten -4.386 -4.244
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -117 -133
BTW -1.057 -1.039
Indirecte kosten -1.174 -1.172
Totale kosten -5.560 -5.416
Opbrengst heffingen 4.956 5.052
Dekkingspercentage 89,1% 93,3%

Toeristenbelasting
Volgens de in 2016 gemaakte afspraak wordt het tarief van de toeristenbelasting elke drie jaar herzien. De raad heeft op 18 juni 2024 het huidige tarief van € 1,45 per persoon per nacht vastgesteld voor de jaren 2025 tot en met 2027. 

Het gemiddelde tarief voor toeristenbelasting in Drenthe bedraagt in 2026 € 1,67 per persoon per nacht. Daarmee ligt dit gemiddelde onder het landelijke gemiddelde van € 2,79 per persoon per nacht. Coevorden hanteert momenteel het laagste tarief binnen de provincie.

In de Begroting is voor 2027 een opbrengst van € 2.140.000 aan toeristenbelasting geraamd, gebaseerd op 1,475 miljoen overnachtingen en een tarief van € 1,45 per persoon per nacht. 

Omgevingsvergunningen
De uitgangspunten voor het legesstelsel van omgevingsvergunningen zijn:
•    degressiviteit;
•    transparantie;
•    een maximumtarief in de hoogste staffel; 
•    100% kostendekkendheid. 

Onze legesverordening kent een degressief stelsel en het systeem van kruissubsidiering binnen de hoofdstukken van de legesverordening. Bij een hoge bouwsom betaalt de aanvrager een relatief hoog legesbedrag. Het degressieve stelsel brengt met zich mee dat bij hogere bedragen een relatief lager percentage in rekening wordt gebracht. Ook is om onbillijkheden te voorkomen in overeenstemming met de geldende jurisprudentie een maximum legesbedrag in de verordening opgenomen. Voor bepaalde categorieën omgevingsplanactiviteiten en omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen betekent dit dat de leges hoger zijn dan de kosten van toetsing die in dat concrete geval worden gemaakt. Voor aanvragen met een lager bedrag aan bouwkosten kan het omgekeerde aan de orde zijn. De kosten worden in die gevallen niet gedekt door de leges omdat dit tot onevenredige leges zou leiden.

De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna Wkb) op 1 januari 2024 bracht grote gevolgen met zich mee voor veel aspecten van het fysieke domein. Wat betreft de gevolgen voor de bedrijfsvoering en financiën van de gemeente betekende dit aan de ene kant een aantal operationele wijzigingen van rechtswege, waar wij zelf geen invloed op hadden. Aan de andere kant waren er een aantal gevolgen waarop we beleids- en inrichtingskeuzes hebben gemaakt.

Door de invoering van de Wkb is de omgevingsvergunningplicht voor nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1 (relatief eenvoudige bouwwerken, zoals woningen, lage bedrijfsgebouwen en kleine infrastructurele werken) komen te vervallen en vervangen door een bouwmelding. Voor het behandelen van een melding mogen geen leges in rekening worden gebracht. Binnen de gemeente Coevorden betreft het overgrote deel van de bouwwerken gevolgklasse 1 waardoor de legesinkomsten sterk terug zijn gelopen sinds de invoering van de Wkb. Het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid staat hierdoor onder druk. We hebben het afgelopen jaar een stijging gezien ten opzichte van de daling van de jaren daarvoor. Daarom zijn we voor het komende jaar uitgegaan van een lichte stijging ten opzichte van het vorige jaar.

Op basis van het bovenstaande is de begrote opbrengst in 2027 €1.159.000,-.

KOSTENDEKKENDHEID OMGEVINGSVERGUNNING
Bedragen x € 1.000
Voorfase 620
Activiteit bouwen 350
Welstand 49
Planologische wijzigingen 220
Overige activiteiten (o.a. kappen, uitweg/uitrit & aanlegactiviteiten) 101
Milieubelastende activiteiten 26
Overige kosten 132
Totale kosten 1.499
Opbrengst heffingen 1.159
Dekkingspercentage 77,3%

Berekening tarieven
Conform de vereisten van het BBV rondom de kostendekkende tarieven, geven wij in deze paragraaf inzicht in de wijze waarop wij bewerkstelligen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan onze tariefberekeningen, verwoordden wij al bij aanvang van deze paragraaf. De wijze waarop wij deze uitgangspunten bij de tariefstelling hebben gehanteerd, is als volgt: "in de integrale kostprijsberekeningen bepalen wij aan de hand van de vastgestelde formatie voor de betreffende producten het aantal toe te rekenen uren. Jaarlijks beoordelen wij of een herziening van de toe te rekenen uren noodzakelijk is. Het uurtarief dat wordt gehanteerd, bevat naast de directe loonkosten ook een opslag voor de kosten van overhead."

Kruissubsidiëring leges
Voor diverse diensten en producten heffen wij leges. Deze leges zijn bedoeld om de kosten te dekken die wij maken voor het verlenen van deze diensten en het verstrekken van deze producten. Wettelijke bepalingen (Gemeentewet) verbieden dat de inkomsten van deze leges de gemaakte kosten overtreffen. Daarmee wordt voorkomen dat wij met deze leges ook andere activiteiten financieren. Opbrengsten mogen hooguit kostendekkend zijn. Dit wordt berekend bij de samenstelling van de begroting en dus voordat de belasting- en legesverordeningen zijn vastgesteld. Bij leges waarbij de tarieven voor verschillende diensten en producten in één verordening worden geregeld, is het uitgangspunt dat de kostendekkendheid wordt beoordeeld op totaalniveau van de verordening. De totale kosten van de activiteiten worden gedekt door de totale baten van de leges. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht voordeel c.q. overschot bij de ene dienst mag worden gebruikt voor de dekking van een verwacht  tekort bij een andere dienst. Er zijn twee uitzonderingen op dit uitgangspunt van verordeningsbrede kruissubsidiëring: 

  • de Europese Dienstenrichtlijn beperkt de mogelijkheden voor kruissubsidiëring bij leges die samenhangen met bedrijfsactiviteiten tot een cluster van samenhangende vergunningen
  • de wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten

Onze legesverordening (Verordening leges Coevorden) bestaat uit drie onderdelen, namelijk:

  • titel I: Algemene Dienstverlening (o.a. Rijbewijzen, Reisdocumenten, Burgerlijke stand)
  • titel II: Fysieke leefomgeving (o.a. Omgevingsvergunningen, Structuur- en ontwikkelplannen)
  • titel III: Europese Dienstenrichtlijn (o.a. Marktgelden)

Wij hebben daarom van de legesverordening per titel de kostendekkendheid in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat binnen de legesverordening sprake is van kruissubsidiëring. Op totaalniveau is de kostendekkendheid van de legesverordening 80%.

Kostendekkendheid leges, per titel
Bedragen x € 1.000
Titel I Titel II Titel III Totaal
Kosten taakvelden incl. rente en directe personeelskosten 1.072 1.094 222 2.389
Toe te rekenen overhead 361 563 77 1.001
Totale kosten 1.433 1.657 299 3.389
Opbrengsten 1.355 1.262 101 2.718
Saldo 78 395 198 672
Kostendekkendheid 94,5% 76,2% 33,8% 80,2%

In onderstaand overzicht geven wij een viertal rekenvoorbeelden van de gemiddelde lastendruk voor particulieren. In het rekenvoorbeeld hanteren wij een woning met een WOZ-waarde van € 306.500 in 2026, die naar verwachting stijgt naar een waarde van € 329.000 in 2027 (ca. 7,38%). Wij gaan in dit voorbeeld uit van een waterverbruik tot 150 m3. We hanteren de beleidsuitgangspunten van de tariefberekening van afval: gemiddeld negen ledigingen restafvalcontainer (á € 11,50) voor een meerpersoonshuishouden (in 2026 was dit gemiddelde 12 ledigingen) en zes ledigingen (á € 11,50) per jaar voor een eenpersoonshuishouden (in 2026 was dit gemiddelde 8 ledigingen). De lasten voor een gemiddeld huishouden zijn gelijk aan die van 2026. Echter dit kan lager of hoger worden als een huishouden minder of meer ledigingen heeft. De tarieven voor de milieustraat worden in 2027  8 euro voor de eerste kuub en vervolgens 12 euro per kuub.

 

Rekenvoorbeeld 1 Rekenvoorbeeld 2
Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden
Eigenaar en gebruiker Eigenaar en gebruiker
2026 2027 2026 2027
OZB € 445 € 441 OZB € 445 € 441
Rioolheffing € 234 € 241 Rioolheffing € 234 € 241
Afvalstoffenheffing € 337 € 337 Afvalstoffenheffing € 298 € 303 *
Totaal € 1.016 € 1.019 Totaal € 977 € 985
Effect lokale lasten 0,3 % Effect lokale lasten 0,8 %
Rekenvoorbeeld 3 Rekenvoorbeeld 4
Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden
Huurder en gebruiker Huurder en gebruiker
2026 2027 2026 2027
Rioolheffing € 109 € 111 Rioolheffing € 109 € 111
Afvalstoffenheffing € 337 € 337 Afvalstoffenheffing € 298 € 303 *
Totaal € 446 € 448 Totaal € 407 € 414
Effect lokale lasten 0,4 % Effect lokale lasten 1,7 %
* Op basis van 6 ledigingen (á € 11,50) van de restafvalcontainer per jaar: als men ervoor kiest de container slechts 5 keer per jaar aan te bieden, heeft dit een impact op de lokale lasten. De stijging voor een eenpersoonshuishouden is dan niet 0,8% maar -0,4% voor een eigenaar-gebruiker en -1,2% voor een huurder-gebruiker.